Pagina's

woensdag 22 november 2023

Reactie op de verkiezingsuitslag van 22 november 2023

De monsteroverwinning van de PVV is geen ongeluk, geen plotselinge ontsporing van “het volk” en zelfs niet in de eerste plaats het succes van Geert Wilders. Het is het eindproduct van dertien jaar VVD-beleid. Wie echt wil begrijpen waarom extreemrechts nu zo groot is geworden, moet niet naar de PVV kijken, maar naar de partij die al die jaren aan de knoppen zat: de VVD.

Dertien jaar lang was de VVD de dominante macht in Nederland. In kabinetten, in de Tweede Kamer, in de Eerste Kamer, in provincies, gemeenten en bestuurskamers. Mark Rutte was niet zomaar premier, hij was het gezicht van een tijdperk. Een tijdperk waarin economische groei werd verkocht als vooruitgang, terwijl een steeds groter deel van de bevolking juist achteruitging. Wonen werd onbetaalbaar, vaste banen verdwenen, zorg en onderwijs werden uitgekleed, energie werd een luxeproduct en bestaanszekerheid veranderde in een gunst in plaats van een recht.

Tegelijkertijd werden multinationals ontzien, vermogens belast met fluwelen handschoenen en kregen grote bedrijven structureel fiscale voordelen. Nederland werd een belastingparadijs voor het grootkapitaal en een hindernisbaan voor gewone burgers. Wie weinig had, moest vechten om te overleven. Wie veel had, kreeg er steeds meer bij. Dat is geen links frame, dat is de feitelijke uitkomst van dertien jaar neoliberaal beleid.

En toen, midden in een opeenstapeling van crises – klimaat, woningnood, energie, oorlog, migratie – trok de VVD doodleuk zelf de stekker uit het kabinet. Niet omdat het land onbestuurbaar was, maar omdat het politiek strategisch beter uitkwam. Eigenbelang boven landsbelang. De partij die altijd roept dat ze “verantwoordelijkheid neemt”, vluchtte op het moment dat die verantwoordelijkheid echt pijn begon te doen.

Daarmee werd het cynisme definitief. Want als zelfs de partij die al dertien jaar regeert niet meer wil regeren, waarom zou iemand het systeem dan nog vertrouwen? In dat vacuüm groeit geen gematigdheid, maar woede. Geen nuance, maar rancune. Precies het klimaat waarin extreemrechts floreert.

De VVD maakte het nog erger door tijdens de campagne openlijk te flirten met de PVV. Eerst kon samenwerking “best”. Toen weer niet. Daarna toch misschien. En uiteindelijk weer niet. Maar toen was het al te laat. De VVD had de PVV genormaliseerd, gelegitimeerd en grootgemaakt. Wat jarenlang “onacceptabel” heette, werd ineens een serieuze optie. Daarmee gaf de VVD Wilders precies wat hij nodig had: erkenning als machtsfactor.

De boodschap aan de kiezer was helder, ook al bedoelde de VVD het misschien anders: stem je boosheid maar af bij Wilders, want hij hoort er nu gewoon bij. Dat bleek een geopende doos van Pandora. Het monster dat de VVD zelf had losgelaten, liet zich niet meer temmen.

De PVV-winst is dus geen breuk met het verleden, maar de logische consequentie ervan. Extreemrechts groeit niet in een vacuüm, maar in een samenleving waar mensen zich structureel genegeerd, uitgeknepen en machteloos voelen. Waar instituties falen, vertrouwen verdampt en politiek vooral lijkt te draaien om aandeelhouders, lobbyisten en carrièretijgers.

En nu mag Mark Rutte vertrekken naar de NAVO, alsof hij een succesvolle manager is die wordt gepromoveerd. Het voelt eerder als politieke vlucht vooruit. Dertien jaar lang leidde hij een land waarin de sociale samenhang afbrokkelde, de ongelijkheid explodeerde en het fundament onder de democratie langzaam werd weggevreten. Dat hij nu als internationaal staatsman wordt binnengehaald, is bijna ironisch.

De PVV is het symptoom. De VVD is de oorzaak. Wie dat niet onder ogen wil zien, begrijpt niets van deze verkiezingsuitslag. Extreemrechts is niet uit het niets opgestaan, het is grootgebracht. Door beleid dat structureel faalde voor de meerderheid en structureel werkte voor de bovenlaag. Als je mensen jarenlang vertelt dat ze pech hebben, dat de markt het oplost en dat solidariteit “links hobbyisme” is, moet je niet verbaasd zijn als ze uiteindelijk stemmen op iemand die belooft het hele systeem te slopen.



donderdag 16 november 2023

Waarom een rechts-rechts/rechts-conservatief kabinet goed is voor Nederland

Met nog een week te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen tekent zich een politiek scenario af dat tot voor kort ondenkbaar leek: een uitgesproken rechts-rechts kabinet met een stevige meerderheid. Een coalitie van NSC, VVD, PVV, JA21, BBB, CDA en SGP zou volgens de peilingen kunnen uitkomen op zo’n tachtig tot vijfentachtig zetels. Het meest rechtse kabinet uit de Nederlandse geschiedenis, met Dylan Yesilgöz als premier, lijkt ineens geen fantasie meer maar een reële optie. Voor veel kiezers klinkt dat als de langverwachte doorbraak: eindelijk wordt “doorpakken” mogelijk, eindelijk kan rechts zijn plannen “erdoor drukken”.

Dat enthousiasme is verklaarbaar. Een groot deel van de kiezers wil strengere migratiepolitiek, minder Europese bemoeienis, hogere straffen, kerncentrales en een kleinere publieke sector. Ontwikkelingshulp mag wat hen betreft verdwijnen en de publieke omroep wordt gezien als een links bolwerk dat best mag worden gekortwiekt. In die logica is een rechts-rechts kabinet de ultieme wensdroom: geen lastige linkse coalitiepartners meer, geen compromissen, maar beleid dat eindelijk aansluit bij wat “de gewone Nederlander” zou willen.

Maar precies daar schuilt het gevaar. Niet omdat rechts per definitie slecht zou zijn, maar omdat deze specifieke coalitie vooral bestaat uit politieke tegenstrijdigheden, onuitvoerbare plannen en onderlinge wantrouwen. Zeven of acht partijen in één kabinet is geen daadkracht, maar een recept voor permanente ruzie. PVV en JA21 zijn elkaars vijanden, CDA en PVV dragen oud zeer met zich mee, VVD en BBB botsen over Europa en stikstof, SGP wil terug naar de jaren vijftig en NSC fungeert als morele poortwachter die bij elk controversieel voorstel op de rem zal staan.

Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de “harde plannen” juridisch of praktisch niet haalbaar is. De PVV wil al twintig jaar de Koran verbieden en moskeeën sluiten, maar botst daarmee frontaal op de Grondwet. De SGP wil de bewegingsvrijheid van vrouwen beperken, wat eveneens ongrondwettelijk is. JA21 en BBB flirten met een vertrek uit de EU, terwijl de VVD dat economisch suïcidaal vindt. De doodstraf, waar PVV, JA21 en SGP openlijk voor zijn, vereist een grondwetswijziging met tweederdemeerderheden in twee parlementen. Dat is politieke sciencefiction.

Ook de paradepaardjes van rechts blijken bij nader inzien luchtkastelen. Kerncentrales bouwen kost decennia, miljarden en politieke moed. In een dichtbevolkt land als Nederland wil niemand zo’n centrale in zijn achtertuin, ook de rechtse kiezer niet. De kleine modulaire kernreactoren waar BBB mee schermt bestaan technologisch nauwelijks buiten PowerPointpresentaties. In Groot-Brittannië is men daar al pijnlijk tegenaan gelopen. De belofte van “goedkope kernenergie” is vooral ideologie, geen realistisch beleid.

Wat overblijft is een kabinet dat hoge verwachtingen wekt, maar vrijwel zeker vastloopt in interne conflicten en onuitvoerbare plannen. En dat is precies het punt waar het paradoxale voordeel van een rechts-rechts kabinet zichtbaar wordt. Want niets is zo funest voor politieke mythes als de werkelijkheid. Zolang rechts in de oppositie zit, kan het blijven roepen dat alles anders en beter kan. Zodra het zelf moet leveren, blijkt hoe beperkt de speelruimte is.

De voorbeelden liggen voor het oprapen. In het Verenigd Koninkrijk beloofden de Conservatieven na de Brexit soevereiniteit en welvaart, maar leverden inflatie, personeelstekorten en economische stagnatie. In Polen verloor de rechts-conservatieve PiS haar meerderheid door onuitvoerbare plannen en autoritaire reflexen. In Spanje en Denemarken werden rechtse regeringen afgestraft wegens chaos, schandalen en teleurstellende resultaten. Overal leidde de realiteit uiteindelijk tot een terugkeer van centrumlinkse coalities.

Nederland zal geen uitzondering zijn. Een rechts-rechts kabinet zal niet instorten door links, maar door zichzelf. Door ruzie, door juridische blokkades, door valse beloften en door het onvermijdelijke besef dat politiek complexer is dan campagnepraat. De hype rond Pieter Omtzigt zal snel wegebben, de interne spanningen zullen toenemen en de kiezers zullen zich bedrogen voelen.

In die zin is een rechts-rechts kabinet inderdaad goed voor Nederland. Niet omdat het land er beter van wordt, maar omdat het de illusies van rechts definitief zal ontmaskeren. Soms is de beste manier om een politieke mythe te vernietigen haar simpelweg de macht te geven. Daarna hoeft links alleen nog maar te wachten.




dinsdag 7 november 2023

Wie in Pieter Omtzigt de nieuwe Geert Wilders ziet zal na de verkiezingen zwaar bedrogen uitkomen

Het is nog twee weken tot de verkiezingen en Pieter Omtzigt weet nog steeds niet of hij premier wil worden. Dat is op zichzelf al opmerkelijk. In een land waar politieke leiders doorgaans over elkaar heen buitelen om het Torentje, houdt de man die volgens peilingen de grootste partij kan worden de boot angstvallig af. Op elke directe vraag volgt hetzelfde ontwijkende antwoord: hij wil zijn plannen realiseren, niet per se premier zijn. Het klinkt bescheiden, bijna principieel, maar in werkelijkheid is het vooral strategische vaagheid. Omtzigt probeert een mythe in stand te houden zonder zich ergens aan vast te leggen.

Die mythe is door talkshows, kranten en opinieprogramma’s zorgvuldig opgebouwd. Pieter Omtzigt als de redder van Nederland, de integere dossierbijter die het systeem gaat hervormen. De verkiezingen draaien inmiddels niet om partijen of programma’s, maar om één persoon. De meest gestelde vragen zijn niet “wat wilt u veranderen?”, maar “bent u beschikbaar?” en “wat gaat Omtzigt doen?”. Het is persoonsverheerlijking in een democratie die ooit draaide om ideeën. En juist die persoonsverheerlijking zal zijn kiezers straks duur komen te staan.

Want wie goed kijkt naar het gedrag van Omtzigt ziet geen toekomstige premier, maar een politieke regisseur. Iemand die liever op de achtergrond stuurt dan zelf verantwoordelijkheid neemt. In de debatten van de afgelopen weken is hij opvallend mild richting Frans Timmermans. Sterker nog: Omtzigt en Timmermans zoeken elkaar zichtbaar op. Ze organiseren samen debatten, trekken gezamenlijk op en mijden zelfs gezamenlijk bepaalde tv-optredens. Dat is geen toeval, dat is coalitievoorbereiding.

De logische conclusie, hoe onprettig die voor zijn achterban ook is, is dat Omtzigt helemaal niet van plan is om zelf premier te worden. Hij weet dat zijn electoraat, dat grotendeels uit teleurgestelde CDA’ers, VVD’ers en rechtse zwevers bestaat, gruwelt van een premier Timmermans. Daarom zegt hij het niet hardop. Maar politiek gezien ligt het voor de hand: Timmermans heeft bestuurservaring, internationale status en een duidelijke ambitie. Omtzigt heeft vooral twijfels, mitsen en maren.

De teleurstelling zal groot zijn, omdat Omtzigt impliciet allerlei verwachtingen heeft laten ontstaan die hij nooit expliciet heeft bevestigd. Kerncentrales? Gaan er niet komen. Migratieplafond van 50.000? Onhaalbaar. Verbod op de Koran? Juridisch onmogelijk. Massaal sluiten van moskeeën? Volstrekte fantasie. De gedroomde rechtse megacoalitie van NSC, VVD, JA21, CDA en SGP? Politiek instabiel en inhoudelijk incoherent. In plaats daarvan ligt een coalitie van NSC, PvdA/GroenLinks en VVD veel meer voor de hand, met Timmermans als premier en Omtzigt als moreel geweten op de achtergrond.

Het pijnlijke is dat Omtzigt dit allemaal weet. Hij is geen naïeveling, geen politieke beginner. Hij weet precies wat wel en niet kan binnen het Nederlandse staatsrecht en binnen de realiteit van coalitievorming. Maar hij laat zijn achterban bewust in een illusie. De illusie dat hij de nieuwe rechtse verlosser is, de man die “het systeem” gaat breken. Terwijl hij in werkelijkheid bezig is met het bouwen van een klassiek middenkabinet.

En daarmee dreigt Omtzigt hetzelfde lot als al zijn voorgangers in het rechtse messianisme. Fortuyn, Wilders, Verdonk, Baudet, Van der Plas: telkens weer werd een figuur opgeblazen tot redder, om vervolgens keihard te imploderen zodra de werkelijkheid zich aandiende. Nog geen jaar geleden was de BBB de grootste partij van het land. Nu resteert een schim. De hype verdampt altijd sneller dan de teleurstelling kan worden verwerkt.

Ook Omtzigt zal dat patroon niet doorbreken. Zodra blijkt dat hij geen premier wordt en dat zijn “nieuwe bestuurscultuur” eindigt in een vrij klassieke coalitie met Timmermans, zal zijn heilige status snel afbrokkelen. Wie in Pieter Omtzigt de nieuwe Geert Wilders ziet, zal na de verkiezingen ontdekken dat hij vooral heeft gestemd op de stille partner van Frans Timmermans. En dat is niet alleen politieke ironie, maar ook het definitieve einde van de Omtzigt-mythe.