Pagina's

dinsdag 3 februari 2026

Waarom de AI-hype economisch niet klopt – hoe Big Tech een systeemcrisis bouwt

De overname van xAI door SpaceX, waarmee een gecombineerd bedrijf ontstaat met een geschatte waarde van 1,25 biljoen dollar, wordt gepresenteerd als een visionaire stap richting “datacenters in de ruimte”. In werkelijkheid lijkt de deal vooral bedoeld om de zware financiële problemen van xAI te maskeren en te financieren met de winstgevende kasstromen van SpaceX.

xAI blijkt een extreem kapitaalintensief bedrijf te zijn dat maandelijks circa 1 miljard dollar verbrandt. In het laatste kwartaal genereerde het slechts 107 miljoen dollar omzet, terwijl het tegelijkertijd een verlies van 1,46 miljard dollar leed. In de eerste negen maanden van 2025 verbruikte het bedrijf bijna 8 miljard dollar aan liquide middelen. Daarmee functioneert xAI feitelijk niet als een zelfstandig levensvatbaar bedrijf, maar als een permanente geldverbruiker.

SpaceX daarentegen is het enige bedrijf van Elon Musk dat structureel winstgevend is, met circa 8 miljard dollar winst op een omzet van 15 tot 16 miljard dollar. Door xAI onder te brengen bij SpaceX wordt de verlieslatende AI-activiteiten toegang verschaft tot een vrijwel onbeperkte kapitaalbron, vlak voor een mogelijke megabeursgang van SpaceX. De constructie vertoont sterke gelijkenissen met de overname van SolarCity door Tesla in 2016, die destijds door analisten werd gezien als een reddingsoperatie voor een noodlijdend bedrijf.

De strategische rechtvaardiging – dat AI-berekeningen in de ruimte goedkoper zullen worden – wordt inhoudelijk zwak geacht. SpaceX en xAI hebben geen natuurlijke operationele overlap: het ene bouwt raketten, het andere traint taalmodellen. De veronderstelde synergie lijkt vooral financieel van aard, niet technologisch.

Deze casus staat niet op zichzelf, maar past in een breder patroon binnen de AI-sector. De sector is uitgegroeid tot een netwerk van bedrijven die elkaars verliezen subsidiëren. OpenAI wordt gefinancierd door Microsoft, Nvidia investeert in AI-bedrijven die vervolgens massaal Nvidia-chips afnemen. Hierdoor ontstaat een circulair systeem waarin kapitaal rondgepompt wordt zonder dat er structureel rendabele bedrijfsmodellen ontstaan.

Tot nu toe levert AI slechts beperkte productiviteitswinsten op, terwijl de investeringen, energiekosten en infrastructuuruitgaven astronomisch zijn. Als AI-diensten zouden worden geprijsd op basis van hun werkelijke economische kosten, zouden veel toepassingen onrendabel blijken. Toch blijven beleggers investeren, zonder serieus naar balansen en kasstromen te kijken.

De conclusie is dat de AI-sector kampt met zware overinvestering, wat het rendement structureel ondermijnt. Daartegenover staan sectoren als energie, grondstoffen en opkomende markten, waar juist jarenlang is ondergeïnvesteerd. Volgens klassieke economische cycli leidt onderinvestering tot schaarste en stijgend rendement, terwijl overinvestering – zoals in tech en AI – juist waarde vernietigt. De kernstelling is dan ook dat de AI-hype geen duurzaam groeimodel vormt, maar een grootschalige kapitaalverschuiving zonder solide economische basis.

AI is geen innovatie, maar financiële alchemie

Zie ook: Opinie Paultje: Het systeemrisico van de AI hype

en Opinie Paultje: De AI-zeepbel van Elon Musk



Het systeemrisico van de AI hype

De huidige golf van investeringen in kunstmatige intelligentie laat zien dat de wereldeconomie opnieuw afglijdt naar een systeem waarin waarderingen steeds verder los komen te staan van reële prestaties. Net als in de jaren voorafgaand aan de bankencrisis van 2008 zijn verwachtingen, modellen en toekomstscenario’s belangrijker geworden dan bewezen rendement, duurzame bedrijfsmodellen of maatschappelijke meerwaarde. Bedrijven die zich positioneren rond AI worden in korte tijd gewaardeerd op honderden miljarden dollars, ondanks het ontbreken van stabiele inkomsten, transparante kostenstructuren en tastbare resultaten op lange termijn.

Tegelijkertijd heeft zich een ingrijpende machtsconcentratie voltrokken. Een handvol technologiebedrijven beheert inmiddels de digitale infrastructuur waarop moderne samenlevingen draaien. Cloudplatforms, communicatienetwerken, besturingssystemen, zoekmachines, sociale netwerken, datastromen en in toenemende mate AI-modellen zijn in handen gekomen van enkele private ondernemingen die niet langer slechts markten bedienen, maar functioneren als de ruggengraat van economie, overheid en publieke dienstverlening. Deze bedrijven zijn daarmee geen gewone marktspelers meer, maar feitelijke nutsvoorzieningen zonder democratische legitimiteit of structurele publieke controle.

Door deze concentratie zijn grote techbedrijven per definitie ‘too big to fail’ geworden. Hun mogelijke ondergang zou niet slechts financiële schade veroorzaken, maar directe maatschappelijke ontwrichting. Overheden, ziekenhuizen, energiebedrijven, logistieke netwerken en media zijn afhankelijk geworden van digitale systemen die zij niet zelf beheren en niet zelfstandig kunnen vervangen. Waar in 2008 vooral banken moesten worden gered om het financiële systeem overeind te houden, dreigt bij een nieuwe crisis niet alleen een marktprobleem, maar een infrastructuurcrisis van de samenleving zelf.

De hoge waarderingen in de techsector worden bovendien gedragen door dezelfde mechanismen die eerder leidden tot de kredietcrisis. Complexiteit zorgt ervoor dat vrijwel niemand nog volledig begrijpt hoe de onderliggende technologieën economisch moeten renderen. Tegelijk ontstaat een autoriteitsillusie rond ‘de slimste mensen ter wereld’ die deze systemen ontwerpen, waardoor kritische vragen worden vervangen door vertrouwen in expertise en reputatie. Daarbovenop komt moreel risico: grote spelers weten dat hun maatschappelijke belang zo groot is dat zij in noodsituaties waarschijnlijk toch gered zullen worden, met publiek geld.

Het gevolg is een perverse dynamiek waarin privaat kapitaal wordt gevoed door publieke middelen, terwijl de risico’s collectief worden gedragen. Overheidscontracten, subsidies en belastingvoordelen versterken de machtspositie van Big Tech, terwijl de winsten worden geprivatiseerd en de mogelijke verliezen uiteindelijk bij de samenleving terechtkomen. De markt disciplineert deze bedrijven niet langer, en de staat beschikt niet over voldoende instrumenten om hun macht effectief te reguleren.

De kern van het probleem is dat efficiëntie, schaalvergroting en winstmaximalisatie hebben geleid tot een economisch systeem met enkele digitale ‘single points of failure’. Innovatie en concurrentie zijn vervangen door afhankelijkheid en centralisatie. De samenleving is verschoven van een markteconomie met veel spelers naar een platformeconomie met oligarchische trekken, waarin een kleine elite van technologiebedrijven een disproportionele invloed uitoefent op economie, informatievoorziening en infrastructuur.

Het gevaar ligt daarom niet alleen in een mogelijke AI-zeepbel, maar in een systeem dat structureel is gebouwd op hebzucht, overwaardering en machtsconcentratie. Net als in 2008 wordt opnieuw een economische werkelijkheid gecreëerd die grotendeels op verwachtingen en modellen bestaat. Het verschil is dat een volgende crash niet alleen de financiële markten zal raken, maar de operationele werking van de samenleving zelf. Dat maakt de huidige situatie geen abstract risico, maar een reëel en groeiend systeemgevaar.

Lees ook: Opinie Paultje: De AI-zeepbel van Elon Musk


De AI-zeepbel van Elon Musk

De aangekondigde overname van xAI Corporation door SpaceX, met een geschatte waarde van 250 miljard dollar, is minder een zakelijke mijlpaal dan een alarmsignaal. Niet omdat kunstmatige intelligentie onbelangrijk is, maar omdat de bedragen die rondgaan inmiddels elke verhouding met de werkelijkheid lijken te zijn kwijtgeraakt. Een bedrijf dat pas in 2023 is opgericht, met een handvol producten – Grok, GrokiPedia, het omstreden platform X en een API – wordt ineens gewaardeerd op een kwart biljoen dollar. Dat is geen vertrouwen meer, dat is geloof.

De huidige AI-hype heeft steeds meer weg van een religie: wie het woord ‘AI’ uitspreekt, hoeft nauwelijks nog uit te leggen wat hij verkoopt. Investeerders staan in de rij, waarderingsbureaus knikken instemmend, en de markt accepteert bedragen die tien jaar geleden als krankzinnig zouden zijn afgedaan. xAI heeft nauwelijks bewezen technologie, geen stabiel verdienmodel en geen langdurige track record. Toch wordt het in één klap op hetzelfde niveau geplaatst als multinationals die decennia nodig hadden om hun waarde op te bouwen.

Het probleem is niet Elon Musk, maar het systeem dat dit mogelijk maakt. We hebben dit eerder gezien. De kredietcrisis begon ook met ‘logische’ aannames, ‘slimme’ financiële constructies en waarderingsbureaus die producten hoger inschatten dan ze ooit waard konden zijn. Hypotheken werden verpakt, doorverkocht en opgeblazen tot goud, totdat bleek dat de onderliggende werkelijkheid uit zand bestond. De rekening kwam uiteindelijk bij de belastingbetaler terecht.

De parallellen met AI zijn ongemakkelijk duidelijk. Ook hier draait het om verwachtingen, projecties en schattingen. Niemand weet precies hoeveel geld AI daadwerkelijk gaat opleveren, op welke termijn, en voor wie. Toch worden er nu al honderden miljarden geïnvesteerd, alsof het rendement gegarandeerd is. Microsofts recente waardedaling door zijn nauwe band met OpenAI laat zien hoe kwetsbaar dit systeem is. Eén tegenvallend kwartaal, en zelfs een techreus wankelt. 37,5 miljard dollar aan contracten zonder zichtbare groei: dat is geen innovatie meer, dat is gokken.

De overname van xAI door SpaceX past perfect in dit patroon. SpaceX, gefinancierd met enorme overheidscontracten, gebruikt publiek geld om een private AI-startup op te blazen. Zo ontstaat een conglomeraat dat op papier 1,3 biljoen dollar waard is, maar in werkelijkheid grotendeels bestaat uit beloftes over de toekomst. Musk staat op het punt de eerste triljonair ter wereld te worden, niet door tastbare productie, maar door waarderingen die niemand echt kan verifiëren.

Dat maakt deze deal niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk problematisch. Als dit kaartenhuis instort, zijn het opnieuw niet de miljardairs die de schade dragen, maar overheden, pensioenfondsen en kleine beleggers. Net als in 2008 zullen verliezen worden gesocialiseerd en winsten geprivatiseerd. Publiek geld voedt private speculatie, terwijl publieke voorzieningen onder druk blijven staan.

De aankoop van xAI door SpaceX is daarom geen teken van technologische vooruitgang, maar van financiële overmoed. Het laat zien hoe ver we zijn afgedreven van realistische waardering en hoe makkelijk de markt zich opnieuw laat meeslepen door een verhaal. Dit keer heet het verhaal geen hypotheek, maar AI. De uitkomst zou wel eens dezelfde kunnen zijn. 

Lees ook: Opinie Paultje: Het systeemrisico van de AI hype


dinsdag 27 januari 2026

Melania: De film die niet nodig was

Melania is een Amerikaanse documentaire uit 2026 die zich richt op Melania Trump, first lady van de Verenigde Staten tijdens de tweede ambtstermijn van haar echtgenoot Donald Trump. De film pretendeert een intiem en ongekend inkijkje te geven in de twintig dagen voorafgaand aan Trumps inauguratie in januari 2025. Met een speelduur van 104 minuten volgt de documentaire Melania’s rol in de voorbereidingen, haar omgang met de machtswisseling in het Witte Huis en aspecten van haar privéleven. De productie ging van start in december 2024, kort na Trumps herverkiezing, en werd geregisseerd door Brett Ratner.

Een opvallend kenmerk van Melania is de mate van controle die de hoofdpersoon zelf had over het eindproduct. Melania Trump trad op als executive producer en beschikte over aanzienlijke redactionele invloed, waaronder zeggenschap over montage, muziekkeuze, kleurcorrectie, marketing en de uiteindelijke trailer. De film werd geproduceerd door onder meer Muse Films, New Element Media en RatPac Entertainment en gedistribueerd door Amazon MGM Studios. Amazon betaalde naar verluidt circa 40 miljoen dollar voor de licentie, een recordbedrag voor een documentaire, en reserveerde daarnaast meer dan 35 miljoen dollar voor marketing en promotie. Het totale project vertegenwoordigde daarmee een uitzonderlijk hoog financieel risico voor het genre.

De keuze voor Brett Ratner als regisseur trok vanaf het begin controverse. Ratner maakte met Melania zijn comeback in Hollywood na beschuldigingen van seksueel wangedrag in 2017, die zijn carrière grotendeels tot stilstand hadden gebracht. Volgens de makers was hij juist vanwege zijn status als buitenstaander geschikt voor het project. Critici en anonieme crewleden schetsten echter een ander beeld en spraken over een problematische werksfeer en een productie die meer weg had van een geautoriseerd propagandaproject dan van onafhankelijke documentairejournalistiek.

De wereldpremière vindt plaats op 29 januari 2026 in het Kennedy Center in Washington, gevolgd door een besloten vertoning in het Witte Huis voor genodigden uit de politieke en zakelijke elite. Een dag later gaat de film in de Verenigde Staten in roulatie, met een beperkte internationale release in ongeveer 27 landen. Oorspronkelijke plannen voor een brede bioscoopuitrol werden echter teruggeschroefd, wat volgens waarnemers al vroeg wees op terughoudende verwachtingen.

De commerciële ontvangst is zwak. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt melding gemaakt van lage kaartverkoop, met talrijke vertoningen waar nauwelijks of geen tickets worden verkocht. Sociale media staan vol screenshots van lege zalen, die al snel het symbool van de beperkte publieke belangstelling zijn geworden. Prognoses voor het openingsweekend variëren van één tot maximaal vijf miljoen dollar, een teleurstellend resultaat gezien het budget. Ook in het buitenland blijft de belangstelling minimaal. In Nederland wordt de film helemaal niet in de bioscopen uitgebracht.

Opvallend is het vrijwel volledige ontbreken van professionele recensies kort na de release. Platforms als Rotten Tomatoes en Metacritic tonen geen critic scores, wat de indruk versterkt dat de film grotendeels buiten het reguliere kritische circuit is gehouden. In kranten en online discussies wordt Melania vooral bekritiseerd vanwege de hoge kosten, het geautoriseerde karakter en het gebrek aan journalistieke afstand. Positieve reacties komen voornamelijk uit pro-Trump-kringen, met Donald Trump zelf als meest prominente pleitbezorger.

Alles bij elkaar lijkt Melania eerder een cultureel en commercieel curiosum dan een relevant filmisch document te worden. De combinatie van een uitzonderlijk budget, minimale publieksinteresse en scherpe publieke spot leidt tot de bredere conclusie dat de film weinig toevoegt aan het publieke begrip van haar hoofdpersoon en vooral werd gezien als een overbodig en ijdel prestigeproject.

Deze film was niet nodig om te maken.






dinsdag 13 januari 2026

Dylan Yesilgöz is de tikkende tijdbom onder Jetten I

 Het Kabinet-Jetten I is nog niet beëdigd of het is al politiek stervende. Niet door pech of externe omstandigheden, maar door een opeenstapeling van bewuste keuzes van één persoon: VVD-leider Dylan Yesilgöz. Wat zich nu aandient als een minderheidskabinet naar zogenaamd Deens model is in werkelijkheid het eindstation van jarenlange politieke destructie, aangestuurd door een partijleider die consequent chaos verkiest boven verantwoordelijkheid.

De VVD is onder Yesilgöz geen liberale bestuurspartij meer. Zij is een PVV-kloon geworden. Dezelfde taal, dezelfde vijandbeelden, dezelfde obsessie met migratie en dezelfde minachting voor samenwerking. Alles wat ruikt naar links moest verdwijnen. GroenLinks-PvdA werd onder geen enkele voorwaarde toegelaten tot de formatie, terwijl juist die combinatie de enige stabiele meerderheid had kunnen opleveren. Niet omdat samenwerking onmogelijk was, maar omdat Yesilgöz haar politieke identiteit volledig heeft gebouwd op het demoniseren van sociaaldemocratie.

Het resultaat is het eerste minderheidskabinet in de Nederlandse parlementaire geschiedenis dat niet voortkomt uit noodzaak, maar uit ideologische koppigheid. Voorstanders schermen met Denemarken, maar dat is misleiding. In Denemarken functioneren minderheidskabinetten omdat rechts en links daar begrijpen dat landsbelang boven partijbelang staat. Men sluit compromissen, ook met politieke tegenstanders, omdat het alternatief bestuurlijke verlamming is. In Nederland is dat besef onder leiding van VVD en PVV-klonen volledig verdwenen. Hier gunnen rechts en links elkaar het licht niet in de ogen. In zo’n klimaat is een minderheidskabinet geen experiment, maar een farce.

Yesilgöz dacht dat zij kon dicteren. GroenLinks-PvdA werd door haar eigenhandig uit de formatie getrapt maar mocht vervolgens wél braaf steun leveren. Blind tekenen bij het kruisje, zonder invloed, zonder overleg. Jesse Klaver maakte daar terecht korte metten mee. Zijn partij is geen stemvee, zoals dat de PVV wel is. De PVV wil het kabinet zo snel mogelijk laten struikelen, want destabilisatie is hun verdienmodel. JA21 is verbitterd omdat het buiten de macht viel. Het kabinet begint volledig geïsoleerd, zonder structurele steun in de Tweede Kamer en zonder enige kans in de Eerste Kamer, waar GroenLinks-PvdA onmisbaar is nu de BBB daar volledig is uiteengevallen.

Deze chaos is geen toeval. Yesilgöz heeft haar sporen ruimschoots verdiend als architect van politieke ontwrichting. Zij was degene die bewust het centrumrechtse kabinet met CDA, D66 en ChristenUnie liet struikelen. Niet omdat het niet werkte, maar omdat zij ruimte wilde maken voor samenwerking met extreemrechts. Daarvoor werd de inmiddels beruchte ‘nareis-op-nareis’-mythe ingezet: een verzonnen probleem, strategisch opgeblazen tot breekpunt. Geen beleidsdiscussie, maar een politieke sloopkogel.

Het nieuwe kabinet Schoof I droeg weliswaar de naam van Dick Schoof, maar was in werkelijkheid een bestuurlijk karkas waarin Geert Wilders de lakens uitdeelde en waarin ruzie, chaos en stilstand de norm waren. Schoof bleef grotendeels buiten beeld, terwijl Yesilgöz willens en wetens meewerkte aan een kabinet dat Nederland verder verlamde. Toen ook dat experiment implodeerde, deed zij alsof haar neus bloedde. Plotseling moest er weer een centrumrechts kabinet komen. Alleen was de meerderheid inmiddels verdampt. Van 77 zetels naar 66. Die schade kan volledig op het conto van Yesilgöz worden geschreven.

En dit alles gebeurt terwijl de wereld letterlijk in brand staat. De oorlogen stapelen zich op, de NAVO kraakt in zijn voegen, de Verenigde Staten laten hun Europese bondgenoten vallen en autoritaire regimes als Rusland en China winnen terrein. Dit is het moment waarop leiderschap vereist is, visie, stabiliteit. Wat Nederland krijgt is een VVD-leider die doet alsof er niets aan de hand is. Alsof geopolitieke instabiliteit een voetnoot is. Alsof haar partijpolitieke spelletjes belangrijker zijn dan de veiligheid en toekomst van het land.

Nederland zit inmiddels al bijna vijf jaar gevangen in besluiteloosheid. Niet door onmacht, maar door bewuste sabotage van door Yesilgöz. En terwijl de schade zich opstapelt, weigert Yesilgöz iedere vorm van verantwoording. Haar wil is wet. Wie haar tegenspreekt, wordt geëlimineerd.

Het Kabinet-Jetten I is geen vergissing. Het is het logische eindproduct van een politieke strategie die draait om polarisatie, uitsluiting en chaos. In Denemarken kan een minderheidskabinet regeren omdat men het landsbelang serieus neemt. In Nederland, onder leiding van Yesilgöz en haar PVV-klonen is dat besef volledig verdwenen. Daarom is dit kabinet niet alleen zwak begonnen, maar bij voorbaat gedoemd te mislukken.



vrijdag 9 januari 2026

Waarom er nog altijd geen negatief reisadvies is voor de Verenigde Staten

Wie de ontwikkelingen in de Verenigde Staten de afgelopen maanden volgt, kan nauwelijks anders dan concluderen dat het land in een permanente staat van politieke en maatschappelijke ontregeling verkeert. De gebeurtenissen volgen elkaar in sneltreinvaart op. De week begon met oplopende spanningen rond Venezuela, werd gevolgd door agressieve dreigementen richting Groenland en eindigde met verontrustende beelden van ICE-eenheden en grenspolitie die het vuur openen op Amerikaanse burgers. Het past in een patroon van een jaar waarin Donald Trump en zijn regime zichtbaar lijken te werken aan het ondermijnen van de rechtsstaat, het uithollen van hulporganisaties en het uitschakelen van politieke tegenstanders.

Toch blijft één vraag onbeantwoord: waarom staat de Verenigde Staten nog altijd niet op code geel in het Nederlandse reisadvies?

Het meest schokkende voorbeeld van de ontsporing was de brute moord op Renee Nicole Good, een 37-jarige Amerikaanse staatsburger uit Minneapolis. Nadat zij haar kinderen bij school had afgezet moest zij een ICE-convooi laten passeren. Wat volgde was geen vergissing, maar een executie: een agent schoot haar met zes kogels dood. Haar dood leidde tot landelijke verontwaardiging, maar staat niet op zichzelf. Het was de tweede dodelijke schietpartij door ICE waarbij een Amerikaans staatsburger om het leven kwam. Als zelfs staatsburgers niet veilig zijn voor overheidsgeweld, wat betekent dat dan voor toeristen, studenten en mensen met een dubbele nationaliteit?

De Verenigde Staten behouden een enorme aantrekkingskracht. De landschappen zijn adembenemend, de steden iconisch. New York en Los Angeles voelen als filmsets waarin je zelf even figurant bent. Maar achter die façade groeit een samenleving die op scherp staat. De magie maskeert een realiteit van angst, polarisatie en willekeur.

Die instabiliteit is geen toeval. ICE pakt steeds vaker mensen willekeurig op, zonder transparante juridische procedures. In het meest extreme geval verdwijnen zij niet naar hun land van herkomst, maar belanden zij in de beruchte CECOT-gevangenis in El Salvador, een megacomplex dat symbool staat voor ontmenselijking en het loslaten van rechtsstatelijke principes. Dat de Verenigde Staten hieraan meewerken of dit faciliteren, zou voor Europa reden moeten zijn om alarm te slaan.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken erkent die realiteit slechts gedeeltelijk. Het reisadvies waarschuwt voor politieke bijeenkomsten, plotseling geweld en het risico op mass shootings. Sinds 1 januari 2026 gelden bovendien nieuwe inreisbeperkingen binnen het uitgebreide Travel Ban-beleid, wat ook Nederlanders met een dubbele nationaliteit kan raken. Dit zijn geen randverschijnselen, maar structurele risico’s.

Europa durft de Verenigde Staten niet openlijk te bekritiseren uit vrees voor het wegvallen van Amerikaanse steun aan Oekraïne en de NAVO. De schrik zit er diep in dat Poetin bij een verzwakte trans-Atlantische band zijn expansiedrift verder kan botvieren. Maar afhankelijkheid mag nooit een excuus zijn om de veiligheid van burgers te negeren.

Een reisadvies is geen diplomatiek statement, maar een beschermingsmiddel. Het dient om burgers te informeren over reële risico’s, niet om bondgenoten te ontzien. Een land met structureel overheidsgeweld, een uitgeholde rechtsstaat en een president die zich steeds autoritairder gedraagt is objectief minder veilig. Ook als dat land de Verenigde Staten heet.

De Nederlandse overheid heeft de plicht haar burgers te beschermen. Een aanscherping naar minimaal code geel is geen anti-Amerikaanse daad, maar een erkenning van de feiten. Want hoe indrukwekkend het decor ook is, veilig is het allang niet meer.



zaterdag 27 december 2025

De tweede val van Wilders I is hét politieke moment van 2025

Als er één politiek moment is dat 2025 samenvat, dan is het de tweede val van het Kabinet Wilders I. Niet omdat het onverwacht kwam, maar omdat het onvermijdelijk was. Die tweede val was geen incident, geen samenloop van omstandigheden, maar het sluitstuk van jarenlange rechtse onkunde. Het was het moment waarop onmiskenbaar zichtbaar werd dat rechts, ondanks een overweldigende machtspositie sinds 2017, niet in staat is om te regeren.

Rechts heeft al acht jaar driekwart van de macht in handen in zowel de Tweede- als Eerste Kamer. Dat is geen nuance, dat is een feit. Wie in die positie zit, kan beleid maken. En toch faalt rechts juist op het onderwerp dat het zelf tot bestaansreden heeft verheven: immigratie. Niet omdat links dat zou tegenhouden, maar omdat rechtse partijen zelfs dáár fundamenteel verschillend over denken. De tweede val van Wilders I maakte dat pijnlijk duidelijk.

Bij de start leek het kabinet in 2024 een ideologische droomcombinatie. Partijen die zich allemaal profileerden als “streng op migratie” en “hard op orde”. Maar zodra er daadwerkelijk keuzes gemaakt moesten worden, bleek dat die strengheid vooral retorisch was. Voor de PVV is immigratie een permanent campagnethema, geen beleidsdossier. De VVD wil stoer klinken, maar geen maatregelen nemen die economisch of juridisch onhoudbaar zijn. NSC schermt met uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid, terwijl BBB vooral stond om PVV-standpunten in salonfähige taal te gieten. Dat is geen gedeelde visie, dat is bestuurlijke chaos.

Het Kabinet Wilders I viel in 2025 niet één keer, maar twee keer. De tweede val was daarmee hét bewijsstuk van rechtse incompetentie. Vier partijen die elkaar op papier nauwelijks ontliepen kregen het niet voor elkaar om samen te werken. Niet door inhoudelijke blokkades van buitenaf, maar door interne ruzies, profileringsdrang en een schrijnend gebrek aan leiderschap. Geert Wilders regeerde informeel mee zonder verantwoordelijkheid te dragen, Dick Schoof was als premier opvallend afwezig, en niemand nam de regie.

Het cynische is dat rechts haar eigen falen vervolgens niet bij zichzelf legt. In plaats daarvan blijft men suggereren dat links, rechters of “Brussel” het probleem zijn. Terwijl links sinds 2017 nauwelijks nog politieke macht heeft. Dat frame kan alleen standhouden omdat links zelf nalaat het structurele falen van rechts consequent te benoemen. De tweede val van Wilders I had hét moment kunnen zijn waarop links dat verhaal claimde. Dat gebeurde niet.

Zo blijft de paradox in stand: rechts regeert, rechts faalt, maar rechts bepaalt wel het narratief. Ondertussen profiteert extreemrechts van de chaos die het zelf veroorzaakt. Die chaos is geen bijproduct maar een verdienmodel van extreemrechts. Dat geldt niet alleen nationaal, maar ook internationaal. Politieke instabiliteit in Nederland is gunstig voor regimes die belang hebben bij verzwakte democratieën en afbrokkelende steun aan Oekraïne. Dat die instabiliteit actief wordt aangejaagd via desinformatiecampagnes is inmiddels geen complottheorie meer.

Met het oog op 2026 dreigt een herhaling van zetten. Onder leiding van de VVD dreigt dezelfde verdeeldheid, hetzelfde gebrek aan verantwoordelijkheid van rechts en een nieuwe val van Jetten I. De tweede val van Kabinet Wilders I had het kantelpunt kunnen zijn. Het moment waarop definitief duidelijk werd dat rechts niet alleen geen oplossingen heeft, maar zelfs niet in staat is om zijn eigen eensgezindheid te organiseren.

Wie na 2025 nog beweert dat falend beleid het gevolg is van “te veel links”, negeert de feiten. De tweede val van Wilders I was het politieke moment van 2025 omdat het liet zien wat er gebeurt wanneer macht en bekwaamheid structureel uit elkaar zijn gegroeid. Dat is geen linkse analyse. Dat is simpelweg de realiteit.

Fijne jaarwisseling gewenst.