Het vertrek van Caroline van der Plas als leider van de BoerBurgerBeweging is geen verrassing. Het is het onvermijdelijke eindpunt van een politieke beweging die groot werd op simplisme en beloftes, maar struikelde over de werkelijkheid. Van der Plas blijft Kamerlid, maar haar aftreden als partijleider markeert het failliet van een project dat begon als ‘de stem van de boer’ en eindigt als het zoveelste voorbeeld van populisme dat bezwijkt onder zijn eigen beloften.
De tegenstelling tussen retoriek en realiteit werd pijnlijk zichtbaar toen Van der Plas in Buitenhof nog stoer verklaarde dat ze in Brussel “met de vuist op tafel zou slaan”, om een dag later tegenover NOS-correspondent Kysia Hekster toe te geven dat het zo simpel niet werkt. Het moment was veelzeggend. Niet omdat politici van inzicht veranderen — dat hoort bij politiek — maar omdat hier het fundament onder het hele BBB-verhaal zichtbaar werd: de illusie dat complexe internationale verdragen en nationale wetgeving met een beetje bravoure kunnen worden weggeblazen.
Dat is de kern van het populistische verdienmodel. Problemen worden voorgesteld als eenvoudig. Oplossingen als onmiddellijk uitvoerbaar. Tegenstanders als verraders. Totdat de populist zelf aan de knoppen zit.
Na de monsterzege bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 en toetreding tot het faalkabinet Schoof in datzelfde jaar kreeg BBB de kans om haar beloften waar te maken. Met Femke Wiersma op Landbouw zou de sector eindelijk worden gered. Maar de praktijk bleek weerbarstig. Plannen botsten op stikstofregels, Europese afspraken, begrotingsbeperkingen en juridische grenzen. De politieke werkelijkheid liet zich niet intimideren door verkiezingsslogans.
De teleurstelling onder de achterban groeide, en zoals zo vaak bij populistische bewegingen volgde geen zelfreflectie, maar radicalisering. In plaats van realistische landbouwoplossingen verschoof de partij richting het bredere repertoire van extreemrechts, waar ook PVV, Forum voor Democratie, JA21 en VVD in dezelfde smerige bruine electorale vijver gevuld met haat en jaloezie zitten te vissen. Van der Plas begon zichzelf te presenteren als slachtoffer van een vijandig systeem, een bekend repertoire waarin eigen falen wordt omgezet in martelaarschap.
De kiezer trapte daar steeds minder in. Bij de verkiezingen van 2025 halveerde de partij. In de peilingen van begin 2026 resteert nauwelijks nog steun. De politieke houdbaarheidsdatum van BBB bleek even kort als die van eerdere protestpartijen.
Nu barst ook intern de strijd los. Henk Vermeer moet de leiding overnemen, maar delen van de partij zien liever Mona Keijzer naar voren schuiven. Het conflict legt de fundamentele zwakte van nieuwe extreemrechtse experimenten bloot: er is geen gedeelde visie, alleen gedeelde verontwaardiging. En verontwaardiging is een slechte basis voor goed bestuur.
Dit patroon is niet nieuw. De Lijst Pim Fortuyn implodeerde na intern geruzie. Nieuw Sociaal Contract verloor geloofwaardigheid toen beloften onuitvoerbaar bleken. Populistische bewegingen floreren in oppositie, maar verdorren in verantwoordelijkheid. Want regeren vereist compromissen, kennis en geduld — precies de eigenschappen die populisme afdoet als zwakte.
BBB is geen uitzondering, maar een herhaling. De boeren lobbyclub beweerde het systeem te zullen veranderen, maar werd uiteindelijk door dat systeem zelf veranderd. Een beweging die zei op te komen voor boeren strandde in interne machtsspelletjes en electorale krimp.
Het vertrek van Van der Plas is daarom meer dan een persoonlijke stap terug. Het is een erkenning van een politieke realiteit die populisten altijd ontkennen: schreeuwen is geen besturen. Beloften zijn geen beleid. En de werkelijkheid laat zich niet wegsturen met een vuist op tafel.
Wat resteert is een partij in verval, verscheurd door rivaliteit en zonder duidelijke koers. BBB begon als een revolutie. Het eindigt als een voetnoot. Het einde van BBB bewijst dat populisme geen oplossingen heeft. Nu niet. Dan niet. Nooit niet.


.jpg)



