Pagina's

donderdag 13 augustus 2026

Het failliet van de VVD: Als de minister van Defensie liever grensrechter speelt

De wereld staat op springen. Aan de oostgrens van Europa klinkt het angstaanjagende gebrul van een agressieve Russische beertactiek, de Amerikanen trekken zich in rap tempo terug achter hun eigen oceanen, en op ons eigen continent roken de puinhopen van klimaatverandering en geopolitieke spanningen. Voor honderden miljarden euro’s moeten we investeerders, materieel, gevechtsvliegtuigen en munitie inschakelen om onze veiligheid te waarborgen. En wat doet onze kersverse minister van Defensie, Dilan Yesilgöz? Die zit in elke Hilversumse studio waar ze maar kan te orakelen dat ze "dag en nacht bezig is met asiel".

In Goedenavond Nederland van dinsdag 11 augustus 2026 sprak Yesilgöz zonder te blikken of te blozen het vonnis uit over haar eigen functioneren. Want wie dag en nacht bezig is met een portefeuille die niet de hare is, laat het eigenlijke werk – de defensie van onze rechtsstaat en onze veiligheid – simpelweg op de plank liggen.

Het is een wrange paradox dat juist Yesilgöz, zelf ooit als kind van een Koerdische vluchteling naar Nederland gekomen, vandaag de dag geen enkele grens meer lijkt te kennen wanneer het op het bashen van asielzoekers aankomt. Vorige week nog verspreidde ze aantoonbare desinformatie via X (voormalig Twitter) over een vermeende migratiecrisis in Ceuta; een enclave die niet eens tot de Schengenzone behoort. Of ze wist dat niet (bedroevend voor een partijleider) óf ze bedonderde welbewust de boel omdat bij de VVD alles geoorloofd is zodra het over migratie gaat.

Wanneer de kritiek aanzwelt, verschuilt ze zich achter een zwak narratief: “Ik zeg dit als vicepremier en partijleider.” Een schandelijke miskenning van ons staatsrecht. Het kabinet behoort met één mond te spreken. Een vicepremier is slechts een vervanger voor als de premier verhinderd is, geen vrijbrief om buiten je eigen boekje te gaan en constant amok te maken in de media.

Ondertussen kijkt premier Rob Jetten gelaten toe. Jetten mag het land vertegenwoordigen, lintjes doorknippen in Eindhoven, handen schudden in de Antwerpse haven en meedansen tijdens de Pride, maar het leiderschap over zijn eigen ploeg ontbreekt. Net zoals Dick Schoof eerder de grip verloor op de flanken, laat Jetten toe dat de VVD-kikkers aan de lopende band uit de kruiwagen springen.

De grote vraag is: waarom houdt een minister van Defensie zich dag en nacht bezig met asiel? Zeker nu de felbegeerde asielnoodmaatregelwetten én het Europese Migratiepact al zijn aangenomen. Wetten die door mensrechtenorganisaties terecht zijn bekritiseerd vanwege het mensonterende karakter en het devalueren van het recht op opvang. De VVD heeft haar inhumane doelen op papier immers al bereikt.

Het antwoord is even simpel als cynisch: zonder de stroom van
asielpaniek blijkt de VVD een volstrekt lege huls.

Als het niet over migratie gaat, heeft de partij geen verhaal meer. De economie stokt, de kloof tussen arm en rijk groeit, de energietransitie vraagt om visie en de wereldvrede staat op het spel. Maar over al die thema's blijft het ijzig stil aan de VVD-zijde. Asiel is het enige electorale stoom-en-kokend-water-mechanisme dat de partij nog heeft. De alarmbellen moeten blijven loeien, de praattafels moeten gevuld blijven met VVD’ers die claxonneren over een crisis die ze nota bene zelf in stand houden en beheren.

Analisten zien de bui al hangen. De frictie binnen de coalitie neemt toe; het CDA – dat met Van den Brink de feitelijke en 'onzichtbare' asielminister levert – wordt buitenspel gezet, en D66 ziet haar premier degraderen tot figurant. Alles wijst erop dat de VVD voorsorteert op een zoveelste kabinetscrisis. Zodra de begrotingsonderhandelingen klappen, kan de VVD immers weer de armen openen voor extreemrechts: een coalitie met de PVV, FvD, BBB, JA21 en SGP. Een rechtse krachtenbundeling die op klimaat, sociale gelijkheid en geopolitiek geen enkel idee heeft, maar verenigd is in één enkele obsessie.

Dilan Yesilgöz is officieel minister van Defensie, zoals Rob Jetten officieel de premier is. Het zijn titels op papier, maar de realiteit in Den Haag bewijst helaas dagelijks het tegendeel.


zondag 2 augustus 2026

PVV corvee op extreemrechts: De hypocrisie rond de crisis in Ceuta

Nog voordat de eerste mensen de grens bij Ceuta waren overgestoken klom extreemrechts in Europa alweer in de pen. In Nederland opende PVV-leider Geert Wilders het bekende politieke theater door vanaf zijn vakantieadres in Israël via X te eisen dat de Tweede Kamer terug zou keren van reces. Het doel: een spoeddebat afdwingen over de ontstane situatie in de Spaanse exclave in Noord-Afrika. De VVD (zelf al zestien jaar onafgebroken aanwezig in alle denkbare coalities) verrichtte direct weer PVV-corvee: Ruben Brekelmans, Dilan Yeşilgöz en Ulysse Ellian reageerden als door een wesp gestoken uit angst voor kiezersverlies. De ironie spat eraf: juist Yeşilgöz en Ellian kwamen ooit zelf als vluchteling naar Nederland, maar trekken nu vol overgave de deur dicht voor mensen in precies dezelfde positie.

Vrijdagochtend bestormden ongeveer 50.000 Marokkaanse migranten de grensovergang bij de Spaanse exclave Ceuta, een gebied met een oppervlakte vergelijkbaar met Gouda en een inwoneraantal van 84.000. De actie lijkt strak gecoördineerd te zijn via sociale media, waarbij mensen per vrachtwagen naar de grens werden getransporteerd en Marokkaanse grenswachten opvallend afwezig waren. Veel vluchtelingen probeerden zwemmend de Spaanse exclave te bereiken omdat het Spaanse hooggerechtshof had geoordeeld dat wie zwemmend de Spaanse kust bereikt niet zomaar direct mag worden teruggestuurd. Circa 56 mensen vonden de dood. Het merendeel van de slachtoffers is verdronken tijdens de poging om zwemmend  de Spaanse kust te bereiken. Een kleiner deel kwam om door verdrukking bij de grensafzettingen.

In de reacties werd de linkse Spaanse premier Pedro Sánchez direct doelwit. De Italiaanse premier Giorgia Meloni dreigde zelfs met het opschorten van de afspraken uit het Schengenverdrag met Spanje. Daarmee sloeg de Italiaanse premier de plank inhoudelijk volledig mis: de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla vallen simpelweg niet onder het Schengengebied. Bovendien geldt dat een asielaanvraag in de exclaves zelf moet worden behandeld en niet automatisch recht geeft op doorreis naar het Spaanse vasteland.

De gebeurtenissen staan niet op zichzelf. Ceuta en Melilla zijn al decennia het onderwerp van een territoriaal geschil tussen Spanje en Marokko. De verdenking is sterk dat de migranten zijn ingezet als politiek drukmiddel in een breder geopolitiek spel, waarbij Marokko de druk op Spanje opvoert. Deze tactiek van hybride oorlogvoering, waarbij mensen worden gebruikt om de Europese Unie te destabiliseren, wordt aan de oostgrens van de NAVO ook al jaren door Rusland en Wit-Rusland succesvol toegepast.

De Spaanse overheid handelde daarentegen voortvarend. Sánchez reisde direct naar Ceuta en de situatie werd met de inzet van militairen en snelle terugstuurprocedures doeltreffend aangepakt. Binnen 24 uur was het overgrote deel van de migranten terug over de grens en was van grootschalige doorreis naar Europa dus geen sprake. Toen het daadwerkelijke resultaat duidelijk werd, bleef het op de sociale mediakanalen van Wilders, Brekelmans, Yeşilgöz en Ellian opvallend stil.

Omdat het CDA zich niet aansloot bij dit fascistische feestje van Wilders en zijn extreemrechtse maatjes waren er slechts 71 zetels aan steun en kwam de Tweede Kamer niet terug van reces en kon het racistische stokpaardje van VVD, PVV, Ja21, Keijzer en de staatsgevaarlijke Markuszower weer terug in de kast, naast de bruine kaplaarzen.

Italiaanse spotprent. Sanchez tegen Meloni:"Alles binnen 24 uur gerepatrieerd
Vertel me nu eens over Libië en jouw 500.000"


dinsdag 19 mei 2026

De knieval van de VVD: Hoe de angst voor extreemrechts de rechtsstaat uitholt

De VVD presenteerde zich jarenlang als het ultieme anker van bestuurlijke stabiliteit. Terwijl de politieke wind gierde en crises elkaar in hoog tempo opvolgden – van de kredietcrisis en de vluchtelingencrisis tot de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne – was daar altijd de VVD om de boel ‘verantwoord’ bij elkaar te houden. Maar na de leiderschapswissel in 2023 is die vermeende stabiliteit als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat rest is een partij die rillend van angst naar de rechterflank staart, lamgelegd door de vrees kiezers te verliezen aan populistisch rechts.

De fatale strategische blunder was het intrekken van de harde grens met de PVV. Waar Mark Rutte in 2017 Geert Wilders nog met een kort briefje resoluut buitensloot, opende de nieuwe VVD-leiding de deur wagenwijd. Daarmee gaven ze hun eigen achterban een alternatief cadeau dat voorheen ondenkbaar was. Het resultaat? Een kabinet dat nagenoeg niets presteert en een VVD die zich in een permanente staat van paniek bevindt.

De angst regeert en dat leidt tot dieptriest electoraal opportunisme waarbij zelfs fundamentele rechtsstatelijke principes bij het grofvuil worden gezet. Neem het haastig door Wilders ingediende amendement om illegaliteit strafbaar te stellen. Vlak voor de verkiezingen stemde de VVD-fractie gedwee mee. Bestuurlijk volstrekt onverantwoord en ondoordacht, maar de angst om voor ‘links’ versleten te worden woog zwaarder dan het leveren van deugdelijke wetgeving.

Diezelfde paniek zien we terug in de frontale aanval van de liberalen op onze grondrechten. Plotseling is de partij die ooit de mond vol had van individuele vrijheid de grootste voorstander van het inperken van het demonstratierecht. Zelfs nadat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (het onafhankelijke kennisinstituut van hun eigen ministerie) concludeerde dat strengere regels onnodig zijn en averechts werken, bleef de VVD drammen op symboolwetgeving om protesten te beteugelen.

Het dieptepunt van dit intellectuele faillissement bleek wel toen de VVD meestemde met een ultrarechtse motie om 'Antifa' te verbieden als terroristische organisatie. Dat de AIVD en juristen direct opmerkten dat Antifa helemaal geen structuur of organisatie hééft maar een decentraal idee is, deed er niet toe. De VVD wilde daadkracht veinzen en bleek in haar ijver zelfs bereid om, bij monde van Dilan Yesilgöz, te pleiten voor het verbieden van een 'gedachtegoed'. Een grotere inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is voor een zogenaamd liberale partij nauwelijks denkbaar.

Hetzelfde patroon zagen we bij de Spreidingswet. In plaats van te kiezen voor fatsoenlijk, landelijk beleid, zwabberde de top mee met de populistische wind. Fractievoorzitter Brekelmans stelde doodleuk dat gemeenten zelf maar moesten kijken of ze asielzoekers wilden opvangen – een bewuste verdraaiing van de werkelijkheid om de eigen rechterflank te pleasen.

De weigering om tijdens de formatie überhaupt te praten met GroenLinks-PvdA was de genadeklap voor het eigen politieke vernuft. Door links bij voorbaat te criminaliseren, gijzelt de VVD haar eigen kabinet in de zoektocht naar brede meerderheden. De ironie is pijnlijk: in plaats van een constructief gesprek met Jesse Klaver en Frans Timmermans, moet ditzelfde kabinet straks aan tafel met woedende vakbonden. De VVD ontvluchtte de constructieve linkse politiek, om vervolgens recht in de armen te lopen van de gestaalde kaders van de FNV, waar de invloed van de SP nog altijd voelbaar is. Dat is geen strategisch meesterschap; dat is het totale failliet van het liberale machtsdenken.


zaterdag 9 mei 2026

De asielmachine draait overuren terwijl Nederland langzaam armer wordt

 Afgelopen week verscheen opnieuw een rapport van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat de ongelijkheid in Nederland verder toeneemt. Opnieuw bleek dat vermogens steeds schever verdeeld raken, dat rijkdom zichzelf versterkt en dat de kansenongelijkheid groeit. Wie veel bezit, krijgt er vrijwel automatisch meer bij. Wie weinig heeft, ziet de kosten van het dagelijks leven sneller stijgen dan het inkomen kan bijhouden. Het zijn geen incidenten meer, maar structurele ontwikkelingen die de fundamenten van de samenleving aantasten. Maar Nederland had het liever over asiel.

Dat is inmiddels het patroon. Terwijl boodschappen onbetaalbaar worden, jonge stellen geen woning meer kunnen kopen en steeds meer Nederlanders iedere maand moeten puzzelen om rond te komen, blijft het publieke debat gevangen in een eindeloze herhaling van dezelfde culturele en migratievraagstukken. Demonstraties tegen azc’s halen moeiteloos alle talkshows, terwijl een rapport over groeiende economische ongelijkheid nauwelijks een voetnoot waard lijkt.

Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een politieke keuze. Nederland telt inmiddels acht partijen die zichzelf profileren als hard op asiel. Acht partijen die dagelijks verklaren dat migratie hét grote probleem van Nederland is. Acht partijen die sinds 2017, in wisselende samenstellingen, beschikken over een comfortabele meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Wie werkelijk gelooft dat asiel de allesoverheersende crisis van Nederland is, zou verwachten dat er na bijna tien jaar politieke dominantie ten minste een samenhangend beleid zou liggen.

Maar dat is er niet. In plaats daarvan zien we ruzies, afsplitsingen, ingestorte coalities en zelfs partijen die tegen hun eigen wetsvoorstellen stemmen. Niet omdat oplossingen onmogelijk zijn, maar omdat het onderwerp politiek veel te waardevol is geworden om echt op te lossen. Asiel is geen dossier meer; het is een verdienmodel. Zolang de crisis blijft bestaan, blijft ze bruikbaar voor campagnes, talkshows en verkiezingsretoriek.

Ondertussen blijft de echte crisis grotendeels buiten beeld. Want buiten de televisiestudio’s groeit de ongelijkheid in een tempo dat jarenlang ondenkbaar leek in Nederland. De kosten van levensonderhoud zijn voor veel huishoudens explosief gestegen. Een week boodschappen is voor steeds meer gezinnen een financiële aanslag geworden. Jongeren stellen hun kinderwens uit omdat wonen, energie, kinderopvang en dagelijkse kosten simpelweg te duur zijn geworden. De middenklasse brokkelt langzaam af terwijl bezitters van vermogen hun rijkdom vrijwel onaangetast zien doorgroeien.

Zelfs het CPB zegt inmiddels openlijk wat jarenlang werd ontkend: het Nederlandse belastingstelsel versterkt die ongelijkheid. Vermogen wordt relatief mild belast, fiscale constructies beschermen de hoogste inkomens en rijkdom genereert vanzelf nieuwe rijkdom. Geld maakt geld, terwijl arbeid steeds zwaarder wordt belast.

Dat is geen natuurverschijnsel. Het is beleid. Vooral de VVD heeft die koers de afgelopen zestien jaar vormgegeven. Ironisch genoeg blijft diezelfde partij ondertussen praten over een “Haagse herverdelingsmachine” alsof Nederland gebukt gaat onder overdreven nivellering. De werkelijkheid is precies andersom. Als er één machine permanent draait in Den Haag, dan is het de machine die vermogen beschermt, belastingvoordelen doorsluist naar de bovenlaag en economische ongelijkheid verder verdiept.

En terwijl die economische scheefgroei toeneemt, blijft een groot deel van de media meebewegen in dezelfde politieke tunnelvisie. Dagelijkse talkshows nodigen steevast dezelfde politici uit om opnieuw over asiel te praten, terwijl fundamentele economische problemen amper worden uitgediept. De groeiende kloof tussen arm en rijk krijgt zelden de urgentie die ze verdient. Alsof een samenleving waarin steeds meer mensen financieel verdrinken minder gevaarlijk is dan een paar honderd extra asielzoekers.

Dat voortdurende afleidingsspel heeft gevolgen. Want hoe meer tijd en politieke energie naar culturele paniek gaat, hoe minder aandacht er overblijft voor bestaanszekerheid, volkshuisvesting, zorg en kansenongelijkheid. Extreemrechts presenteert zich graag als stem van “de gewone Nederlander”, maar wanneer het gaat over betaalbare woningen, hogere lonen of eerlijke vermogensbelasting, blijft het opvallend stil.

Dat is ook logisch. Het aanpakken van ongelijkheid vraagt keuzes die botsen met de belangen van vermogenden, aandeelhouders en grote bedrijven. Veel eenvoudiger is het om de woede van kiezers te richten op migranten, linkse partijen of “de elite”, terwijl ondertussen precies die economische elite buiten schot blijft.

De tragiek is dat steeds meer Nederlanders dat spel beginnen te betalen met hun toekomst. Niet omdat Nederland arm is geworden, maar omdat rijkdom steeds ongelijker wordt verdeeld. De vraag is allang niet meer óf de ongelijkheid groeit. De vraag is hoeveel ongelijkheid Nederland nog accepteert voordat de sociale samenhang definitief breekt.

En zolang het publieke debat volledig opgeslokt blijft door de asielmachine, hoeft niemand in Den Haag die vraag echt te beantwoorden.



zondag 3 mei 2026

Rob Jetten staat nog steeds in zijn smetteloze pak, maar de modder komt inmiddels tot aan zijn knieën

De sluwe beeldregie waarmee Rob Jetten het torentje wist te veroveren, is inmiddels een molensteen rond zijn nek geworden. Waar hij tijdens de formatie schitterde door snelheid en een glimlach die elke inhoudelijke frictie leek glad te strijken, staat hij nu in de kille regen van een minderheidskabinet dat aan alle kanten lekt. Het is een klassiek politiek drama: de man die dacht de nieuwe Mark Rutte te zijn, wordt nu vakkundig gefileerd door de partij van Rutte zelf.

In de Tweede Kamer zagen we onlangs een onthutsend schouwspel dat de morele leegte van het huidige politieke klimaat blootlegde. Een debat over antisemitisme ontaardde in een platte politisering van menselijk leed. Terwijl Laura Bromet (PRO) herinnerde aan de gruwelijke geschiedenis van haar eigen familie, greep rechts Nederland de gelegenheid aan om de schuld exclusief bij moslims en migranten te leggen. Of het nu de PVV, de VVD of de eenmansfractie van Mona Keijzer was: antisemitisme werd niet bestreden als een diepgeworteld maatschappelijk kwaad, maar ingezet als handige munitie tegen de islam. De Kamer verkoos de eigen politieke werkelijkheid boven de historische feiten, waarin antisemitisme helaas een veel bredere en diepere voedingsbodem heeft dan alleen de migratiestromen van de laatste jaren.

Dit gebrek aan gezamenlijkheid is tekenend voor de wankele fundering waarop het kabinet-Jetten is gebouwd. Terwijl de ploeg pas twee maanden onderweg is, regeert niet de stabiliteit maar het pure opportunisme. De VVD voert hierbij de boventoon met een geraffineerde campagne die erop gericht is Jettens reputatie te slopen nog voordat hij goed en wel in het zadel zit. Oud-gedienden zoals Jorritsma en Zijlstra worden strategisch in talkshows gepositioneerd om de premier als een lichtgewicht weg te zetten. De boodschap is even eenduidig als vals: "Mark zou dit allang hebben opgelost." Het is een gecoördineerde aanval op de geloofwaardigheid van een premier die ze zelf in het zadel hebben geholpen, puur om de eigen rechtse flank af te dekken.

De ironie is pijnlijk voor iedereen die in de 'nieuwe bestuurscultuur' geloofde. Jetten dacht met zijn strakke deadlines en snelle formatie daadkracht uit te stralen, maar hij heeft zichzelf daarmee in een fuik gezwommen. Door de enorme tijdsdruk die hij zichzelf oplegde, kon Dilan Yesilgöz de hoofprijs vragen aan de onderhandelingstafel. Jetten zat gevangen in zijn eigen beeldregie; hij moest slagen, en dat wist de VVD. Nu zit hij opgescheept met een regeerakkoord dat op sociaal-economisch gebied een keihard liberaal stempel draagt, terwijl hij voor elk wetsvoorstel met de pet in de hand langs de oppositie moet in een vijandige Eerste Kamer.

De PVV speelt ondertussen haar eigen cynische spel. Geert Wilders laat de asielwetten van zijn eigen minister Faber in de senaat sneuvelen, simpelweg omdat hij het thema liever warm houdt voor toekomstige verkiezingen dan dat hij werkelijk verantwoordelijkheid draagt. Het toont aan dat dit kabinet niet gebouwd is op een gedeelde visie, maar op de angst om de macht te verliezen. Jetten staat er in dit mijnenveld feitelijk alleen voor. De beeldregie die hem aan de macht bracht, bleek een kwetsbare façade. Nu die afbrokkelt, blijft een premier over die vergeten is dat regeren niet alleen gaat over communicatie, maar vooral over het overleven in de modder van de machtspolitiek. Jetten staat nog steeds in zijn smetteloze pak, maar de modder komt inmiddels tot aan zijn knieën.

 


zaterdag 25 april 2026

60 Miljard voor een belofte: Stevenen we af op een AI-bankencrisis?

De overname van de AI-code-editor Cursor door SpaceX voor een bedrag van 60 miljard dollar markeert een historisch kantelpunt in de technologische sector. Hoewel Cursor met een jaaromzet van 2 miljard dollar een leidende rol speelt in de wereld van softwareontwikkeling, roept de astronomische overnamesom dwingende vragen op over de fundamentele waarde van het bedrijf. Deze transactie vertoont alle kenmerken van een speculatieve zeepbel, waarbij de prijs niet langer wordt bepaald door bedrijfseconomische realiteit, maar door een diepgewortelde angst bij grote spelers om de aansluiting bij de volgende technologische revolutie definitief te missen.

De parallel met de dot-com-bubbel van de late jaren negentig is onmiskenbaar en waarschuwend. Destijds kocht telecomgigant AT&T het bedrijf McCaw Cellular voor 11,5 miljard dollar, een bedrag dat in geen enkele verhouding stond tot de toenmalige prestaties van het relatief kleine bedrijf dat nauwelijks zwarte cijfers schreef. Net als AT&T destijds, lijkt SpaceX nu te investeren in een belofte van infrastructuur in plaats van bewezen rendement. Door de controle over de code-editor Cursor te verwerven, probeert Elon Musk de volledige keten van softwareontwikkeling te verticaliseren en in zijn ecosysteem te trekken. Dit strategische schaakspel negeert echter de operationele risico's: de geschiedenis leert dat wanneer een logge, hiërarchische mastodont een wendbaar en autonoom softwareteam opslokt, de innovatieve ziel en de snelheid van het overgenomen bedrijf vaak volledig verloren gaan.

De huidige markt bevindt zich in een fase van "monopoliegeld-economie". Voor actoren met ongekende middelen en enorme aandelenbelangen, zoals Musk, lijkt 60 miljard dollar op papier een acceptabel offer om de toegangspoort tot AI-gestuurde engineering te bezetten. Toch zien we de eerste concrete scheuren in dit financiële fundament. Microsoft, een van de grootste voortrekkers in de AI-sector, rapporteerde recentelijk dat de enorme miljardeninvesteringen in OpenAI nog niet zijn vertaald in de gehoopte winstcijfers. De kloof tussen de kapitaalinjecties en de werkelijke productiviteitswinst voor de eindgebruiker wordt met de dag groter. Wanneer de markt, net als in het jaar 2000, weer gaat vragen om tastbare resultaten en gezonde kasstromen in plaats van futuristische vergezichten, kan het sentiment razendsnel omslaan.

Het meest zorgwekkende aspect van deze ontwikkeling is het ontstaan van een systemisch risico dat sterke gelijkenissen vertoont met de bankencrisis van 2008. Waar destijds financiële instellingen als "too big to fail" werden beschouwd, zijn de huidige tech-giganten "too central to fail" geworden. Onze moderne economie is voor haar basisvoorzieningen, zoals wereldwijde communicatie via Starlink, logistiek en cruciale softwareontwikkeling, inmiddels afhankelijk van een zeer beperkt aantal spelers. Wanneer een van deze bedrijven wankelt door een te hoge schuldenlast, overwaardering of mislukte integraties, is de schade niet langer beperkt tot de portemonnee van de aandeelhouders. Omdat er geen alternatieve, onafhankelijke infrastructuur meer voorhanden is, kan een correctie in de AI-markt leiden tot een volledige technische en economische verlamming van het dagelijks leven.

Het voorbeeld van General Motors, dat resoluut stopte met hun robotaxi-project toen de kosten, juridische afkoopsommen en technische risico's te hoog werden, bewijst dat men altijd kán stoppen om het kernbedrijf te redden. Echter, de huidige tech-giganten lijken gevangen in de "Sunk Cost Fallacy": ze blijven miljarden pompen in bedrijven zonder tastbare activa om hun eerdere investeringen te rechtvaardigen en hun machtspositie te verdedigen. We lijken niet te leren van de lessen uit de jaren negentig omdat de collectieve focus uitsluitend op kapitaalaccumulatie en marktaandeel ligt. Indien de 60 miljard dollar voor Cursor inderdaad grotendeels uit "lucht" blijkt te bestaan, zal de daaropvolgende AI-bankencrisis dieper snijden dan de kredietcrisis, omdat we ditmaal niet alleen ons geld, maar de volledige digitale ruggengraat van onze samenleving op financieel drijfzand hebben gebouwd.



donderdag 23 april 2026

De VVD spaart voor de toekomst

 Nauwelijks waren de asielwetten gesneuveld in de Eerste Kamer of het bekende riedeltje begon: het lag aan D66. Niet een beetje, maar volledig. Alsof de rest van de politieke werkelijkheid er niet toe deed. Kort daarna zat de halve VVD alweer in de vaderlandse talkshows en radioprogramma’s om het verhaal erin te rammen dat deze blunder toch echt niet aan de VVD zelf lag. Strak geregisseerd. Zonder ruis. Zonder tegenspraak.

Die tegenspraak kwam er ook niet. Geen enkele journalist die de vuurspuwende meedogenloze VVD'ers de simpele vraag stelde hoe het toch mogelijk is dat de PVV tegen haar eigen voorstel stemde. Als de PVV gewoon had meegestemd dan was de steun van D66 helemaal niet nodig geweest. Zo ingewikkeld is het niet. Maar die vraag bleef uit. In plaats daarvan kreeg een hele batterij woeste VVD’ers die door de campagneleiding uit de kast waren getrokken alle ruimte om D66 als hoofdschuldige aan te wijzen.

Dat is geen slordigheid. Dat is gewoon hoe dit spel werkt. De VVD moet de aandacht weghouden van haar eigen blunders en een coalitie die vanaf dag één op drijfzand stond. Dilan Yeşilgöz gokte erop dat de PVV altijd zou leveren als het om asiel ging. Dat bleek een misrekening die de hele wereld zag aankomen. Behalve de VVD zelf. En dus gebeurt wat altijd gebeurt: er wordt een zondebok gezocht voor hun eigen falen. En die werd gevonden in D66.

Opvallend is wie er door die batterij VVD'ers níet werd aangepakt. De PVV blijft buiten schot. Geen toeval. Wie die extreemrechtse beweging nu frontaal aanvalt, maakt een volgende samenwerking lastiger. En laten we eerlijk zijn: een hernieuwde samenwerking met de PVV ligt bij de VVD gewoon nog op tafel. Wat er ook wordt geroepen door die batterij VVD’ers.

Het asieldossier is voor extreemrechts al jaren geen dossier meer, maar een ordinair verdienmodel. Problemen worden opgeblazen, oplossingen versimpeld en zodra er geleverd moet worden haakt extreemrechts af. Dat zagen we eerder tijdens Wilders I en dat zien we nu weer. De PVV heeft er geen enkel belang bij om het asielverhaal op te lossen. Geen enkel. Zonder probleem geen verhaal. En de VVD? Die speelt het spel mee. Omdat het werkt.

Wat je overhoudt is een politieke werkelijkheid waarin beeldvorming belangrijker is dan beleid. Waarin het slopen van een coalitiegenoot makkelijker is dan het oplossen van een probleem. Waarin talkshows op radio en tv zo VVD gezind zijn dat ze niet veel meer zijn dan een doorgeefluik.

Deze aanval op D66 is dus geen incident. Het is een rookgordijn. Handig om een mislukking achter te verstoppen en tegelijk de deur open te houden naar de volgende samenwerking met de PVV. Want die komt er gewoon. Nieuwe verkiezingen, hetzelfde onderwerp. Asiel als vaste prik. De VVD die weer stoer doet. De PVV die weer kan scoren zonder iets te hoeven leveren. En D66 dat het weer mag uitleggen. Als ze daar al de kans voor krijgen, want na de volgende verkiezingen is D66 hetzelfde lot beschoren als NSC: D66 gaat roemloos ten onder.

De VVD spaart voor de toekomst. Alleen niet voor oplossingen. Voor de volgende samenwerking met extreemrechts.