Pagina's

zaterdag 19 september 2026

Een kwetsbaar kabinet in een steeds onveiliger wereld

De Algemene Politieke Beschouwingen van de afgelopen week hebben vooral laten zien waar het gevaar voor kabinet-Jetten vandaan komt. Het grootste gevaar voor kabinet-Jetten komt niet van de oppositie. Het komt uit eigen gelederen. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA heeft 66 zetels en kan dus geen begroting door de Kamer loodsen zonder steun van partijen die niet in het kabinet zitten. Dat is op zichzelf al lastig. Maar tijdens de APB werd vooral duidelijk dat de coalitie zelf nog altijd geen antwoord heeft op de vraag waar die steun vandaan moet komen.

Het wrange aan de huidige politieke situatie is dat de discussie over de stabiliteit van het kabinet-Jetten zich grotendeels afspeelt alsof het om een Haags machtsspel gaat. Alsof de vraag of D66 en CDA met PRO praten of de VVD met JA21 en BBB vooral een kwestie is van politieke strategie en de angst van de VVD om kiezers kwijt te raken aan partijen rechts van haar. Partijen die elkaar ondertussen liever beconcurreren dan gezamenlijk naar het landsbelang kijken. Nederland bevindt zich ondertussen in een wereld waarin oorlog en geopolitieke spanningen steeds directer onze eigen samenleving raken. Juist dan is het opmerkelijk dat de politieke energie zo sterk wordt opgeslokt door de vraag welke partij op welke flank terrein wint.

De oorlog in Oekraïne woedt voort aan de rand van Europa. De oorlog rond Iran heeft gevolgen voor de veiligheid en de internationale energiemarkten. Voor Nederland, een open economie die sterk afhankelijk is van internationale handel, energie en transport, zijn dat geen ontwikkelingen die zich ergens ver weg afspelen. Ze kunnen uiteindelijk terechtkomen bij bedrijven, consumenten en de overheid. Minister van Defensie Dilan Yeşilgöz wijst zelf op de directe gevolgen van internationale conflicten voor de Nederlandse veiligheid. Nederland heeft bovendien opnieuw miljarden uitgetrokken voor militaire steun aan Oekraïne, terwijl de marine rekening houdt met een mogelijke internationale inzet rond de Straat van Hormuz.

Juist daarom is het opmerkelijk dat dezelfde Yeşilgöz als VVD-leider heeft gekozen voor een politieke constructie die allesbehalve ruim in haar parlementaire jas zit. Een minderheidskabinet met 66 zetels kan functioneren. Maar het vraagt wel voortdurend onderhandelen, compromissen sluiten en nieuwe meerderheden. In een periode waarin Nederland snel moet kunnen reageren op internationale crises, defensie moet versterken en economische schokken moet opvangen, is het op zijn minst een terechte vraag of je jezelf die extra politieke kwetsbaarheid moet aandoen.

Een kabinet dat afhankelijk is van wisselende meerderheden moet juist op momenten van crisis kunnen rekenen op voldoende politieke eensgezindheid. En precies die eensgezindheid staat nu onder druk. D66 en CDA kijken voor parlementaire steun nadrukkelijk naar PRO, terwijl de VVD de rechterflank met JA21 en BBB niet wil verliezen. Premier Jetten probeert ondertussen iedereen aan boord te houden. Tijdens de APB weigerde hij dan ook expliciet te kiezen voor een vaste linkse of rechtse route.

Dat is politiek begrijpelijk. Maar geopolitiek wordt het een stuk minder comfortabel. In tijden van internationale crises wil je als land niet eerst moeten uitzoeken welke parlementaire meerderheid daarvoor beschikbaar is. Je wilt een kabinet dat weet wat het wil, een coalitie die daarachter staat en een parlement dat begrijpt dat nationale veiligheid niet iedere keer onderdeel kan worden van een binnenlands machtsspel.

Daar zit de fundamentele paradox van Yeşilgöz. Als minister van Defensie waarschuwt ze voor een wereld waarin regionale conflicten allang niet meer regionaal zijn. Ze wijst op de gevolgen voor onze veiligheid en Nederland neemt onder haar verantwoordelijkheid concrete maatregelen, van extra steun aan Oekraïne tot voorbereidingen voor een mogelijke inzet rond de Straat van Hormuz. Tegelijkertijd heeft zij als VVD-leider meegewerkt aan een kabinet waarin de coalitie zelf verdeeld is over de vraag bij wie zij haar politieke steun moet zoeken.

Misschien is dat uiteindelijk wel het vreemdste aan deze politieke constructie. Nederland wordt geconfronteerd met een wereld die vraagt om méér slagvaardigheid, terwijl Den Haag zichzelf opzadelt met een kabinet dat voor vrijwel iedere grote beslissing opnieuw op zoek moet naar een meerderheid.

Dat is geen reden om ieder minderheidskabinet bij voorbaat af te schrijven. Maar het is wel een reden om de vraag hardop te stellen: was dit werkelijk het moment om Nederland politiek ingewikkelder te maken?

Ondertussen tikt de klok. Op 17 maart 2027 zijn de Provinciale Statenverkiezingen. Daarna kiezen de Provinciale Staten samen met de kiescolleges de Eerste Kamer. Voor een kabinet dat nu al afhankelijk is van steun buiten de coalitie, is dat geen onbelangrijke datum.

De eerste landelijke peilingen geven PRO ondertussen reden tot tevredenheid, terwijl de drie coalitiepartijen hun eigen electorale positie zullen moeten bewaken. Maar daarmee wordt het probleem voor het kabinet-Jetten eerder groter dan kleiner. Hoe dichter de verkiezingen naderen, hoe sterker de druk op VVD, D66 en CDA om zich tegenover hun eigen achterban te profileren. En hoe groter die druk wordt, hoe moeilijker het kan worden om elkaar politiek de ruimte te geven.

De APB hebben dus kabinet ten val gebracht. Maar ze hebben wel pijnlijk blootgelegd waar de echte kwetsbaarheid zit. Niet bij de oppositie, maar in de coalitie zelf. Een kabinet dat in een steeds onveiliger wereld juist slagvaardigheid zou moeten uitstralen, is voorlopig vooral bezig uit te zoeken wie bereid is het overeind te houden. Dat is een ongemakkelijke conclusie na twee dagen Algemene Politieke Beschouwingen.

maandag 31 augustus 2026

Kabinet-Jetten I- hebben we dit kunstje niet eerder gezien?

Wie de afgelopen dagen naar het kabinet-Jetten I keek, kon een merkwaardig gevoel van déjà vu krijgen. We hebben dit namelijk al eens gezien. Niet zo lang geleden nog. Ook het kabinet-Schoof begon met veel goede voornemens, om vervolgens geregeld te ontaarden in onderlinge ruzies, irritaties en politieke schermutselingen. Nu lijkt de geschiedenis zich opnieuw te herhalen. Alleen heet de premier dit keer Jetten.

Natuurlijk zijn D66, VVD en CDA geen PVV, VVD, NSC en BBB. De politieke verhoudingen zijn anders en ook de aanleiding voor de coalitievorming verschilt. Maar het onderliggende probleem vertoont opvallend veel overeenkomsten: partijen die elkaar nodig hebben om te kunnen regeren, maar politiek niet altijd dezelfde kant op willen.

De recente begrotingsonderhandelingen waren daarvan een uitstekend voorbeeld. Uiteindelijk kwam er een akkoord. Hoera. Maar wie denkt dat het daarmee klaar is, heeft de politieke werkelijkheid niet goed bekeken. Vooral de VVD hield de deur lange tijd dicht, tot ergernis van D66 en CDA. Er moest flink worden geduwd en getrokken voordat iedereen door dezelfde deur naar buiten kon.

Precies daar begint de vergelijking met Schoof interessant te worden. Ook daar was het regelmatig niet de oppositie die het kabinet de grootste problemen bezorgde, maar de coalitie zelf. Ministers en fracties waren voortdurend bezig elkaar politiek af te troeven. De premier mocht vervolgens uitleggen dat er niets aan de hand was en dat iedereen heus nog constructief samenwerkte. Dat ritueel kennen we inmiddels.

Het kabinet-Jetten heeft bovendien een handicap die Schoof ook parten speelde: het is afhankelijk van anderen. D66, VVD en CDA hebben samen slechts 66 zetels. Voor een meerderheid moeten zij dus voortdurend steun zoeken bij oppositiepartijen. Dat kan uitstekend werken als een kabinet intern eensgezind is en als partijen bereid zijn water bij de wijn te doen. Maar als de coalitie zelf al moeite heeft om tot overeenstemming te komen, wordt iedere extra onderhandeling een potentieel mijnenveld.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de inhoudelijke dossiers die eraan komen. Migratie, sociale zekerheid, stikstof, woningbouw, zorg en de overheidsfinanciën zijn onderwerpen waarbij D66, VVD en CDA bepaald niet automatisch hetzelfde antwoord geven. De begroting was slechts de eerste grote krachtmeting.

Daarom moeten we oppassen met de gedachte dat het kabinet nu bewezen heeft stabiel te zijn omdat het uiteindelijk een akkoord heeft bereikt. Het tegenovergestelde kan ook waar zijn: juist de manier waarop dat akkoord tot stand kwam, laat zien hoe moeizaam de samenwerking is.

Toch hoeft kabinet-Jetten niet meteen te vallen. Dat is belangrijk. Geen van de drie partijen staat te springen om nieuwe verkiezingen. Een val kan voor iedereen slecht uitpakken. Bovendien hebben zij laten zien dat er onder hoge druk uiteindelijk een compromis mogelijk is.

Maar de vraag is niet alleen of het kabinet vandaag nog staat. De vraag is of het de voortdurende politieke spanning kan verdragen. Een kabinet kan immers maandenlang overeind blijven terwijl het intern steeds verder uit elkaar groeit.

Mijn inschatting is daarom dat de kans dat kabinet-Jetten I vóór Kerstmis valt ongeveer 45 procent bedraagt. Dat is geen zekerheid, maar ook bepaald geen detail. En de kans dat deze coalitie probleemloos vier jaar volmaakt, schat ik aanzienlijk lager in.

Want wie naar het kabinet-Schoof keek, weet hoe snel politieke irritatie kan veranderen in structurele ruzie. En wie nu naar kabinet-Jetten kijkt, ziet verdacht veel bekende patronen.

Misschien is het dus niet de vraag óf we opnieuw een kabinetscrisis krijgen.

Misschien is het vooral de vraag hoeveel begrotingsakkoorden en nachtelijke onderhandelingen ervoor nodig zijn voordat iemand eindelijk zegt: tot hier en niet verder.




woensdag 26 augustus 2026

Is een Canadees EU lidmaatschap aanstaande?

 Nadat de Canadese delegatie vorige week wegliep uit de escalerende tariefonderhandelingen met Washington, verbraken de Amerikanen vrijwel alle diplomatieke banden met hun noorderburen. President Donald Trump stak zijn wens om van Canada de 51ste Amerikaanse staat te maken niet onder stoelen of banken, maar in Ottawa wil men daar uiteraard niets van weten. De reactie uit het Witte Huis was even voorspelbaar als drastisch: torenhoge importtarieven en zelfs de buitenissige eis om het Frans in Québec af te schaffen. Toen Canada weigerde te buigen, was de handelsoorlog tussen de twee historisch verknoopte buren een feit.

De Canadese premier Mark Carney kondigde daarop aan deze herfst naar Brussel te reizen voor intensieve onderhandelingen met de Europese Unie. In Europese diplomatieke kringen begon het meteen te gonzen: zou Canada zich dan daadwerkelijk bij de EU aansluiten? Het idee valt samen met een bredere kentering. In Eurosceptische landen zoals IJsland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk wordt door de toenemende Amerikaanse onbetrouwbaarheid weer hardop nagedacht over nauwere banden met Brussel. IJsland organiseert komende week zelfs een referendum over het herstarten van de EU-toetredingsonderhandelingen, en de peilingen wijzen op een meerderheid. Dat zou ook Noorwegen over de streep kunnen trekken, terwijl in Londen de roep om hernieuwde aansluiting bij de Europese markt steeds luider klinkt.

Canada is echter een heel ander verhaal. De Canadezen maken weliswaar deel uit van het Britse Gemenebest en voelen zich historisch verwant met Europa, maar een formeel EU-lidmaatschap is juridisch uitgesloten. Artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie stelt immers dat alleen Europese staten lid kunnen worden.

Bovendien is de uitgangspositie onvergelijkbaar. IJsland en Noorwegen zijn via de Europese Economische Ruimte (EER) al grotendeels geïntegreerd in de Europese markt en nemen een groot deel van de Brusselse regelgeving over. Canada is qua wetgeving en industriestandaarden daarentegen volledig op Amerikaanse leest geschoeid. Meer dan de helft van de Canadese productie gaat naar de VS; een dergelijke economische verwevenheid verleg je niet in één herfst naar Europa.

Ook de aanname dat EU-lidmaatschap automatisch leidt tot paspoortvrij reizen klopt niet. Paspoortvrij verkeer wordt geregeld door de Schengen-zone, niet door het EU-lidmaatschap zelf. Zelfs bij een historisch vergaand partnerschap zou Canada de eigen grenscontroles gewoon behouden.

Hoewel Europa snakt naar Canadese grondstoffen en Canada kan profiteren van Europese investeringen, blijft een Canadees EU-lidmaatschap een illusie. Intensivering van de handel via verdragen zoals CETA is logisch, maar de Canadese realiteit blijft Noord-Amerikaans. Vroeg of laat zal ook in Washington het gezond verstand weer bovendrijven, al kan dat nog wel even duren.





donderdag 13 augustus 2026

Het failliet van de VVD: Als de minister van Defensie liever grensrechter speelt

De wereld staat op springen. Aan de oostgrens van Europa klinkt het angstaanjagende gebrul van een agressieve Russische beertactiek, de Amerikanen trekken zich in rap tempo terug achter hun eigen oceanen, en op ons eigen continent roken de puinhopen van klimaatverandering en geopolitieke spanningen. Voor honderden miljarden euro’s moeten we investeerders, materieel, gevechtsvliegtuigen en munitie inschakelen om onze veiligheid te waarborgen. En wat doet onze kersverse minister van Defensie, Dilan Yesilgöz? Die zit in elke Hilversumse studio waar ze maar kan te orakelen dat ze "dag en nacht bezig is met asiel".

In Goedenavond Nederland van dinsdag 11 augustus 2026 sprak Yesilgöz zonder te blikken of te blozen het vonnis uit over haar eigen functioneren. Want wie dag en nacht bezig is met een portefeuille die niet de hare is, laat het eigenlijke werk – de defensie van onze rechtsstaat en onze veiligheid – simpelweg op de plank liggen.

Het is een wrange paradox dat juist Yesilgöz, zelf ooit als kind van een Koerdische vluchteling naar Nederland gekomen, vandaag de dag geen enkele grens meer lijkt te kennen wanneer het op het bashen van asielzoekers aankomt. Vorige week nog verspreidde ze aantoonbare desinformatie via X (voormalig Twitter) over een vermeende migratiecrisis in Ceuta; een enclave die niet eens tot de Schengenzone behoort. Of ze wist dat niet (bedroevend voor een partijleider) óf ze bedonderde welbewust de boel omdat bij de VVD alles geoorloofd is zodra het over migratie gaat.

Wanneer de kritiek aanzwelt, verschuilt ze zich achter een zwak narratief: “Ik zeg dit als vicepremier en partijleider.” Een schandelijke miskenning van ons staatsrecht. Het kabinet behoort met één mond te spreken. Een vicepremier is slechts een vervanger voor als de premier verhinderd is, geen vrijbrief om buiten je eigen boekje te gaan en constant amok te maken in de media.

Ondertussen kijkt premier Rob Jetten gelaten toe. Jetten mag het land vertegenwoordigen, lintjes doorknippen in Eindhoven, handen schudden in de Antwerpse haven en meedansen tijdens de Pride, maar het leiderschap over zijn eigen ploeg ontbreekt. Net zoals Dick Schoof eerder de grip verloor op de flanken, laat Jetten toe dat de VVD-kikkers aan de lopende band uit de kruiwagen springen.

De grote vraag is: waarom houdt een minister van Defensie zich dag en nacht bezig met asiel? Zeker nu de felbegeerde asielnoodmaatregelwetten én het Europese Migratiepact al zijn aangenomen. Wetten die door mensrechtenorganisaties terecht zijn bekritiseerd vanwege het mensonterende karakter en het devalueren van het recht op opvang. De VVD heeft haar inhumane doelen op papier immers al bereikt.

Het antwoord is even simpel als cynisch: zonder de stroom van
asielpaniek blijkt de VVD een volstrekt lege huls.

Als het niet over migratie gaat, heeft de partij geen verhaal meer. De economie stokt, de kloof tussen arm en rijk groeit, de energietransitie vraagt om visie en de wereldvrede staat op het spel. Maar over al die thema's blijft het ijzig stil aan de VVD-zijde. Asiel is het enige electorale stoom-en-kokend-water-mechanisme dat de partij nog heeft. De alarmbellen moeten blijven loeien, de praattafels moeten gevuld blijven met VVD’ers die claxonneren over een crisis die ze nota bene zelf in stand houden en beheren.

Analisten zien de bui al hangen. De frictie binnen de coalitie neemt toe; het CDA – dat met Van den Brink de feitelijke en 'onzichtbare' asielminister levert – wordt buitenspel gezet, en D66 ziet haar premier degraderen tot figurant. Alles wijst erop dat de VVD voorsorteert op een zoveelste kabinetscrisis. Zodra de begrotingsonderhandelingen klappen, kan de VVD immers weer de armen openen voor extreemrechts: een coalitie met de PVV, FvD, BBB, JA21 en SGP. Een rechtse krachtenbundeling die op klimaat, sociale gelijkheid en geopolitiek geen enkel idee heeft, maar verenigd is in één enkele obsessie.

Dilan Yesilgöz is officieel minister van Defensie, zoals Rob Jetten officieel de premier is. Het zijn titels op papier, maar de realiteit in Den Haag bewijst helaas dagelijks het tegendeel.


zondag 2 augustus 2026

PVV corvee op extreemrechts: De hypocrisie rond de crisis in Ceuta

Nog voordat de eerste mensen de grens bij Ceuta waren overgestoken klom extreemrechts in Europa alweer in de pen. In Nederland opende PVV-leider Geert Wilders het bekende politieke theater door vanaf zijn vakantieadres in Israël via X te eisen dat de Tweede Kamer terug zou keren van reces. Het doel: een spoeddebat afdwingen over de ontstane situatie in de Spaanse exclave in Noord-Afrika. De VVD (zelf al zestien jaar onafgebroken aanwezig in alle denkbare coalities) verrichtte direct weer PVV-corvee: Ruben Brekelmans, Dilan Yeşilgöz en Ulysse Ellian reageerden als door een wesp gestoken uit angst voor kiezersverlies. De ironie spat eraf: juist Yeşilgöz en Ellian kwamen ooit zelf als vluchteling naar Nederland, maar trekken nu vol overgave de deur dicht voor mensen in precies dezelfde positie.

Vrijdagochtend bestormden ongeveer 50.000 Marokkaanse migranten de grensovergang bij de Spaanse exclave Ceuta, een gebied met een oppervlakte vergelijkbaar met Gouda en een inwoneraantal van 84.000. De actie lijkt strak gecoördineerd te zijn via sociale media, waarbij mensen per vrachtwagen naar de grens werden getransporteerd en Marokkaanse grenswachten opvallend afwezig waren. Veel vluchtelingen probeerden zwemmend de Spaanse exclave te bereiken omdat het Spaanse hooggerechtshof had geoordeeld dat wie zwemmend de Spaanse kust bereikt niet zomaar direct mag worden teruggestuurd. Circa 56 mensen vonden de dood. Het merendeel van de slachtoffers is verdronken tijdens de poging om zwemmend  de Spaanse kust te bereiken. Een kleiner deel kwam om door verdrukking bij de grensafzettingen.

In de reacties werd de linkse Spaanse premier Pedro Sánchez direct doelwit. De Italiaanse premier Giorgia Meloni dreigde zelfs met het opschorten van de afspraken uit het Schengenverdrag met Spanje. Daarmee sloeg de Italiaanse premier de plank inhoudelijk volledig mis: de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla vallen simpelweg niet onder het Schengengebied. Bovendien geldt dat een asielaanvraag in de exclaves zelf moet worden behandeld en niet automatisch recht geeft op doorreis naar het Spaanse vasteland.

De gebeurtenissen staan niet op zichzelf. Ceuta en Melilla zijn al decennia het onderwerp van een territoriaal geschil tussen Spanje en Marokko. De verdenking is sterk dat de migranten zijn ingezet als politiek drukmiddel in een breder geopolitiek spel, waarbij Marokko de druk op Spanje opvoert. Deze tactiek van hybride oorlogvoering, waarbij mensen worden gebruikt om de Europese Unie te destabiliseren, wordt aan de oostgrens van de NAVO ook al jaren door Rusland en Wit-Rusland succesvol toegepast.

De Spaanse overheid handelde daarentegen voortvarend. Sánchez reisde direct naar Ceuta en de situatie werd met de inzet van militairen en snelle terugstuurprocedures doeltreffend aangepakt. Binnen 24 uur was het overgrote deel van de migranten terug over de grens en was van grootschalige doorreis naar Europa dus geen sprake. Toen het daadwerkelijke resultaat duidelijk werd, bleef het op de sociale mediakanalen van Wilders, Brekelmans, Yeşilgöz en Ellian opvallend stil.

Omdat het CDA zich niet aansloot bij dit fascistische feestje van Wilders en zijn extreemrechtse maatjes waren er slechts 71 zetels aan steun en kwam de Tweede Kamer niet terug van reces en kon het racistische stokpaardje van VVD, PVV, Ja21, Keijzer en de staatsgevaarlijke Markuszower weer terug in de kast, naast de bruine kaplaarzen.

Italiaanse spotprent. Sanchez tegen Meloni:"Alles binnen 24 uur gerepatrieerd
Vertel me nu eens over Libië en jouw 500.000"


dinsdag 19 mei 2026

De knieval van de VVD: Hoe de angst voor extreemrechts de rechtsstaat uitholt

De VVD presenteerde zich jarenlang als het ultieme anker van bestuurlijke stabiliteit. Terwijl de politieke wind gierde en crises elkaar in hoog tempo opvolgden – van de kredietcrisis en de vluchtelingencrisis tot de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne – was daar altijd de VVD om de boel ‘verantwoord’ bij elkaar te houden. Maar na de leiderschapswissel in 2023 is die vermeende stabiliteit als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat rest is een partij die rillend van angst naar de rechterflank staart, lamgelegd door de vrees kiezers te verliezen aan populistisch rechts.

De fatale strategische blunder was het intrekken van de harde grens met de PVV. Waar Mark Rutte in 2017 Geert Wilders nog met een kort briefje resoluut buitensloot, opende de nieuwe VVD-leiding de deur wagenwijd. Daarmee gaven ze hun eigen achterban een alternatief cadeau dat voorheen ondenkbaar was. Het resultaat? Een kabinet dat nagenoeg niets presteert en een VVD die zich in een permanente staat van paniek bevindt.

De angst regeert en dat leidt tot dieptriest electoraal opportunisme waarbij zelfs fundamentele rechtsstatelijke principes bij het grofvuil worden gezet. Neem het haastig door Wilders ingediende amendement om illegaliteit strafbaar te stellen. Vlak voor de verkiezingen stemde de VVD-fractie gedwee mee. Bestuurlijk volstrekt onverantwoord en ondoordacht, maar de angst om voor ‘links’ versleten te worden woog zwaarder dan het leveren van deugdelijke wetgeving.

Diezelfde paniek zien we terug in de frontale aanval van de liberalen op onze grondrechten. Plotseling is de partij die ooit de mond vol had van individuele vrijheid de grootste voorstander van het inperken van het demonstratierecht. Zelfs nadat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (het onafhankelijke kennisinstituut van hun eigen ministerie) concludeerde dat strengere regels onnodig zijn en averechts werken, bleef de VVD drammen op symboolwetgeving om protesten te beteugelen.

Het dieptepunt van dit intellectuele faillissement bleek wel toen de VVD meestemde met een ultrarechtse motie om 'Antifa' te verbieden als terroristische organisatie. Dat de AIVD en juristen direct opmerkten dat Antifa helemaal geen structuur of organisatie hééft maar een decentraal idee is, deed er niet toe. De VVD wilde daadkracht veinzen en bleek in haar ijver zelfs bereid om, bij monde van Dilan Yesilgöz, te pleiten voor het verbieden van een 'gedachtegoed'. Een grotere inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is voor een zogenaamd liberale partij nauwelijks denkbaar.

Hetzelfde patroon zagen we bij de Spreidingswet. In plaats van te kiezen voor fatsoenlijk, landelijk beleid, zwabberde de top mee met de populistische wind. Fractievoorzitter Brekelmans stelde doodleuk dat gemeenten zelf maar moesten kijken of ze asielzoekers wilden opvangen – een bewuste verdraaiing van de werkelijkheid om de eigen rechterflank te pleasen.

De weigering om tijdens de formatie überhaupt te praten met GroenLinks-PvdA was de genadeklap voor het eigen politieke vernuft. Door links bij voorbaat te criminaliseren, gijzelt de VVD haar eigen kabinet in de zoektocht naar brede meerderheden. De ironie is pijnlijk: in plaats van een constructief gesprek met Jesse Klaver en Frans Timmermans, moet ditzelfde kabinet straks aan tafel met woedende vakbonden. De VVD ontvluchtte de constructieve linkse politiek, om vervolgens recht in de armen te lopen van de gestaalde kaders van de FNV, waar de invloed van de SP nog altijd voelbaar is. Dat is geen strategisch meesterschap; dat is het totale failliet van het liberale machtsdenken.


zaterdag 9 mei 2026

De asielmachine draait overuren terwijl Nederland langzaam armer wordt

 Afgelopen week verscheen opnieuw een rapport van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat de ongelijkheid in Nederland verder toeneemt. Opnieuw bleek dat vermogens steeds schever verdeeld raken, dat rijkdom zichzelf versterkt en dat de kansenongelijkheid groeit. Wie veel bezit, krijgt er vrijwel automatisch meer bij. Wie weinig heeft, ziet de kosten van het dagelijks leven sneller stijgen dan het inkomen kan bijhouden. Het zijn geen incidenten meer, maar structurele ontwikkelingen die de fundamenten van de samenleving aantasten. Maar Nederland had het liever over asiel.

Dat is inmiddels het patroon. Terwijl boodschappen onbetaalbaar worden, jonge stellen geen woning meer kunnen kopen en steeds meer Nederlanders iedere maand moeten puzzelen om rond te komen, blijft het publieke debat gevangen in een eindeloze herhaling van dezelfde culturele en migratievraagstukken. Demonstraties tegen azc’s halen moeiteloos alle talkshows, terwijl een rapport over groeiende economische ongelijkheid nauwelijks een voetnoot waard lijkt.

Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een politieke keuze. Nederland telt inmiddels acht partijen die zichzelf profileren als hard op asiel. Acht partijen die dagelijks verklaren dat migratie hét grote probleem van Nederland is. Acht partijen die sinds 2017, in wisselende samenstellingen, beschikken over een comfortabele meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Wie werkelijk gelooft dat asiel de allesoverheersende crisis van Nederland is, zou verwachten dat er na bijna tien jaar politieke dominantie ten minste een samenhangend beleid zou liggen.

Maar dat is er niet. In plaats daarvan zien we ruzies, afsplitsingen, ingestorte coalities en zelfs partijen die tegen hun eigen wetsvoorstellen stemmen. Niet omdat oplossingen onmogelijk zijn, maar omdat het onderwerp politiek veel te waardevol is geworden om echt op te lossen. Asiel is geen dossier meer; het is een verdienmodel. Zolang de crisis blijft bestaan, blijft ze bruikbaar voor campagnes, talkshows en verkiezingsretoriek.

Ondertussen blijft de echte crisis grotendeels buiten beeld. Want buiten de televisiestudio’s groeit de ongelijkheid in een tempo dat jarenlang ondenkbaar leek in Nederland. De kosten van levensonderhoud zijn voor veel huishoudens explosief gestegen. Een week boodschappen is voor steeds meer gezinnen een financiële aanslag geworden. Jongeren stellen hun kinderwens uit omdat wonen, energie, kinderopvang en dagelijkse kosten simpelweg te duur zijn geworden. De middenklasse brokkelt langzaam af terwijl bezitters van vermogen hun rijkdom vrijwel onaangetast zien doorgroeien.

Zelfs het CPB zegt inmiddels openlijk wat jarenlang werd ontkend: het Nederlandse belastingstelsel versterkt die ongelijkheid. Vermogen wordt relatief mild belast, fiscale constructies beschermen de hoogste inkomens en rijkdom genereert vanzelf nieuwe rijkdom. Geld maakt geld, terwijl arbeid steeds zwaarder wordt belast.

Dat is geen natuurverschijnsel. Het is beleid. Vooral de VVD heeft die koers de afgelopen zestien jaar vormgegeven. Ironisch genoeg blijft diezelfde partij ondertussen praten over een “Haagse herverdelingsmachine” alsof Nederland gebukt gaat onder overdreven nivellering. De werkelijkheid is precies andersom. Als er één machine permanent draait in Den Haag, dan is het de machine die vermogen beschermt, belastingvoordelen doorsluist naar de bovenlaag en economische ongelijkheid verder verdiept.

En terwijl die economische scheefgroei toeneemt, blijft een groot deel van de media meebewegen in dezelfde politieke tunnelvisie. Dagelijkse talkshows nodigen steevast dezelfde politici uit om opnieuw over asiel te praten, terwijl fundamentele economische problemen amper worden uitgediept. De groeiende kloof tussen arm en rijk krijgt zelden de urgentie die ze verdient. Alsof een samenleving waarin steeds meer mensen financieel verdrinken minder gevaarlijk is dan een paar honderd extra asielzoekers.

Dat voortdurende afleidingsspel heeft gevolgen. Want hoe meer tijd en politieke energie naar culturele paniek gaat, hoe minder aandacht er overblijft voor bestaanszekerheid, volkshuisvesting, zorg en kansenongelijkheid. Extreemrechts presenteert zich graag als stem van “de gewone Nederlander”, maar wanneer het gaat over betaalbare woningen, hogere lonen of eerlijke vermogensbelasting, blijft het opvallend stil.

Dat is ook logisch. Het aanpakken van ongelijkheid vraagt keuzes die botsen met de belangen van vermogenden, aandeelhouders en grote bedrijven. Veel eenvoudiger is het om de woede van kiezers te richten op migranten, linkse partijen of “de elite”, terwijl ondertussen precies die economische elite buiten schot blijft.

De tragiek is dat steeds meer Nederlanders dat spel beginnen te betalen met hun toekomst. Niet omdat Nederland arm is geworden, maar omdat rijkdom steeds ongelijker wordt verdeeld. De vraag is allang niet meer óf de ongelijkheid groeit. De vraag is hoeveel ongelijkheid Nederland nog accepteert voordat de sociale samenhang definitief breekt.

En zolang het publieke debat volledig opgeslokt blijft door de asielmachine, hoeft niemand in Den Haag die vraag echt te beantwoorden.