Pagina's

donderdag 16 november 2023

Waarom een rechts-rechts/rechts-conservatief kabinet goed is voor Nederland

Met nog een week te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen tekent zich een politiek scenario af dat tot voor kort ondenkbaar leek: een uitgesproken rechts-rechts kabinet met een stevige meerderheid. Een coalitie van NSC, VVD, PVV, JA21, BBB, CDA en SGP zou volgens de peilingen kunnen uitkomen op zo’n tachtig tot vijfentachtig zetels. Het meest rechtse kabinet uit de Nederlandse geschiedenis, met Dylan Yesilgöz als premier, lijkt ineens geen fantasie meer maar een reële optie. Voor veel kiezers klinkt dat als de langverwachte doorbraak: eindelijk wordt “doorpakken” mogelijk, eindelijk kan rechts zijn plannen “erdoor drukken”.

Dat enthousiasme is verklaarbaar. Een groot deel van de kiezers wil strengere migratiepolitiek, minder Europese bemoeienis, hogere straffen, kerncentrales en een kleinere publieke sector. Ontwikkelingshulp mag wat hen betreft verdwijnen en de publieke omroep wordt gezien als een links bolwerk dat best mag worden gekortwiekt. In die logica is een rechts-rechts kabinet de ultieme wensdroom: geen lastige linkse coalitiepartners meer, geen compromissen, maar beleid dat eindelijk aansluit bij wat “de gewone Nederlander” zou willen.

Maar precies daar schuilt het gevaar. Niet omdat rechts per definitie slecht zou zijn, maar omdat deze specifieke coalitie vooral bestaat uit politieke tegenstrijdigheden, onuitvoerbare plannen en onderlinge wantrouwen. Zeven of acht partijen in één kabinet is geen daadkracht, maar een recept voor permanente ruzie. PVV en JA21 zijn elkaars vijanden, CDA en PVV dragen oud zeer met zich mee, VVD en BBB botsen over Europa en stikstof, SGP wil terug naar de jaren vijftig en NSC fungeert als morele poortwachter die bij elk controversieel voorstel op de rem zal staan.

Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de “harde plannen” juridisch of praktisch niet haalbaar is. De PVV wil al twintig jaar de Koran verbieden en moskeeën sluiten, maar botst daarmee frontaal op de Grondwet. De SGP wil de bewegingsvrijheid van vrouwen beperken, wat eveneens ongrondwettelijk is. JA21 en BBB flirten met een vertrek uit de EU, terwijl de VVD dat economisch suïcidaal vindt. De doodstraf, waar PVV, JA21 en SGP openlijk voor zijn, vereist een grondwetswijziging met tweederdemeerderheden in twee parlementen. Dat is politieke sciencefiction.

Ook de paradepaardjes van rechts blijken bij nader inzien luchtkastelen. Kerncentrales bouwen kost decennia, miljarden en politieke moed. In een dichtbevolkt land als Nederland wil niemand zo’n centrale in zijn achtertuin, ook de rechtse kiezer niet. De kleine modulaire kernreactoren waar BBB mee schermt bestaan technologisch nauwelijks buiten PowerPointpresentaties. In Groot-Brittannië is men daar al pijnlijk tegenaan gelopen. De belofte van “goedkope kernenergie” is vooral ideologie, geen realistisch beleid.

Wat overblijft is een kabinet dat hoge verwachtingen wekt, maar vrijwel zeker vastloopt in interne conflicten en onuitvoerbare plannen. En dat is precies het punt waar het paradoxale voordeel van een rechts-rechts kabinet zichtbaar wordt. Want niets is zo funest voor politieke mythes als de werkelijkheid. Zolang rechts in de oppositie zit, kan het blijven roepen dat alles anders en beter kan. Zodra het zelf moet leveren, blijkt hoe beperkt de speelruimte is.

De voorbeelden liggen voor het oprapen. In het Verenigd Koninkrijk beloofden de Conservatieven na de Brexit soevereiniteit en welvaart, maar leverden inflatie, personeelstekorten en economische stagnatie. In Polen verloor de rechts-conservatieve PiS haar meerderheid door onuitvoerbare plannen en autoritaire reflexen. In Spanje en Denemarken werden rechtse regeringen afgestraft wegens chaos, schandalen en teleurstellende resultaten. Overal leidde de realiteit uiteindelijk tot een terugkeer van centrumlinkse coalities.

Nederland zal geen uitzondering zijn. Een rechts-rechts kabinet zal niet instorten door links, maar door zichzelf. Door ruzie, door juridische blokkades, door valse beloften en door het onvermijdelijke besef dat politiek complexer is dan campagnepraat. De hype rond Pieter Omtzigt zal snel wegebben, de interne spanningen zullen toenemen en de kiezers zullen zich bedrogen voelen.

In die zin is een rechts-rechts kabinet inderdaad goed voor Nederland. Niet omdat het land er beter van wordt, maar omdat het de illusies van rechts definitief zal ontmaskeren. Soms is de beste manier om een politieke mythe te vernietigen haar simpelweg de macht te geven. Daarna hoeft links alleen nog maar te wachten.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten