Pagina's

zaterdag 25 april 2026

60 Miljard voor een belofte: Stevenen we af op een AI-bankencrisis?

De overname van de AI-code-editor Cursor door SpaceX voor een bedrag van 60 miljard dollar markeert een historisch kantelpunt in de technologische sector. Hoewel Cursor met een jaaromzet van 2 miljard dollar een leidende rol speelt in de wereld van softwareontwikkeling, roept de astronomische overnamesom dwingende vragen op over de fundamentele waarde van het bedrijf. Deze transactie vertoont alle kenmerken van een speculatieve zeepbel, waarbij de prijs niet langer wordt bepaald door bedrijfseconomische realiteit, maar door een diepgewortelde angst bij grote spelers om de aansluiting bij de volgende technologische revolutie definitief te missen.

De parallel met de dot-com-bubbel van de late jaren negentig is onmiskenbaar en waarschuwend. Destijds kocht telecomgigant AT&T het bedrijf McCaw Cellular voor 11,5 miljard dollar, een bedrag dat in geen enkele verhouding stond tot de toenmalige prestaties van het relatief kleine bedrijf dat nauwelijks zwarte cijfers schreef. Net als AT&T destijds, lijkt SpaceX nu te investeren in een belofte van infrastructuur in plaats van bewezen rendement. Door de controle over de code-editor Cursor te verwerven, probeert Elon Musk de volledige keten van softwareontwikkeling te verticaliseren en in zijn ecosysteem te trekken. Dit strategische schaakspel negeert echter de operationele risico's: de geschiedenis leert dat wanneer een logge, hiërarchische mastodont een wendbaar en autonoom softwareteam opslokt, de innovatieve ziel en de snelheid van het overgenomen bedrijf vaak volledig verloren gaan.

De huidige markt bevindt zich in een fase van "monopoliegeld-economie". Voor actoren met ongekende middelen en enorme aandelenbelangen, zoals Musk, lijkt 60 miljard dollar op papier een acceptabel offer om de toegangspoort tot AI-gestuurde engineering te bezetten. Toch zien we de eerste concrete scheuren in dit financiële fundament. Microsoft, een van de grootste voortrekkers in de AI-sector, rapporteerde recentelijk dat de enorme miljardeninvesteringen in OpenAI nog niet zijn vertaald in de gehoopte winstcijfers. De kloof tussen de kapitaalinjecties en de werkelijke productiviteitswinst voor de eindgebruiker wordt met de dag groter. Wanneer de markt, net als in het jaar 2000, weer gaat vragen om tastbare resultaten en gezonde kasstromen in plaats van futuristische vergezichten, kan het sentiment razendsnel omslaan.

Het meest zorgwekkende aspect van deze ontwikkeling is het ontstaan van een systemisch risico dat sterke gelijkenissen vertoont met de bankencrisis van 2008. Waar destijds financiële instellingen als "too big to fail" werden beschouwd, zijn de huidige tech-giganten "too central to fail" geworden. Onze moderne economie is voor haar basisvoorzieningen, zoals wereldwijde communicatie via Starlink, logistiek en cruciale softwareontwikkeling, inmiddels afhankelijk van een zeer beperkt aantal spelers. Wanneer een van deze bedrijven wankelt door een te hoge schuldenlast, overwaardering of mislukte integraties, is de schade niet langer beperkt tot de portemonnee van de aandeelhouders. Omdat er geen alternatieve, onafhankelijke infrastructuur meer voorhanden is, kan een correctie in de AI-markt leiden tot een volledige technische en economische verlamming van het dagelijks leven.

Het voorbeeld van General Motors, dat resoluut stopte met hun robotaxi-project toen de kosten, juridische afkoopsommen en technische risico's te hoog werden, bewijst dat men altijd kán stoppen om het kernbedrijf te redden. Echter, de huidige tech-giganten lijken gevangen in de "Sunk Cost Fallacy": ze blijven miljarden pompen in bedrijven zonder tastbare activa om hun eerdere investeringen te rechtvaardigen en hun machtspositie te verdedigen. We lijken niet te leren van de lessen uit de jaren negentig omdat de collectieve focus uitsluitend op kapitaalaccumulatie en marktaandeel ligt. Indien de 60 miljard dollar voor Cursor inderdaad grotendeels uit "lucht" blijkt te bestaan, zal de daaropvolgende AI-bankencrisis dieper snijden dan de kredietcrisis, omdat we ditmaal niet alleen ons geld, maar de volledige digitale ruggengraat van onze samenleving op financieel drijfzand hebben gebouwd.



donderdag 23 april 2026

De VVD spaart voor de toekomst

 Nauwelijks waren de asielwetten gesneuveld in de Eerste Kamer of het bekende riedeltje begon: het lag aan D66. Niet een beetje, maar volledig. Alsof de rest van de politieke werkelijkheid er niet toe deed. Kort daarna zat de halve VVD alweer in de vaderlandse talkshows en radioprogramma’s om het verhaal erin te rammen dat deze blunder toch echt niet aan de VVD zelf lag. Strak geregisseerd. Zonder ruis. Zonder tegenspraak.

Die tegenspraak kwam er ook niet. Geen enkele journalist die de vuurspuwende meedogenloze VVD'ers de simpele vraag stelde hoe het toch mogelijk is dat de PVV tegen haar eigen voorstel stemde. Als de PVV gewoon had meegestemd dan was de steun van D66 helemaal niet nodig geweest. Zo ingewikkeld is het niet. Maar die vraag bleef uit. In plaats daarvan kreeg een hele batterij woeste VVD’ers die door de campagneleiding uit de kast waren getrokken alle ruimte om D66 als hoofdschuldige aan te wijzen.

Dat is geen slordigheid. Dat is gewoon hoe dit spel werkt. De VVD moet de aandacht weghouden van haar eigen blunders en een coalitie die vanaf dag één op drijfzand stond. Dilan Yeşilgöz gokte erop dat de PVV altijd zou leveren als het om asiel ging. Dat bleek een misrekening die de hele wereld zag aankomen. Behalve de VVD zelf. En dus gebeurt wat altijd gebeurt: er wordt een zondebok gezocht voor hun eigen falen. En die werd gevonden in D66.

Opvallend is wie er door die batterij VVD'ers níet werd aangepakt. De PVV blijft buiten schot. Geen toeval. Wie die extreemrechtse beweging nu frontaal aanvalt, maakt een volgende samenwerking lastiger. En laten we eerlijk zijn: een hernieuwde samenwerking met de PVV ligt bij de VVD gewoon nog op tafel. Wat er ook wordt geroepen door die batterij VVD’ers.

Het asieldossier is voor extreemrechts al jaren geen dossier meer, maar een ordinair verdienmodel. Problemen worden opgeblazen, oplossingen versimpeld en zodra er geleverd moet worden haakt extreemrechts af. Dat zagen we eerder tijdens Wilders I en dat zien we nu weer. De PVV heeft er geen enkel belang bij om het asielverhaal op te lossen. Geen enkel. Zonder probleem geen verhaal. En de VVD? Die speelt het spel mee. Omdat het werkt.

Wat je overhoudt is een politieke werkelijkheid waarin beeldvorming belangrijker is dan beleid. Waarin het slopen van een coalitiegenoot makkelijker is dan het oplossen van een probleem. Waarin talkshows op radio en tv zo VVD gezind zijn dat ze niet veel meer zijn dan een doorgeefluik.

Deze aanval op D66 is dus geen incident. Het is een rookgordijn. Handig om een mislukking achter te verstoppen en tegelijk de deur open te houden naar de volgende samenwerking met de PVV. Want die komt er gewoon. Nieuwe verkiezingen, hetzelfde onderwerp. Asiel als vaste prik. De VVD die weer stoer doet. De PVV die weer kan scoren zonder iets te hoeven leveren. En D66 dat het weer mag uitleggen. Als ze daar al de kans voor krijgen, want na de volgende verkiezingen is D66 hetzelfde lot beschoren als NSC: D66 gaat roemloos ten onder.

De VVD spaart voor de toekomst. Alleen niet voor oplossingen. Voor de volgende samenwerking met extreemrechts.