De sluwe beeldregie waarmee Rob Jetten het torentje wist te veroveren, is inmiddels een molensteen rond zijn nek geworden. Waar hij tijdens de formatie schitterde door snelheid en een glimlach die elke inhoudelijke frictie leek glad te strijken, staat hij nu in de kille regen van een minderheidskabinet dat aan alle kanten lekt. Het is een klassiek politiek drama: de man die dacht de nieuwe Mark Rutte te zijn, wordt nu vakkundig gefileerd door de partij van Rutte zelf.
In de Tweede Kamer zagen we onlangs een onthutsend
schouwspel dat de morele leegte van het huidige politieke klimaat blootlegde.
Een debat over antisemitisme ontaardde in een platte politisering van menselijk
leed. Terwijl Laura Bromet (PRO) herinnerde aan de gruwelijke geschiedenis van
haar eigen familie, greep rechts Nederland de gelegenheid aan om de schuld
exclusief bij moslims en migranten te leggen. Of het nu de PVV, de VVD of de
eenmansfractie van Mona Keijzer was: antisemitisme werd niet bestreden als een
diepgeworteld maatschappelijk kwaad, maar ingezet als handige munitie tegen de
islam. De Kamer verkoos de eigen politieke werkelijkheid boven de historische
feiten, waarin antisemitisme helaas een veel bredere en diepere voedingsbodem
heeft dan alleen de migratiestromen van de laatste jaren.
Dit gebrek aan gezamenlijkheid is tekenend voor de wankele
fundering waarop het kabinet-Jetten is gebouwd. Terwijl de ploeg pas twee
maanden onderweg is, regeert niet de stabiliteit maar het pure opportunisme. De
VVD voert hierbij de boventoon met een geraffineerde campagne die erop gericht
is Jettens reputatie te slopen nog voordat hij goed en wel in het zadel zit.
Oud-gedienden zoals Jorritsma en Zijlstra worden strategisch in talkshows
gepositioneerd om de premier als een lichtgewicht weg te zetten. De boodschap
is even eenduidig als vals: "Mark zou dit allang hebben opgelost."
Het is een gecoördineerde aanval op de geloofwaardigheid van een premier die ze
zelf in het zadel hebben geholpen, puur om de eigen rechtse flank af te dekken.
De ironie is pijnlijk voor iedereen die in de 'nieuwe
bestuurscultuur' geloofde. Jetten dacht met zijn strakke deadlines en snelle
formatie daadkracht uit te stralen, maar hij heeft zichzelf daarmee in een fuik
gezwommen. Door de enorme tijdsdruk die hij zichzelf oplegde, kon Dilan
Yesilgöz de hoofprijs vragen aan de onderhandelingstafel. Jetten zat gevangen
in zijn eigen beeldregie; hij moest slagen, en dat wist de VVD. Nu zit hij
opgescheept met een regeerakkoord dat op sociaal-economisch gebied een keihard
liberaal stempel draagt, terwijl hij voor elk wetsvoorstel met de pet in de
hand langs de oppositie moet in een vijandige Eerste Kamer.
De PVV speelt ondertussen haar eigen cynische spel. Geert
Wilders laat de asielwetten van zijn eigen minister Faber in de senaat
sneuvelen, simpelweg omdat hij het thema liever warm houdt voor toekomstige
verkiezingen dan dat hij werkelijk verantwoordelijkheid draagt. Het toont aan
dat dit kabinet niet gebouwd is op een gedeelde visie, maar op de angst om de
macht te verliezen. Jetten staat er in dit mijnenveld feitelijk alleen voor. De
beeldregie die hem aan de macht bracht, bleek een kwetsbare façade. Nu die
afbrokkelt, blijft een premier over die vergeten is dat regeren niet alleen
gaat over communicatie, maar vooral over het overleven in de modder van de
machtspolitiek. Jetten staat nog steeds in zijn smetteloze pak, maar de modder
komt inmiddels tot aan zijn knieën.
