Pagina's

dinsdag 19 mei 2026

De knieval van de VVD: Hoe de angst voor extreemrechts de rechtsstaat uitholt

De VVD presenteerde zich jarenlang als het ultieme anker van bestuurlijke stabiliteit. Terwijl de politieke wind gierde en crises elkaar in hoog tempo opvolgden – van de kredietcrisis en de vluchtelingencrisis tot de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne – was daar altijd de VVD om de boel ‘verantwoord’ bij elkaar te houden. Maar na de leiderschapswissel in 2023 is die vermeende stabiliteit als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat rest is een partij die rillend van angst naar de rechterflank staart, lamgelegd door de vrees kiezers te verliezen aan populistisch rechts.

De fatale strategische blunder was het intrekken van de harde grens met de PVV. Waar Mark Rutte in 2017 Geert Wilders nog met een kort briefje resoluut buitensloot, opende de nieuwe VVD-leiding de deur wagenwijd. Daarmee gaven ze hun eigen achterban een alternatief cadeau dat voorheen ondenkbaar was. Het resultaat? Een kabinet dat nagenoeg niets presteert en een VVD die zich in een permanente staat van paniek bevindt.

De angst regeert en dat leidt tot dieptriest electoraal opportunisme waarbij zelfs fundamentele rechtsstatelijke principes bij het grofvuil worden gezet. Neem het haastig door Wilders ingediende amendement om illegaliteit strafbaar te stellen. Vlak voor de verkiezingen stemde de VVD-fractie gedwee mee. Bestuurlijk volstrekt onverantwoord en ondoordacht, maar de angst om voor ‘links’ versleten te worden woog zwaarder dan het leveren van deugdelijke wetgeving.

Diezelfde paniek zien we terug in de frontale aanval van de liberalen op onze grondrechten. Plotseling is de partij die ooit de mond vol had van individuele vrijheid de grootste voorstander van het inperken van het demonstratierecht. Zelfs nadat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (het onafhankelijke kennisinstituut van hun eigen ministerie) concludeerde dat strengere regels onnodig zijn en averechts werken, bleef de VVD drammen op symboolwetgeving om protesten te beteugelen.

Het dieptepunt van dit intellectuele faillissement bleek wel toen de VVD meestemde met een ultrarechtse motie om 'Antifa' te verbieden als terroristische organisatie. Dat de AIVD en juristen direct opmerkten dat Antifa helemaal geen structuur of organisatie hééft maar een decentraal idee is, deed er niet toe. De VVD wilde daadkracht veinzen en bleek in haar ijver zelfs bereid om, bij monde van Dilan Yesilgöz, te pleiten voor het verbieden van een 'gedachtegoed'. Een grotere inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is voor een zogenaamd liberale partij nauwelijks denkbaar.

Hetzelfde patroon zagen we bij de Spreidingswet. In plaats van te kiezen voor fatsoenlijk, landelijk beleid, zwabberde de top mee met de populistische wind. Fractievoorzitter Brekelmans stelde doodleuk dat gemeenten zelf maar moesten kijken of ze asielzoekers wilden opvangen – een bewuste verdraaiing van de werkelijkheid om de eigen rechterflank te pleasen.

De weigering om tijdens de formatie überhaupt te praten met GroenLinks-PvdA was de genadeklap voor het eigen politieke vernuft. Door links bij voorbaat te criminaliseren, gijzelt de VVD haar eigen kabinet in de zoektocht naar brede meerderheden. De ironie is pijnlijk: in plaats van een constructief gesprek met Jesse Klaver en Frans Timmermans, moet ditzelfde kabinet straks aan tafel met woedende vakbonden. De VVD ontvluchtte de constructieve linkse politiek, om vervolgens recht in de armen te lopen van de gestaalde kaders van de FNV, waar de invloed van de SP nog altijd voelbaar is. Dat is geen strategisch meesterschap; dat is het totale failliet van het liberale machtsdenken.


zaterdag 9 mei 2026

De asielmachine draait overuren terwijl Nederland langzaam armer wordt

 Afgelopen week verscheen opnieuw een rapport van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat de ongelijkheid in Nederland verder toeneemt. Opnieuw bleek dat vermogens steeds schever verdeeld raken, dat rijkdom zichzelf versterkt en dat de kansenongelijkheid groeit. Wie veel bezit, krijgt er vrijwel automatisch meer bij. Wie weinig heeft, ziet de kosten van het dagelijks leven sneller stijgen dan het inkomen kan bijhouden. Het zijn geen incidenten meer, maar structurele ontwikkelingen die de fundamenten van de samenleving aantasten. Maar Nederland had het liever over asiel.

Dat is inmiddels het patroon. Terwijl boodschappen onbetaalbaar worden, jonge stellen geen woning meer kunnen kopen en steeds meer Nederlanders iedere maand moeten puzzelen om rond te komen, blijft het publieke debat gevangen in een eindeloze herhaling van dezelfde culturele en migratievraagstukken. Demonstraties tegen azc’s halen moeiteloos alle talkshows, terwijl een rapport over groeiende economische ongelijkheid nauwelijks een voetnoot waard lijkt.

Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een politieke keuze. Nederland telt inmiddels acht partijen die zichzelf profileren als hard op asiel. Acht partijen die dagelijks verklaren dat migratie hét grote probleem van Nederland is. Acht partijen die sinds 2017, in wisselende samenstellingen, beschikken over een comfortabele meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Wie werkelijk gelooft dat asiel de allesoverheersende crisis van Nederland is, zou verwachten dat er na bijna tien jaar politieke dominantie ten minste een samenhangend beleid zou liggen.

Maar dat is er niet. In plaats daarvan zien we ruzies, afsplitsingen, ingestorte coalities en zelfs partijen die tegen hun eigen wetsvoorstellen stemmen. Niet omdat oplossingen onmogelijk zijn, maar omdat het onderwerp politiek veel te waardevol is geworden om echt op te lossen. Asiel is geen dossier meer; het is een verdienmodel. Zolang de crisis blijft bestaan, blijft ze bruikbaar voor campagnes, talkshows en verkiezingsretoriek.

Ondertussen blijft de echte crisis grotendeels buiten beeld. Want buiten de televisiestudio’s groeit de ongelijkheid in een tempo dat jarenlang ondenkbaar leek in Nederland. De kosten van levensonderhoud zijn voor veel huishoudens explosief gestegen. Een week boodschappen is voor steeds meer gezinnen een financiële aanslag geworden. Jongeren stellen hun kinderwens uit omdat wonen, energie, kinderopvang en dagelijkse kosten simpelweg te duur zijn geworden. De middenklasse brokkelt langzaam af terwijl bezitters van vermogen hun rijkdom vrijwel onaangetast zien doorgroeien.

Zelfs het CPB zegt inmiddels openlijk wat jarenlang werd ontkend: het Nederlandse belastingstelsel versterkt die ongelijkheid. Vermogen wordt relatief mild belast, fiscale constructies beschermen de hoogste inkomens en rijkdom genereert vanzelf nieuwe rijkdom. Geld maakt geld, terwijl arbeid steeds zwaarder wordt belast.

Dat is geen natuurverschijnsel. Het is beleid. Vooral de VVD heeft die koers de afgelopen zestien jaar vormgegeven. Ironisch genoeg blijft diezelfde partij ondertussen praten over een “Haagse herverdelingsmachine” alsof Nederland gebukt gaat onder overdreven nivellering. De werkelijkheid is precies andersom. Als er één machine permanent draait in Den Haag, dan is het de machine die vermogen beschermt, belastingvoordelen doorsluist naar de bovenlaag en economische ongelijkheid verder verdiept.

En terwijl die economische scheefgroei toeneemt, blijft een groot deel van de media meebewegen in dezelfde politieke tunnelvisie. Dagelijkse talkshows nodigen steevast dezelfde politici uit om opnieuw over asiel te praten, terwijl fundamentele economische problemen amper worden uitgediept. De groeiende kloof tussen arm en rijk krijgt zelden de urgentie die ze verdient. Alsof een samenleving waarin steeds meer mensen financieel verdrinken minder gevaarlijk is dan een paar honderd extra asielzoekers.

Dat voortdurende afleidingsspel heeft gevolgen. Want hoe meer tijd en politieke energie naar culturele paniek gaat, hoe minder aandacht er overblijft voor bestaanszekerheid, volkshuisvesting, zorg en kansenongelijkheid. Extreemrechts presenteert zich graag als stem van “de gewone Nederlander”, maar wanneer het gaat over betaalbare woningen, hogere lonen of eerlijke vermogensbelasting, blijft het opvallend stil.

Dat is ook logisch. Het aanpakken van ongelijkheid vraagt keuzes die botsen met de belangen van vermogenden, aandeelhouders en grote bedrijven. Veel eenvoudiger is het om de woede van kiezers te richten op migranten, linkse partijen of “de elite”, terwijl ondertussen precies die economische elite buiten schot blijft.

De tragiek is dat steeds meer Nederlanders dat spel beginnen te betalen met hun toekomst. Niet omdat Nederland arm is geworden, maar omdat rijkdom steeds ongelijker wordt verdeeld. De vraag is allang niet meer óf de ongelijkheid groeit. De vraag is hoeveel ongelijkheid Nederland nog accepteert voordat de sociale samenhang definitief breekt.

En zolang het publieke debat volledig opgeslokt blijft door de asielmachine, hoeft niemand in Den Haag die vraag echt te beantwoorden.



zondag 3 mei 2026

Rob Jetten staat nog steeds in zijn smetteloze pak, maar de modder komt inmiddels tot aan zijn knieën

De sluwe beeldregie waarmee Rob Jetten het torentje wist te veroveren, is inmiddels een molensteen rond zijn nek geworden. Waar hij tijdens de formatie schitterde door snelheid en een glimlach die elke inhoudelijke frictie leek glad te strijken, staat hij nu in de kille regen van een minderheidskabinet dat aan alle kanten lekt. Het is een klassiek politiek drama: de man die dacht de nieuwe Mark Rutte te zijn, wordt nu vakkundig gefileerd door de partij van Rutte zelf.

In de Tweede Kamer zagen we onlangs een onthutsend schouwspel dat de morele leegte van het huidige politieke klimaat blootlegde. Een debat over antisemitisme ontaardde in een platte politisering van menselijk leed. Terwijl Laura Bromet (PRO) herinnerde aan de gruwelijke geschiedenis van haar eigen familie, greep rechts Nederland de gelegenheid aan om de schuld exclusief bij moslims en migranten te leggen. Of het nu de PVV, de VVD of de eenmansfractie van Mona Keijzer was: antisemitisme werd niet bestreden als een diepgeworteld maatschappelijk kwaad, maar ingezet als handige munitie tegen de islam. De Kamer verkoos de eigen politieke werkelijkheid boven de historische feiten, waarin antisemitisme helaas een veel bredere en diepere voedingsbodem heeft dan alleen de migratiestromen van de laatste jaren.

Dit gebrek aan gezamenlijkheid is tekenend voor de wankele fundering waarop het kabinet-Jetten is gebouwd. Terwijl de ploeg pas twee maanden onderweg is, regeert niet de stabiliteit maar het pure opportunisme. De VVD voert hierbij de boventoon met een geraffineerde campagne die erop gericht is Jettens reputatie te slopen nog voordat hij goed en wel in het zadel zit. Oud-gedienden zoals Jorritsma en Zijlstra worden strategisch in talkshows gepositioneerd om de premier als een lichtgewicht weg te zetten. De boodschap is even eenduidig als vals: "Mark zou dit allang hebben opgelost." Het is een gecoördineerde aanval op de geloofwaardigheid van een premier die ze zelf in het zadel hebben geholpen, puur om de eigen rechtse flank af te dekken.

De ironie is pijnlijk voor iedereen die in de 'nieuwe bestuurscultuur' geloofde. Jetten dacht met zijn strakke deadlines en snelle formatie daadkracht uit te stralen, maar hij heeft zichzelf daarmee in een fuik gezwommen. Door de enorme tijdsdruk die hij zichzelf oplegde, kon Dilan Yesilgöz de hoofprijs vragen aan de onderhandelingstafel. Jetten zat gevangen in zijn eigen beeldregie; hij moest slagen, en dat wist de VVD. Nu zit hij opgescheept met een regeerakkoord dat op sociaal-economisch gebied een keihard liberaal stempel draagt, terwijl hij voor elk wetsvoorstel met de pet in de hand langs de oppositie moet in een vijandige Eerste Kamer.

De PVV speelt ondertussen haar eigen cynische spel. Geert Wilders laat de asielwetten van zijn eigen minister Faber in de senaat sneuvelen, simpelweg omdat hij het thema liever warm houdt voor toekomstige verkiezingen dan dat hij werkelijk verantwoordelijkheid draagt. Het toont aan dat dit kabinet niet gebouwd is op een gedeelde visie, maar op de angst om de macht te verliezen. Jetten staat er in dit mijnenveld feitelijk alleen voor. De beeldregie die hem aan de macht bracht, bleek een kwetsbare façade. Nu die afbrokkelt, blijft een premier over die vergeten is dat regeren niet alleen gaat over communicatie, maar vooral over het overleven in de modder van de machtspolitiek. Jetten staat nog steeds in zijn smetteloze pak, maar de modder komt inmiddels tot aan zijn knieën.