Pagina's

dinsdag 3 januari 2023

Waarom we ons zorgen moeten maken over extreemrechts

In de nacht van oudjaar 2022 op nieuwjaar 2023 verschenen op de Erasmusbrug in Rotterdam projecties met teksten als “Vrolijk blank 2023”, “White lives matter”, “Zwarte Piet deed niets verkeerd” en – het meest expliciet – “We must secure the existence of our people and a future for white children”. Die laatste zin is letterlijk de zogenoemde 14 words, een kernleus uit het internationale neonazistische gedachtegoed. Dit is geen vage hondenfluit, geen ironie, geen misverstand: dit is openlijk neonazisme, geprojecteerd op een van de meest zichtbare plekken van Nederland.

Wat volgde was even voorspelbaar als onthutsend. RTL Nieuws kwam direct met een artikel waarin een ‘expert’ zich afvroeg of deze leuzen wel echt racistisch waren. Alsof de betekenis van een wereldberoemde nazislogan ineens onderwerp is van interpretatie. Alsof “white lives matter” niet overduidelijk een racistische tegenhanger is van een antiracistische beweging. Alsof “Vrolijk blank 2023” iets anders is dan een expliciete etnische afbakening van wie er blijkbaar wel en niet bij hoort.

Daar zit precies het probleem. In Nederland is racisme niet langer iets wat wordt bestreden, maar iets wat wordt “geduid”, “gen nuanceerd” en “in context geplaatst”. Het wordt behandeld als een mening, niet als een ideologie. Als een debatpunt, niet als een bedreiging. Nog voordat politie, OM of politiek een helder standpunt innemen, staan de praattafels al vol met deskundigen die uitleggen dat het “complex” ligt, dat “je ook moet luisteren” en dat “niet alles meteen extreemrechts is”.

Zelfs het Openbaar Ministerie had een volle dag nodig om te bepalen of deze leuzen juridisch racistisch waren. Een dag. Voor teksten die letterlijk uit het neonazistische handboek komen. En ondertussen bleef het politiek oorverdovend stil. Geen stevige veroordeling, geen duidelijke rode lijn, geen gevoel van urgentie.

Dat is geen toeval. Racisme, neonazisme en fascisme krijgen in Nederland structureel ruimte, omdat niemand echt bereid is ze frontaal te bestrijden. Integendeel: ze krijgen een podium. In talkshows, in kranten, op sociale media én bij de publieke omroep. Ongehoord Nederland, volledig gefinancierd met belastinggeld, zendt dagelijks complottheorieën, racistische frames en openlijk autoritaire ideeën uit. De sancties die ze krijgen zijn symbolisch en worden lachend betaald. Het intrekken van de uitzendvergunning is politiek onbespreekbaar geworden, want dat zou “censuur” zijn.

Maar het laten voortbestaan van een structureel racistisch propagandakanaal is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid.

De ironie is bitter: deze leuzen werden geprojecteerd op een brug in een stad die 83 jaar geleden door echte nazi’s werd gebombardeerd. Rotterdam is letterlijk opgebouwd uit het puin van fascistisch geweld. En nu projecteren moderne neonazi’s hun slogans op datzelfde stadsdecor, terwijl media en politiek zich afvragen of het “misschien ook anders bedoeld kan zijn”.

Ondertussen zijn extreemrechtse bewegingen in Nederland genormaliseerd. Politici die openlijk racistische, antisemitische en autoritaire ideeën verspreiden – Baudet, Wilders, Van Haga, Van der Plas, Eerdmans – worden behandeld als gewone gesprekspartners. Een inhoudelijk debat met hen is vrijwel onmogelijk, want elk gesprek verzandt in verdraaiingen, complotten en vijanddenken. Toch worden ze keer op keer uitgenodigd, uit angst voor boze achterbannen en kijkcijfers.

Politie en justitie treden nauwelijks op. De wet bestaat nog, maar de handhaving is praktisch verdwenen. Waar racistische en fascistische uitingen vroeger daadwerkelijk consequenties hadden, is het nu vooral een verdienmodel geworden. Racisme als business, haat als marketingstrategie, verontwaardiging als brandstof voor bereik en donaties.

En zo schuiven we langzaam richting een samenleving waarin neonazistische slogans op iconische bruggen verschijnen, terwijl de reactie bestaat uit twijfel, nuance en mediadebatten. Tot het moment dat woorden weer daden worden. Tot de eerste georganiseerde aanval op een parlement, een redactie of een minderheid. Zoals in de VS op 6 januari 2021.

En ook dan zullen hier weer experts aanschuiven om uit te leggen dat het “nuance behoeft”. Terwijl het probleem allang niet meer nuance is, maar lafheid. Lafheid om te zeggen wat overduidelijk is: dit is racisme. Dit is fascisme. En dit hoort geen podium te krijgen, maar weerstand.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten