Afgelopen week verscheen opnieuw een rapport van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat de ongelijkheid in Nederland verder toeneemt. Opnieuw bleek dat vermogens steeds schever verdeeld raken, dat rijkdom zichzelf versterkt en dat de kansenongelijkheid groeit. Wie veel bezit, krijgt er vrijwel automatisch meer bij. Wie weinig heeft, ziet de kosten van het dagelijks leven sneller stijgen dan het inkomen kan bijhouden. Het zijn geen incidenten meer, maar structurele ontwikkelingen die de fundamenten van de samenleving aantasten. Maar Nederland had het liever over asiel.
Dat is inmiddels het patroon. Terwijl boodschappen
onbetaalbaar worden, jonge stellen geen woning meer kunnen kopen en steeds meer
Nederlanders iedere maand moeten puzzelen om rond te komen, blijft het publieke
debat gevangen in een eindeloze herhaling van dezelfde culturele en
migratievraagstukken. Demonstraties tegen azc’s halen moeiteloos alle
talkshows, terwijl een rapport over groeiende economische ongelijkheid
nauwelijks een voetnoot waard lijkt.
Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een politieke
keuze. Nederland telt inmiddels acht partijen die zichzelf profileren als hard
op asiel. Acht partijen die dagelijks verklaren dat migratie hét grote probleem
van Nederland is. Acht partijen die sinds 2017, in wisselende samenstellingen,
beschikken over een comfortabele meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede
Kamer. Wie werkelijk gelooft dat asiel de allesoverheersende crisis van
Nederland is, zou verwachten dat er na bijna tien jaar politieke dominantie ten
minste een samenhangend beleid zou liggen.
Maar dat is er niet. In plaats daarvan zien we ruzies,
afsplitsingen, ingestorte coalities en zelfs partijen die tegen hun eigen
wetsvoorstellen stemmen. Niet omdat oplossingen onmogelijk zijn, maar omdat het
onderwerp politiek veel te waardevol is geworden om echt op te lossen. Asiel is
geen dossier meer; het is een verdienmodel. Zolang de crisis blijft bestaan,
blijft ze bruikbaar voor campagnes, talkshows en verkiezingsretoriek.
Ondertussen blijft de echte crisis grotendeels buiten beeld.
Want buiten de televisiestudio’s groeit de ongelijkheid in een tempo dat
jarenlang ondenkbaar leek in Nederland. De kosten van levensonderhoud zijn voor
veel huishoudens explosief gestegen. Een week boodschappen is voor steeds meer
gezinnen een financiële aanslag geworden. Jongeren stellen hun kinderwens uit
omdat wonen, energie, kinderopvang en dagelijkse kosten simpelweg te duur zijn
geworden. De middenklasse brokkelt langzaam af terwijl bezitters van vermogen
hun rijkdom vrijwel onaangetast zien doorgroeien.
Zelfs het CPB zegt inmiddels openlijk wat jarenlang werd
ontkend: het Nederlandse belastingstelsel versterkt die ongelijkheid. Vermogen
wordt relatief mild belast, fiscale constructies beschermen de hoogste inkomens
en rijkdom genereert vanzelf nieuwe rijkdom. Geld maakt geld, terwijl arbeid
steeds zwaarder wordt belast.
Dat is geen natuurverschijnsel. Het is beleid. Vooral de VVD
heeft die koers de afgelopen zestien jaar vormgegeven. Ironisch genoeg blijft
diezelfde partij ondertussen praten over een “Haagse herverdelingsmachine”
alsof Nederland gebukt gaat onder overdreven nivellering. De werkelijkheid is
precies andersom. Als er één machine permanent draait in Den Haag, dan is het
de machine die vermogen beschermt, belastingvoordelen doorsluist naar de
bovenlaag en economische ongelijkheid verder verdiept.
En terwijl die economische scheefgroei toeneemt, blijft een
groot deel van de media meebewegen in dezelfde politieke tunnelvisie.
Dagelijkse talkshows nodigen steevast dezelfde politici uit om opnieuw over
asiel te praten, terwijl fundamentele economische problemen amper worden
uitgediept. De groeiende kloof tussen arm en rijk krijgt zelden de urgentie die
ze verdient. Alsof een samenleving waarin steeds meer mensen financieel
verdrinken minder gevaarlijk is dan een paar honderd extra asielzoekers.
Dat voortdurende afleidingsspel heeft gevolgen. Want hoe
meer tijd en politieke energie naar culturele paniek gaat, hoe minder aandacht
er overblijft voor bestaanszekerheid, volkshuisvesting, zorg en
kansenongelijkheid. Extreemrechts presenteert zich graag als stem van “de
gewone Nederlander”, maar wanneer het gaat over betaalbare woningen, hogere
lonen of eerlijke vermogensbelasting, blijft het opvallend stil.
Dat is ook logisch. Het aanpakken van ongelijkheid vraagt
keuzes die botsen met de belangen van vermogenden, aandeelhouders en grote
bedrijven. Veel eenvoudiger is het om de woede van kiezers te richten op
migranten, linkse partijen of “de elite”, terwijl ondertussen precies die
economische elite buiten schot blijft.
De tragiek is dat steeds meer Nederlanders dat spel beginnen
te betalen met hun toekomst. Niet omdat Nederland arm is geworden, maar omdat
rijkdom steeds ongelijker wordt verdeeld. De vraag is allang niet meer óf de
ongelijkheid groeit. De vraag is hoeveel ongelijkheid Nederland nog accepteert
voordat de sociale samenhang definitief breekt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten