Soms zegt een filmpje meer over een minister dan een heel Kamerdebat. Afgelopen week verscheen er zo’n filmpje van minister van Defensie Dylan Yesilgöz. Flitsende beelden van de Middellandse Zee, militairen in uniform, een modern oorlogsschip en in het midden daarvan de minister zelf. Ze loopt fier over het dek, spreekt met bemanningsleden en kijkt naar de horizon alsof ze persoonlijk de Russen tegenhoudt. Dit soort beelden dat uitstekend werkt op sociale media (en nog beter in een campagne). Alleen zat er wel een prijskaartje aan dat moment van deze politieke cinematografie. Het bliksembezoek van de minister aan het Nederlandse fregat Zr.Ms. Evertsen kostte volgens RTL Nieuws ongeveer 93.000 euro. De Zr.Ms. Evertsen bevindt zich momenteel in het oostelijke deel van de Middellandse Zee en maakt daar deel uit van een Frans vlootverband rond het vliegdekschip Charles de Gaulle. Het Nederlandse schip levert luchtverdediging en beschermt bondgenoten in een geopolitiek gespannen regio.
Dat een minister militairen op missie bezoekt is op zichzelf
niet vreemd. Dat gebeurt vaker. Het hoort ook een beetje bij het ambt. Maar een
bezoek dat nog geen dag duurt en bijna een ton kost, terwijl het resultaat
vooral een strak gemonteerd filmpje op sociale media is, roept wel degelijk
vragen op. Het ministerie van Defensie is de afgelopen jaren namelijk een
opmerkelijk comfortabel departement geworden voor politici met
leiderschapsambities. Terwijl andere ministeries moeten bezuinigen en worstelen
met ingewikkelde dossiers, krijgt Defensie er juist miljarden bij. Nieuwe
fregatten, nieuwe gevechtsvliegtuigen, nieuwe wapensystemen. Politiek gezien is
het een van de weinige plekken waar vrijwel alleen goed nieuws valt te
verkopen. Voor een politicus die werkt aan een leidersprofiel is dat natuurlijk
een aantrekkelijke positie.
En precies dat profiel heeft Yesilgöz nodig. Het is al lang
geen geheim meer dat zij de eerste vrouwelijke premier van Nederland wil
worden. Daar is op zichzelf niets mis mee. Ambitie hoort bij het vak. Maar het
wordt wel een probleem wanneer beeldvorming belangrijker lijkt te worden dan
bestuurlijke geloofwaardigheid. Dat gevoel werd versterkt door de manier waarop
de minister kritiek op het dure bezoek wegwuifde. Volgens Yesilgöz kan er “nog
geen EasyJet op een vliegdekschip landen”. Het was bedoeld als een grap, maar
het klonk vooral als een reflex. Alsof de discussie over een reis van 93.000
euro vooral een communicatieprobleem is.
Daar komt nog iets bij. Het bezoek vond plaats op een moment
waarop de inzet van de Evertsen zelf al onderwerp van politieke vragen was.
Vorige week bleek dat een van de kanonnen van het fregat niet operationeel was
toen het schip naar de regio werd gestuurd. Volgens de minister was dat geen
probleem omdat het schip daar vooral luchtverdediging levert. Dat kan best zo
zijn, maar het leidde wel tot terechte vragen.
Opvallend genoeg bleef een bredere discussie over het
functioneren van de minister uit. De Evertsen is geen vliegdekschip maar een
fregat. Kan de minister van Defensie geen onderscheid maken tussen een
vliegdekschip en een fregat? Toen Sigrid Kaag minister van Financiën werd,
ontstond vrijwel onmiddellijk een nationale discussie over haar geschiktheid
voor dat ambt. Diezelfde kritische reflex lijkt plotseling verdwenen wanneer
het om Yesilgöz gaat. Terwijl haar politieke carrière al eerder controverses
kende, bijvoorbeeld rond haar uitspraken over de zogenaamde
“nareis-op-nareis”-regeling in het asieldossier. Dat zijn normaal gesproken
precies de momenten waarop talkshows, kranten en politieke commentatoren
wekenlang debatteren over betrouwbaarheid en beoordelingsvermogen.
Maar nu blijft het opvallend stil.
Misschien zegt dat iets over de politieke cultuur van dit
moment. In een tijdperk waarin politiek steeds meer draait om korte video’s,
sociale media en persoonlijke profilering, lijkt het soms belangrijker hoe een
minister oogt op het dek van een fregat dan hoe zij haar ambt uitoefent. Toch
zou juist nu, met oplopende geopolitieke spanningen en snel stijgende
defensiebudgetten de lat hoger moeten liggen. Het ministerie van Defensie is
geen marketingafdeling. Een oorlogsschip is geen decorstuk.
En een VVD campagnefilmpje van 93.000 euro verdient meer dan
een schouderophalen. Misschien is het daarom tijd voor een debat dat tot nu toe
opvallend ontbreekt: niet over het filmpje, maar over de vraag of Dylan
Yesilgöz eigenlijk wel met dezelfde kritische maatstaf wordt beoordeeld als
andere politici.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten