Pagina's

donderdag 27 juli 2023

De campagne #ZetDeKnopOm is blijkbaar niet van toepassing op het grootkapitaal

Terwijl de Nederlandse overheid met de campagne #ZetDeKnopOm burgers oproept om korter te douchen, de verwarming lager te zetten en vooral niet onnodig energie te verspillen, stapt de KLM Groep samen met zeven andere luchtvaartmaatschappijen en een leger van maar liefst 29 Zuidas-advocaten naar de rechter om precies het tegenovergestelde te bepleiten: méér vliegen, méér uitstoot, méér schade. Delta, United, Air Canada, JetBlue, Corendon, TUI en EasyJet willen de voorgenomen krimp van Schiphol koste wat kost tegenhouden. Gesteund door de internationale lobbyclub IATA, die financieel bijspringt, wordt de rechter gevraagd het klimaatbeleid van de overheid terug te draaien in het belang van de aandeelhouder.

Dat de luchtvaartsector zich ondertussen presenteert als groen en duurzaam is een staaltje marketing dat grenst aan pure misleiding. Elektrische pushbacktrucks, herbruikbare koffiebekers en zogenaamde CO₂-compensatieprogramma’s moeten vooral jonge reizigers het gevoel geven dat ze verantwoord de wereld rondvliegen. De boodschap is subtiel maar effectief: je kunt blijven consumeren, zolang je er maar een groen sausje overheen giet. In werkelijkheid verandert er niets aan het fundamentele probleem. Vliegen is en blijft een van de meest vervuilende vormen van transport. Bomen planten in Indonesië of Peru compenseert geen kerosine boven Europa. Dat extra geld verdwijnt vooral richting aandeelhouders, niet richting het klimaat.

De noodzaak van krimp op Schiphol is nauwelijks omstreden. Minder vluchten betekent minder stikstof, minder CO₂, minder geluidsoverlast en minder druk op ruimte en natuur. In Duitsland werken overheid, spoorwegen en luchtvaart samen om korte vluchten te vervangen door treinreizen. In Frankrijk zijn binnenlandse vluchten wettelijk beperkt. Nederland daarentegen staat met 29 advocaten tegenover zijn eigen klimaatdoelen. Niet omdat er geen alternatieven zijn, maar omdat winst belangrijker wordt geacht dan leefbaarheid.

Schiphol behoort tot de grootste luchthavens van Europa. Juist daarom is deze zaak zo cruciaal. De luchtvaartsector weet dat een nederlaag in Haarlem gevolgen kan hebben voor Frankfurt, Parijs, Madrid en Londen. Dit is geen lokaal conflict, maar een proefproces. Als Nederland durft te krimpen, kunnen andere landen volgen. En precies dat scenario jaagt de sector angst aan. Niet het klimaat, niet de leefomgeving, niet de gezondheid van omwonenden – maar het precedent.

Het patroon is herkenbaar. Taxichauffeurs vechten tegen Uber. Boeren tegen krimp van de veestapel. Media tegen AI. De luchtvaart tegen krimp van Schiphol. Het zijn allemaal achterhoedegevechten van sectoren die weten dat hun businessmodel niet toekomstbestendig is, maar weigeren dat te accepteren. In plaats van zich aan te passen, wordt het rechtssysteem ingezet om verandering te blokkeren. Hoeveel geld het ook kost. Hoe groot de maatschappelijke schade ook is.

Het grote probleem is niet dat bedrijven hun belangen verdedigen. Dat is voorspelbaar. Het probleem is dat we deze strijd nog steeds framen als een debat tussen gelijkwaardige partijen. Alsof “economische belangen” en “klimaat” twee meningen zijn die je netjes tegen elkaar kunt afwegen. Dat stadium zijn we al lang voorbij. Dit is geen meningsverschil meer, dit is een botsing tussen fysieke grenzen en financiële illusies.

Bedrijven die zich duurzaam noemen maar tegelijk procederen tegen milieumaatregelen bedrijven geen groene innovatie, maar groene propaganda. Duurzaamheid als marketinginstrument, niet als moreel kompas. De campagne #ZetDeKnopOm blijkt vooral bedoeld voor burgers, niet voor multinationals. De gewone consument moet minderen, terwijl het grootkapitaal zijn privileges juridisch dichttimmert.

De luchtvaart vecht hier niet voor vrijheid, bereikbaarheid of internationale verbondenheid. Ze vecht voor omzet. Voor dividend. Voor het recht om te blijven doen alsof oneindige groei mogelijk is op een eindige planeet. En zolang rechters, politici en aandeelhouders die illusie blijven faciliteren, is #ZetDeKnopOm niets meer dan een slogan. Het echte knopje dat om moet, zit niet in onze meterkast, maar in het economische systeem dat winst nog altijd boven leefbaarheid plaatst.

zondag 16 juli 2023

Wanneer Pieter Omtzigt zijn reputatie naar de kloten wil zien gaan dan moet hij een eigen partij beginnen

Wanneer Pieter Omtzigt zijn zorgvuldig opgebouwde reputatie in één klap wil slopen, hoeft hij eigenlijk maar één ding te doen: een eigen politieke partij beginnen. Dat klinkt paradoxaal in een land waar hij inmiddels wordt behandeld als een soort seculiere messias, maar juist die verering is zijn grootste valkuil. Omtzigt is groot geworden als controleur van de macht, als dossierbijter, als man die misstanden blootlegde waar anderen liever over zwegen. Maar wie van waakhond premierkandidaat wil worden, verruilt moreel gezag voor politieke verantwoordelijkheid. En daar gaat het bijna altijd mis.

Sinds Mark Rutte hem persoonlijk richting de zijlijn dirigeerde, hangt Omtzigt als een politieke schim boven Den Haag. Iedereen wil hem hebben, niemand weet wat hij wil. Maurice de Hond peilt hem al maanden als electorale superster, zonder dat er ook maar één partijprogramma ligt. De boerenlobbyclub BBB zag in hem zelfs de ideale premierskandidaat: een keurige man met bestuurlijke uitstraling die hun populistische project van een serieus sausje zou voorzien. Caroline van der Plas zou graag een stap opzij doen, zolang Omtzigt haar vehikel maar bestuurbaar maakt. Maar Omtzigt bedankte beleefd. Terecht.

Want wie iets beter kijkt naar BBB ziet precies waarom Omtzigt daar ver vandaan moet blijven. Een partij vol politieke nomaden: oud-CDA’ers, ex-VVD’ers, afgedankte FvD’ers en beroepscarrièristen die hun zetel vooral zien als verlengstuk van hun cv. Mensen zonder ideologie, zonder loyaliteit, zonder langetermijnvisie. Vandaag BBB, morgen De Mos, overmorgen weer iets nieuws. Omtzigt weet als geen ander hoe snel politieke sterren kunnen doven. Hij heeft het zelf meegemaakt.

Maar ook een eigen partij biedt geen garantie op succes. Integendeel. Crowdfunding leverde een paar ton op, maar dat is in campagnetermen kleingeld. Verkiezingen kosten miljoenen. Mediaoptredens, campagnes, organisatie, personeel, dat draait allemaal op geld en macht. En juist daar wringt het. Omtzigt is populair, maar inhoudelijk opvallend vaag. Over de grote vraagstukken van deze tijd – woningnood, klimaat, zorg, ongelijkheid, stikstof, energie, geopolitiek – weten we vrijwel niets van zijn standpunten. Niet omdat hij niets zegt, maar omdat hij structureel weigert keuzes te maken.

Dat is zijn kracht als Kamerlid, maar zijn zwakte als leider. Controle is iets anders dan besturen. Kritiek leveren is makkelijker dan beleid maken. Iedereen kan zeggen dat het systeem kapot is, maar iemand moet het repareren. En precies daar ontbreekt het Omtzigt aan: een samenhangende visie op hoe Nederland eruit moet zien. Hoe ziet zijn economie eruit? Zijn klimaatbeleid? Zijn buitenlandpolitiek? Zijn antwoord op de zorgcrisis? Zijn houding tegenover China, Rusland, de VS? Niemand weet het. Waarschijnlijk hijzelf ook niet.

Daar komt nog iets bij: elke nieuwe partij trekt opportunisten aan. Mensen met verborgen agenda’s, persoonlijke vetes, lobbybelangen. Omtzigt mag dan integer zijn, zijn toekomstige fractie zal dat gegarandeerd niet volledig zijn. En dan begint het echte werk: interne conflicten, mediadruk, lekken, teleurstellingen, compromissen. De heiligverklaring van Omtzigt door pers en publiek zal binnen een jaar omslaan in teleurstelling, cynisme en afrekening. Want wie als redder wordt gepresenteerd, wordt ook als eerste verantwoordelijk gehouden wanneer de problemen blijven bestaan.

Omtzigt zal stemmen afsnoepen bij PVV, FvD, VVD en CDA. Dat klopt. Maar daarna begint pas de ellende. Dan moet hij leveren. Dan moet hij regeren. Dan moet hij doen wat Rutte ook niet kon: structurele oplossingen bieden voor structurele crises. En die oplossingen heeft ook Pieter Omtzigt niet.

Misschien is dat de echte tragiek van Omtzigt: hij is op zijn best als hij níet aan de macht is. Als luis in de pels. Als systeemkriticus. Niet als systeembeheerder. Zijn grootste politieke daad zou dan ook zijn om géén partij te beginnen. Zich terugtrekken, afstand houden, mythe blijven in plaats van mislukt leider worden.

Soms is de meest rationele keuze: niet meedoen. En in dit geval zou dat voor Omtzigt zelf, en waarschijnlijk ook voor het land, de beste uitkomst zijn.



zaterdag 8 juli 2023

DE VALSE START VAN RUTTE IV KWAM NOOIT MEER GOED

De politieke carrière van Mark Rutte laat zich inmiddels lezen als een handleiding in hoe je macht behoudt zonder verantwoordelijkheid te nemen. Het begon allemaal onschuldig genoeg met een achteloos zinnetje in de formatie van Rutte III: “functie elders”. Wat bedoeld was als interne notitie, bleek een venster op de ware bestuursstijl van Rutte. Pieter Omtzigt, de lastigste controleur van het kabinet, moest weg. Niet inhoudelijk bestreden, maar administratief verwijderd. Rutte ontkende eerst glashard dat hij dat had voorgesteld, maar enkele weken later bleek uit vrijgegeven stukken dat hij het wel degelijk had gedaan. Het was geen verspreking, het was strategie.

Omtzigt had Rutte immers in het nauw gedreven met de toeslagenaffaire. Hij stelde vragen waar geen antwoorden op waren. Hij las dossiers die anderen liever gesloten hielden. Dus moest hij uit beeld. Dat het CDA zijn eigen kroonjuweel niet verdedigde maar liet vallen, maakte het alleen maar schrijnender. Omtzigt vertrok. Rutte kreeg zijn zin. En de boodschap aan de rest van de Kamer was glashelder: wie te lastig wordt, ligt eruit.

In theorie had dit het einde van Rutte moeten zijn. Zelfs zijn eigen coalitiepartners vonden het “functie elders”-moment onacceptabel. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers sprak als eerste uit dat samenwerking met de VVD niet langer vanzelfsprekend was. Sigrid Kaag ging nog verder en sprak de historische woorden: “Hier scheiden onze wegen.” Het klonk als een politieke doodverklaring. Maar toen de motie van wantrouwen kwam, durfde D66 niet door te pakken. Kaag knipperde. Rutte bleef.

Wat volgde was de langste formatie in de Nederlandse geschiedenis. Meer dan een jaar demissionair bestuur, waarin Rutte vrolijk bleef regeren alsof er niets aan de hand was. Grote besluiten werden genomen, crises bleven liggen. D66 had spijt, maar zat klem. Had Kaag die motie gesteund, dan was Rutte weg geweest. Nu wist Rutte dat hij haar in de tang had. D66 móést wel. En dus kwam er, tegen heug en meug, alsnog een kabinet met VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Inhoudelijk haalde D66 veel binnen, maar politiek betaalde de partij een hoge prijs. De VVD-achterban radicaliseerde verder, vooral op immigratie. Onder druk van de opkomende BBB en de permanente dreiging van PVV en FvD schoof de VVD steeds verder naar rechts. Hardere asielregels, nareis beperken, quota invoeren. Niet omdat het werkte, maar omdat het scoorde. En toen D66 en ChristenUnie daar niet in mee wilden, trok Rutte de stekker eruit.

Niet vanwege stikstof. Niet vanwege Groningen. Niet vanwege klimaat of de toeslagenaffaire. Maar vanwege asiel. Een probleem dat de VVD zelf jarenlang had laten ontsporen. Rutte maakte van een intern VVD-dossier een nationale crisis. Het landsbelang werd opgeofferd aan het partijbelang. De zelfbenoemde crisismanager koos opnieuw voor zijn eigen achterban.

De verkiezingswinst van BBB bij de Provinciale Staten gaf Rutte het perfecte excuus. Angst voor extreemrechts werd het nieuwe campagnemiddel. Maar ondertussen blijkt BBB zelf een luchtbel. Een partij zonder structuur, zonder kader, zonder ideologie. Overlopers van CDA, VVD, FvD en PVV die hun baan wilden redden. Racistische uitglijders, interne ruzies, aftredende Statenleden. De Rabobankpartij loopt nu al leeg voordat ze ooit echt begonnen is.

En toch: wie denkt dat Rutte nu verdwijnt, vergist zich. Rutte V ligt al op de loer. Met hetzelfde dolende CDA. Met dezelfde strategie van liegen, ontkennen, vergeten. Met dezelfde bestuursstijl waarin problemen worden doorgeschoven en critici worden geneutraliseerd. Dertien jaar Rutte heeft Nederland opgezadeld met structurele crises en een uitgeholde bestuurscultuur. En het meest cynische is: hij komt er gewoon weer mee weg.

Mark Rutte heeft niet alleen Pieter Omtzigt uitgeschakeld. Hij heeft een politieke cultuur gecreëerd waarin macht belangrijker is dan waarheid, en overleven belangrijker dan oplossen. Dat is zijn echte nalatenschap. En daar betaalt Nederland nog jaren de prijs voor.