Wie de ontwikkelingen in de Verenigde Staten de afgelopen maanden volgt, kan nauwelijks anders dan concluderen dat het land in een permanente staat van politieke en maatschappelijke ontregeling verkeert. De gebeurtenissen volgen elkaar in sneltreinvaart op. De week begon met oplopende spanningen rond Venezuela, werd gevolgd door agressieve dreigementen richting Groenland en eindigde met verontrustende beelden van ICE-eenheden en grenspolitie die het vuur openen op Amerikaanse burgers. Het past in een patroon van een jaar waarin Donald Trump en zijn regime zichtbaar lijken te werken aan het ondermijnen van de rechtsstaat, het uithollen van hulporganisaties en het uitschakelen van politieke tegenstanders.
Toch blijft één vraag onbeantwoord: waarom staat de
Verenigde Staten nog altijd niet op code geel in het Nederlandse reisadvies?
Het meest schokkende voorbeeld van de ontsporing was de
brute moord op Renee Nicole Good, een 37-jarige Amerikaanse staatsburger uit
Minneapolis. Nadat zij haar kinderen bij school had afgezet moest zij een
ICE-convooi laten passeren. Wat volgde was geen vergissing, maar een executie:
een agent schoot haar met zes kogels dood. Haar dood leidde tot landelijke
verontwaardiging, maar staat niet op zichzelf. Het was de tweede dodelijke
schietpartij door ICE waarbij een Amerikaans staatsburger om het leven kwam.
Als zelfs staatsburgers niet veilig zijn voor overheidsgeweld, wat betekent dat
dan voor toeristen, studenten en mensen met een dubbele nationaliteit?
De Verenigde Staten behouden een enorme aantrekkingskracht.
De landschappen zijn adembenemend, de steden iconisch. New York en Los Angeles
voelen als filmsets waarin je zelf even figurant bent. Maar achter die façade
groeit een samenleving die op scherp staat. De magie maskeert een realiteit van
angst, polarisatie en willekeur.
Die instabiliteit is geen toeval. ICE pakt steeds vaker
mensen willekeurig op, zonder transparante juridische procedures. In het meest
extreme geval verdwijnen zij niet naar hun land van herkomst, maar belanden zij
in de beruchte CECOT-gevangenis in El Salvador, een megacomplex dat symbool
staat voor ontmenselijking en het loslaten van rechtsstatelijke principes. Dat
de Verenigde Staten hieraan meewerken of dit faciliteren, zou voor Europa reden
moeten zijn om alarm te slaan.
Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken erkent die
realiteit slechts gedeeltelijk. Het reisadvies waarschuwt voor politieke
bijeenkomsten, plotseling geweld en het risico op mass shootings. Sinds 1
januari 2026 gelden bovendien nieuwe inreisbeperkingen binnen het uitgebreide
Travel Ban-beleid, wat ook Nederlanders met een dubbele nationaliteit kan
raken. Dit zijn geen randverschijnselen, maar structurele risico’s.
Europa durft de Verenigde Staten niet openlijk te
bekritiseren uit vrees voor het wegvallen van Amerikaanse steun aan Oekraïne en
de NAVO. De schrik zit er diep in dat Poetin bij een verzwakte
trans-Atlantische band zijn expansiedrift verder kan botvieren. Maar
afhankelijkheid mag nooit een excuus zijn om de veiligheid van burgers te
negeren.
Een reisadvies is geen diplomatiek statement, maar een
beschermingsmiddel. Het dient om burgers te informeren over reële risico’s,
niet om bondgenoten te ontzien. Een land met structureel overheidsgeweld, een
uitgeholde rechtsstaat en een president die zich steeds autoritairder gedraagt
is objectief minder veilig. Ook als dat land de Verenigde Staten heet.
De Nederlandse overheid heeft de plicht haar burgers te
beschermen. Een aanscherping naar minimaal code geel is geen anti-Amerikaanse
daad, maar een erkenning van de feiten. Want hoe indrukwekkend het decor ook
is, veilig is het allang niet meer.
