Pagina's

zaterdag 2 mei 2015

Rente



Het leek zo’n mooi huwelijk, die relatie tussen bank en klant. De klant vertrouwt zijn geld aan de bank, die ermee mag doen en laten wat het wil. Normaliter lende de bank dat geld weer uit aan anderen. Daarvoor vroeg het geld. Dat heette rente. En een stukje van die rente kreeg u, als spaarder dan weer als vergoeding voor uw goede vertrouwen in uw bank. Dat is een bank zoals een bank bedoeld is. Maar die tijden zijn voorbij. Dat is voorgoed verleden tijd.

Tegenwoordig worden met uw spaarcenten vooral de zakken van de bankdirecteuren zelf gevuld. Er worden miljardenovernames van betaald en er wordt instabiel onrendabel vastgoed aangeschaft. Want als het mis gaat dan staat de belastingbetaler weer klaar. Niet in de vorm van sparen, maar in de vorm van staatssteun. U, de belastingbetaler redde de banken in 2008 en 2009 met gezamenlijk 76 miljard euro. In dat bedrag zit niet eens het redden van SNS Reaal, dat in 2013 voor 10 miljard euro staatseigendom werd. De kosten die zijn gemaakt om ABN AMRO te redden zijn daarin ook niet helemaal verrekend. Dus voor een kleine 100 miljard euro aan belastinggeld is de financiële sector van de ondergang gered.  Gauw gerekend betaalde iedere Nederlander, ongeacht leeftijd, inkomen, ras of geslacht tot nu toe dus zo’n 60.000 euro aan het redden van de financiële sector. Als belastingbetaler betaalde u dus een fors deel van het salaris van een gemiddelde bankdirecteur. U betaalde zijn eten en drinken, maar ook de hypotheek op zijn riante villa in ‘t Goy, Aerdenhout of Wassenaar. U betaalde mee aan zijn vakantie, aan zijn leasebak en aan zijn gezin. U zorgde ervoor dat hij niet onder een brug hoefde te slapen. U bespaarde hem echtscheidingen en nog meer ellende.

Als dank voor het besparen van al die ellende vulde de bankdirecteur zijn zakken met uw spaargeld. Als dank mocht u gaan betalen voor internetbankieren, waarbij u als spaarder het werk van de bankmedewerker uit handen neemt. U bespaart uw bank dus kosten en u betaalt daar ook nog eens voor. En dat doet u zonder mopperen. Vrijwillig, dus. Maar hij komt eraan. Het onvoorstelbare is waar geworden. Het is niet langer een farce. Er is geen ontkomen meer aan. Het gaat er nu echt van komen. De eerste contouren worden al zichtbaar aan de horizon. U hoeft er niet langer op te wachten, want deze week werd onbewust en in alle stilte de eerste stap gezet. Binnen een jaar is het een feit en u kunt er niet meer omheen. Hij komt eraan: de negatieve spaarrente.

De banken moeten reserves opbouwen. Een volgende financiële crisis wil de overheid niet meer betalen. Die moeten de banken zelf maar betalen. Da’s goed, zeiden de banken morrend, maar dan verlagen wij de spaarrente. Het aanleggen van die reserves moet immers ergens van komen. Sterker nog; de spaarrente is sinds deze week zo laag, dan Rabobank, ING en sinds vandaag ook Aegon de spaarder voorbereiden op een negatieve spaarrente. ABN AMRO heeft zich officieel nog niet uitgelaten over een negatieve spaarrente. Maar als drie van de vijf grootste banken van het land hardop spreken over een negatieve spaarrente dan zal ABN AMRO vanzelf volgen. Dus dan betaalt u als spaarder dus geld aan de bank om uw geld daar te mogen stallen. De banken hebben dus de arrogantie opgebracht om u als spaarder te straffen voor uw vertrouwen in uw bank.

Dus naast alle ellende die de banken de belastingbetaler heeft gegeven door de economie in een crisis te storten, de overheid te dwingen tot het redden van de financiële sector met bijna 100 miljard euro die dan vervolgens weer terug mochten worden gehaald met miljarden bezuinigingen gingen de bankdirecteuren ongestoord verder met het vullen van hun zakken met uw zuurverdiende spaarcenten en mocht u gaan betalen voor werkzaamheden die u de bank uit handen nam. Daar bovenop komt dus nog de volgende ellende: de negatieve spaarrente.

Wat een tuig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten