Pagina's

maandag 31 augustus 2026

Kabinet-Jetten I- hebben we dit kunstje niet eerder gezien?

Wie de afgelopen dagen naar het kabinet-Jetten I keek, kon een merkwaardig gevoel van déjà vu krijgen. We hebben dit namelijk al eens gezien. Niet zo lang geleden nog. Ook het kabinet-Schoof begon met veel goede voornemens, om vervolgens geregeld te ontaarden in onderlinge ruzies, irritaties en politieke schermutselingen. Nu lijkt de geschiedenis zich opnieuw te herhalen. Alleen heet de premier dit keer Jetten.

Natuurlijk zijn D66, VVD en CDA geen PVV, VVD, NSC en BBB. De politieke verhoudingen zijn anders en ook de aanleiding voor de coalitievorming verschilt. Maar het onderliggende probleem vertoont opvallend veel overeenkomsten: partijen die elkaar nodig hebben om te kunnen regeren, maar politiek niet altijd dezelfde kant op willen.

De recente begrotingsonderhandelingen waren daarvan een uitstekend voorbeeld. Uiteindelijk kwam er een akkoord. Hoera. Maar wie denkt dat het daarmee klaar is, heeft de politieke werkelijkheid niet goed bekeken. Vooral de VVD hield de deur lange tijd dicht, tot ergernis van D66 en CDA. Er moest flink worden geduwd en getrokken voordat iedereen door dezelfde deur naar buiten kon.

Precies daar begint de vergelijking met Schoof interessant te worden. Ook daar was het regelmatig niet de oppositie die het kabinet de grootste problemen bezorgde, maar de coalitie zelf. Ministers en fracties waren voortdurend bezig elkaar politiek af te troeven. De premier mocht vervolgens uitleggen dat er niets aan de hand was en dat iedereen heus nog constructief samenwerkte. Dat ritueel kennen we inmiddels.

Het kabinet-Jetten heeft bovendien een handicap die Schoof ook parten speelde: het is afhankelijk van anderen. D66, VVD en CDA hebben samen slechts 66 zetels. Voor een meerderheid moeten zij dus voortdurend steun zoeken bij oppositiepartijen. Dat kan uitstekend werken als een kabinet intern eensgezind is en als partijen bereid zijn water bij de wijn te doen. Maar als de coalitie zelf al moeite heeft om tot overeenstemming te komen, wordt iedere extra onderhandeling een potentieel mijnenveld.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de inhoudelijke dossiers die eraan komen. Migratie, sociale zekerheid, stikstof, woningbouw, zorg en de overheidsfinanciën zijn onderwerpen waarbij D66, VVD en CDA bepaald niet automatisch hetzelfde antwoord geven. De begroting was slechts de eerste grote krachtmeting.

Daarom moeten we oppassen met de gedachte dat het kabinet nu bewezen heeft stabiel te zijn omdat het uiteindelijk een akkoord heeft bereikt. Het tegenovergestelde kan ook waar zijn: juist de manier waarop dat akkoord tot stand kwam, laat zien hoe moeizaam de samenwerking is.

Toch hoeft kabinet-Jetten niet meteen te vallen. Dat is belangrijk. Geen van de drie partijen staat te springen om nieuwe verkiezingen. Een val kan voor iedereen slecht uitpakken. Bovendien hebben zij laten zien dat er onder hoge druk uiteindelijk een compromis mogelijk is.

Maar de vraag is niet alleen of het kabinet vandaag nog staat. De vraag is of het de voortdurende politieke spanning kan verdragen. Een kabinet kan immers maandenlang overeind blijven terwijl het intern steeds verder uit elkaar groeit.

Mijn inschatting is daarom dat de kans dat kabinet-Jetten I vóór Kerstmis valt ongeveer 45 procent bedraagt. Dat is geen zekerheid, maar ook bepaald geen detail. En de kans dat deze coalitie probleemloos vier jaar volmaakt, schat ik aanzienlijk lager in.

Want wie naar het kabinet-Schoof keek, weet hoe snel politieke irritatie kan veranderen in structurele ruzie. En wie nu naar kabinet-Jetten kijkt, ziet verdacht veel bekende patronen.

Misschien is het dus niet de vraag óf we opnieuw een kabinetscrisis krijgen.

Misschien is het vooral de vraag hoeveel begrotingsakkoorden en nachtelijke onderhandelingen ervoor nodig zijn voordat iemand eindelijk zegt: tot hier en niet verder.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten