Pagina's

zondag 22 februari 2026

Het einde van BBB bewijst dat populisme geen oplossingen heeft. Nu niet. Dan niet. Nooit niet.

Het vertrek van Caroline van der Plas als leider van de BoerBurgerBeweging is geen verrassing. Het is het onvermijdelijke eindpunt van een politieke beweging die groot werd op simplisme en beloftes, maar struikelde over de werkelijkheid. Van der Plas blijft Kamerlid, maar haar aftreden als partijleider markeert het failliet van een project dat begon als ‘de stem van de boer’ en eindigt als het zoveelste voorbeeld van populisme dat bezwijkt onder zijn eigen beloften.

De tegenstelling tussen retoriek en realiteit werd pijnlijk zichtbaar toen Van der Plas in Buitenhof nog stoer verklaarde dat ze in Brussel “met de vuist op tafel zou slaan”, om een dag later tegenover NOS-correspondent Kysia Hekster toe te geven dat het zo simpel niet werkt. Het moment was veelzeggend. Niet omdat politici van inzicht veranderen — dat hoort bij politiek — maar omdat hier het fundament onder het hele BBB-verhaal zichtbaar werd: de illusie dat complexe internationale verdragen en nationale wetgeving met een beetje bravoure kunnen worden weggeblazen.

Dat is de kern van het populistische verdienmodel. Problemen worden voorgesteld als eenvoudig. Oplossingen als onmiddellijk uitvoerbaar. Tegenstanders als verraders. Totdat de populist zelf aan de knoppen zit.

Na de monsterzege bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 en toetreding tot het faalkabinet Schoof in datzelfde jaar kreeg BBB de kans om haar beloften waar te maken. Met Femke Wiersma op Landbouw zou de sector eindelijk worden gered. Maar de praktijk bleek weerbarstig. Plannen botsten op stikstofregels, Europese afspraken, begrotingsbeperkingen en juridische grenzen. De politieke werkelijkheid liet zich niet intimideren door verkiezingsslogans.

De teleurstelling onder de achterban groeide, en zoals zo vaak bij populistische bewegingen volgde geen zelfreflectie, maar radicalisering. In plaats van realistische landbouwoplossingen verschoof de partij richting het bredere repertoire van extreemrechts, waar ook PVV, Forum voor Democratie, JA21 en VVD in dezelfde smerige bruine electorale vijver gevuld met haat en jaloezie zitten te vissen. Van der Plas begon zichzelf te presenteren als slachtoffer van een vijandig systeem, een bekend repertoire waarin eigen falen wordt omgezet in martelaarschap.

De kiezer trapte daar steeds minder in. Bij de verkiezingen van 2025 halveerde de partij. In de peilingen van begin 2026 resteert nauwelijks nog steun. De politieke houdbaarheidsdatum van BBB bleek even kort als die van eerdere protestpartijen.

Nu barst ook intern de strijd los. Henk Vermeer moet de leiding overnemen, maar delen van de partij zien liever Mona Keijzer naar voren schuiven. Het conflict legt de fundamentele zwakte van nieuwe extreemrechtse experimenten bloot: er is geen gedeelde visie, alleen gedeelde verontwaardiging. En verontwaardiging is een slechte basis voor goed bestuur.

Dit patroon is niet nieuw. De Lijst Pim Fortuyn implodeerde na intern geruzie. Nieuw Sociaal Contract verloor geloofwaardigheid toen beloften onuitvoerbaar bleken. Populistische bewegingen floreren in oppositie, maar verdorren in verantwoordelijkheid. Want regeren vereist compromissen, kennis en geduld — precies de eigenschappen die populisme afdoet als zwakte.

BBB is geen uitzondering, maar een herhaling. De boeren lobbyclub beweerde het systeem te zullen veranderen, maar werd uiteindelijk door dat systeem zelf veranderd. Een beweging die zei op te komen voor boeren strandde in interne machtsspelletjes en electorale krimp.

Het vertrek van Van der Plas is daarom meer dan een persoonlijke stap terug. Het is een erkenning van een politieke realiteit die populisten altijd ontkennen: schreeuwen is geen besturen. Beloften zijn geen beleid. En de werkelijkheid laat zich niet wegsturen met een vuist op tafel.

Wat resteert is een partij in verval, verscheurd door rivaliteit en zonder duidelijke koers. BBB begon als een revolutie. Het eindigt als een voetnoot. Het einde van BBB bewijst dat populisme geen oplossingen heeft. Nu niet. Dan niet. Nooit niet.

donderdag 5 februari 2026

Jetten I is gewoon Yesilgöz I met een premier in bruikleen

Nog voordat Rob Jetten überhaupt iets kon zeggen over de verdeling van ministersposten, had Dylan Yesilgöz ze al uitgedeeld. Dat ene detail zegt eigenlijk alles wat je moet weten over het zogenoemde Kabinet Jetten I. Formeel staat Jetten straks op het bordes, maar politiek gezien is het Dylan Yesilgöz die de regie voert. De VVD-leider is de feitelijke premier, Jetten mag de rol spelen.

Steeds meer Nederlanders zien het inmiddels. Yesilgöz is niet iemand die samenwerkt, maar iemand die dicteert. Niet iemand die onderhandelt, maar iemand die oplegt. Dat hele verhaal over een “nieuwe bestuurscultuur” kan direct de prullenbak in. Wat we krijgen is geen kabinet van drie partijen, maar een kabinet van één partij met twee bijwagens. D66 en CDA mogen aanschuiven, maar alleen zolang ze netjes het VVD-script volgen.

De ironie is pijnlijk. D66-kiezers zijn massaal overgestapt naar Jetten omdat ze een progressief alternatief wilden voor het rechtse blok rond Wilders en Yesilgöz. Wat ze nu krijgen is een regeerakkoord dat één-op-één het VVD-verkiezingsprogramma kopieert. Asiel, veiligheid, economie, Europa: alles ademt Yesilgöz. Jetten is in deze constructie niet meer dan de nieuwe Schoof. Een premier zonder macht, zonder ruimte, zonder eigen koers.

Yesilgöz is daarmee de tikkende tijdbom van dit kabinet. Niet omdat ze onvoorspelbaar is, maar omdat ze structureel ongeschikt is voor samenwerking. Ze heeft GroenLinks-PvdA maandenlang weggezet als staatsgevaarlijk, moreel corrupt en verantwoordelijk voor alles wat misgaat in Nederland. En nu is ze “blij met de uitgestoken hand” van Jesse Klaver. Dat is geen politieke volwassenheid, dat is cynisme. Eerst iemand demoniseren, daarna doen alsof je verrast bent dat diegene wantrouwig is.

Want laten we eerlijk zijn: GroenLinks-PvdA heeft hier niets te winnen. Elke poging om ook maar één komma in het regeerakkoord aan te passen zal door Yesilgöz persoonlijk worden gesaboteerd. Onderhandelen is hier niet de bedoeling. Het is tekenen bij het kruisje of vertrekken. Klaver snapt dat inmiddels. Zijn waarschuwing – “verwar onze uitgestoken hand niet met een blanco cheque” – is geen retoriek, maar pure zelfbescherming.

Het CDA mag ondertussen doen alsof het zichzelf opnieuw heeft uitgevonden, maar in werkelijkheid is het gedegradeerd tot aanhanger. Van regeringspartij naar bijwagen. Geen ideologische koers, geen profiel, geen invloed. Alleen nog relevant omdat Yesilgöz een extra zetel nodig had voor haar machtsproject. Dit is niet het CDA van balans en bruggen bouwen, dit is het CDA als politieke accessoire.

Het meest zorgwekkende is dat Yesilgöz in dit kabinet exact dezelfde rol speelt als Wilders in het faalkabinet Schoof I. De harde lijn, de rancune, de permanente vijandbeelden, de obsessie met GroenLinks-PvdA. In stijl, toon en strategie is Yesilgöz simpelweg Wilders in VVD-jasje. Met dit verschil: zij wordt serieus genomen door de instituties, waar Wilders altijd op afstand werd gehouden.

En zo krijgen we opnieuw een kabinet dat niet gebouwd is op samenwerking, maar op controle. Niet op inhoud, maar op macht. Niet op vertrouwen, maar op angst. Angst voor links, angst voor kritiek, angst voor echte verandering. De VVD heeft alles binnengehaald. D66 voert VVD-beleid uit. Het CDA legitimeert VVD-beleid. En Rob Jetten mag er een progressieve sticker op plakken.

Noem het dus geen Kabinet Jetten I. Dat is politieke marketing. Dit is Kabinet Yesilgöz I. Een kabinet waarin één persoon de lakens uitdeelt, één persoon de grenzen bepaalt en één persoon structureel weigert te accepteren dat democratie betekent dat je soms moet toegeven. En precies daarom is Dylan Yesilgöz niet de sterke vrouw van dit kabinet, maar de zwakste schakel. Niet omdat ze te weinig macht heeft, maar omdat ze er veel te veel van wil.



dinsdag 3 februari 2026

Waarom de AI-hype economisch niet klopt – hoe Big Tech een systeemcrisis bouwt

De overname van xAI door SpaceX, waarmee een gecombineerd bedrijf ontstaat met een geschatte waarde van 1,25 biljoen dollar, wordt gepresenteerd als een visionaire stap richting “datacenters in de ruimte”. In werkelijkheid lijkt de deal vooral bedoeld om de zware financiële problemen van xAI te maskeren en te financieren met de winstgevende kasstromen van SpaceX.

xAI blijkt een extreem kapitaalintensief bedrijf te zijn dat maandelijks circa 1 miljard dollar verbrandt. In het laatste kwartaal genereerde het slechts 107 miljoen dollar omzet, terwijl het tegelijkertijd een verlies van 1,46 miljard dollar leed. In de eerste negen maanden van 2025 verbruikte het bedrijf bijna 8 miljard dollar aan liquide middelen. Daarmee functioneert xAI feitelijk niet als een zelfstandig levensvatbaar bedrijf, maar als een permanente geldverbruiker.

SpaceX daarentegen is het enige bedrijf van Elon Musk dat structureel winstgevend is, met circa 8 miljard dollar winst op een omzet van 15 tot 16 miljard dollar. Door xAI onder te brengen bij SpaceX wordt de verlieslatende AI-activiteiten toegang verschaft tot een vrijwel onbeperkte kapitaalbron, vlak voor een mogelijke megabeursgang van SpaceX. De constructie vertoont sterke gelijkenissen met de overname van SolarCity door Tesla in 2016, die destijds door analisten werd gezien als een reddingsoperatie voor een noodlijdend bedrijf.

De strategische rechtvaardiging – dat AI-berekeningen in de ruimte goedkoper zullen worden – wordt inhoudelijk zwak geacht. SpaceX en xAI hebben geen natuurlijke operationele overlap: het ene bouwt raketten, het andere traint taalmodellen. De veronderstelde synergie lijkt vooral financieel van aard, niet technologisch.

Deze casus staat niet op zichzelf, maar past in een breder patroon binnen de AI-sector. De sector is uitgegroeid tot een netwerk van bedrijven die elkaars verliezen subsidiëren. OpenAI wordt gefinancierd door Microsoft, Nvidia investeert in AI-bedrijven die vervolgens massaal Nvidia-chips afnemen. Hierdoor ontstaat een circulair systeem waarin kapitaal rondgepompt wordt zonder dat er structureel rendabele bedrijfsmodellen ontstaan.

Tot nu toe levert AI slechts beperkte productiviteitswinsten op, terwijl de investeringen, energiekosten en infrastructuuruitgaven astronomisch zijn. Als AI-diensten zouden worden geprijsd op basis van hun werkelijke economische kosten, zouden veel toepassingen onrendabel blijken. Toch blijven beleggers investeren, zonder serieus naar balansen en kasstromen te kijken.

De conclusie is dat de AI-sector kampt met zware overinvestering, wat het rendement structureel ondermijnt. Daartegenover staan sectoren als energie, grondstoffen en opkomende markten, waar juist jarenlang is ondergeïnvesteerd. Volgens klassieke economische cycli leidt onderinvestering tot schaarste en stijgend rendement, terwijl overinvestering – zoals in tech en AI – juist waarde vernietigt. De kernstelling is dan ook dat de AI-hype geen duurzaam groeimodel vormt, maar een grootschalige kapitaalverschuiving zonder solide economische basis.

AI is geen innovatie, maar financiële alchemie

Zie ook: Opinie Paultje: Het systeemrisico van de AI hype

en Opinie Paultje: De AI-zeepbel van Elon Musk



Het systeemrisico van de AI hype

De huidige golf van investeringen in kunstmatige intelligentie laat zien dat de wereldeconomie opnieuw afglijdt naar een systeem waarin waarderingen steeds verder los komen te staan van reële prestaties. Net als in de jaren voorafgaand aan de bankencrisis van 2008 zijn verwachtingen, modellen en toekomstscenario’s belangrijker geworden dan bewezen rendement, duurzame bedrijfsmodellen of maatschappelijke meerwaarde. Bedrijven die zich positioneren rond AI worden in korte tijd gewaardeerd op honderden miljarden dollars, ondanks het ontbreken van stabiele inkomsten, transparante kostenstructuren en tastbare resultaten op lange termijn.

Tegelijkertijd heeft zich een ingrijpende machtsconcentratie voltrokken. Een handvol technologiebedrijven beheert inmiddels de digitale infrastructuur waarop moderne samenlevingen draaien. Cloudplatforms, communicatienetwerken, besturingssystemen, zoekmachines, sociale netwerken, datastromen en in toenemende mate AI-modellen zijn in handen gekomen van enkele private ondernemingen die niet langer slechts markten bedienen, maar functioneren als de ruggengraat van economie, overheid en publieke dienstverlening. Deze bedrijven zijn daarmee geen gewone marktspelers meer, maar feitelijke nutsvoorzieningen zonder democratische legitimiteit of structurele publieke controle.

Door deze concentratie zijn grote techbedrijven per definitie ‘too big to fail’ geworden. Hun mogelijke ondergang zou niet slechts financiële schade veroorzaken, maar directe maatschappelijke ontwrichting. Overheden, ziekenhuizen, energiebedrijven, logistieke netwerken en media zijn afhankelijk geworden van digitale systemen die zij niet zelf beheren en niet zelfstandig kunnen vervangen. Waar in 2008 vooral banken moesten worden gered om het financiële systeem overeind te houden, dreigt bij een nieuwe crisis niet alleen een marktprobleem, maar een infrastructuurcrisis van de samenleving zelf.

De hoge waarderingen in de techsector worden bovendien gedragen door dezelfde mechanismen die eerder leidden tot de kredietcrisis. Complexiteit zorgt ervoor dat vrijwel niemand nog volledig begrijpt hoe de onderliggende technologieën economisch moeten renderen. Tegelijk ontstaat een autoriteitsillusie rond ‘de slimste mensen ter wereld’ die deze systemen ontwerpen, waardoor kritische vragen worden vervangen door vertrouwen in expertise en reputatie. Daarbovenop komt moreel risico: grote spelers weten dat hun maatschappelijke belang zo groot is dat zij in noodsituaties waarschijnlijk toch gered zullen worden, met publiek geld.

Het gevolg is een perverse dynamiek waarin privaat kapitaal wordt gevoed door publieke middelen, terwijl de risico’s collectief worden gedragen. Overheidscontracten, subsidies en belastingvoordelen versterken de machtspositie van Big Tech, terwijl de winsten worden geprivatiseerd en de mogelijke verliezen uiteindelijk bij de samenleving terechtkomen. De markt disciplineert deze bedrijven niet langer, en de staat beschikt niet over voldoende instrumenten om hun macht effectief te reguleren.

De kern van het probleem is dat efficiëntie, schaalvergroting en winstmaximalisatie hebben geleid tot een economisch systeem met enkele digitale ‘single points of failure’. Innovatie en concurrentie zijn vervangen door afhankelijkheid en centralisatie. De samenleving is verschoven van een markteconomie met veel spelers naar een platformeconomie met oligarchische trekken, waarin een kleine elite van technologiebedrijven een disproportionele invloed uitoefent op economie, informatievoorziening en infrastructuur.

Het gevaar ligt daarom niet alleen in een mogelijke AI-zeepbel, maar in een systeem dat structureel is gebouwd op hebzucht, overwaardering en machtsconcentratie. Net als in 2008 wordt opnieuw een economische werkelijkheid gecreëerd die grotendeels op verwachtingen en modellen bestaat. Het verschil is dat een volgende crash niet alleen de financiële markten zal raken, maar de operationele werking van de samenleving zelf. Dat maakt de huidige situatie geen abstract risico, maar een reëel en groeiend systeemgevaar.

Lees ook: Opinie Paultje: De AI-zeepbel van Elon Musk


De AI-zeepbel van Elon Musk

De aangekondigde overname van xAI Corporation door SpaceX, met een geschatte waarde van 250 miljard dollar, is minder een zakelijke mijlpaal dan een alarmsignaal. Niet omdat kunstmatige intelligentie onbelangrijk is, maar omdat de bedragen die rondgaan inmiddels elke verhouding met de werkelijkheid lijken te zijn kwijtgeraakt. Een bedrijf dat pas in 2023 is opgericht, met een handvol producten – Grok, GrokiPedia, het omstreden platform X en een API – wordt ineens gewaardeerd op een kwart biljoen dollar. Dat is geen vertrouwen meer, dat is geloof.

De huidige AI-hype heeft steeds meer weg van een religie: wie het woord ‘AI’ uitspreekt, hoeft nauwelijks nog uit te leggen wat hij verkoopt. Investeerders staan in de rij, waarderingsbureaus knikken instemmend, en de markt accepteert bedragen die tien jaar geleden als krankzinnig zouden zijn afgedaan. xAI heeft nauwelijks bewezen technologie, geen stabiel verdienmodel en geen langdurige track record. Toch wordt het in één klap op hetzelfde niveau geplaatst als multinationals die decennia nodig hadden om hun waarde op te bouwen.

Het probleem is niet Elon Musk, maar het systeem dat dit mogelijk maakt. We hebben dit eerder gezien. De kredietcrisis begon ook met ‘logische’ aannames, ‘slimme’ financiële constructies en waarderingsbureaus die producten hoger inschatten dan ze ooit waard konden zijn. Hypotheken werden verpakt, doorverkocht en opgeblazen tot goud, totdat bleek dat de onderliggende werkelijkheid uit zand bestond. De rekening kwam uiteindelijk bij de belastingbetaler terecht.

De parallellen met AI zijn ongemakkelijk duidelijk. Ook hier draait het om verwachtingen, projecties en schattingen. Niemand weet precies hoeveel geld AI daadwerkelijk gaat opleveren, op welke termijn, en voor wie. Toch worden er nu al honderden miljarden geïnvesteerd, alsof het rendement gegarandeerd is. Microsofts recente waardedaling door zijn nauwe band met OpenAI laat zien hoe kwetsbaar dit systeem is. Eén tegenvallend kwartaal, en zelfs een techreus wankelt. 37,5 miljard dollar aan contracten zonder zichtbare groei: dat is geen innovatie meer, dat is gokken.

De overname van xAI door SpaceX past perfect in dit patroon. SpaceX, gefinancierd met enorme overheidscontracten, gebruikt publiek geld om een private AI-startup op te blazen. Zo ontstaat een conglomeraat dat op papier 1,3 biljoen dollar waard is, maar in werkelijkheid grotendeels bestaat uit beloftes over de toekomst. Musk staat op het punt de eerste triljonair ter wereld te worden, niet door tastbare productie, maar door waarderingen die niemand echt kan verifiëren.

Dat maakt deze deal niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk problematisch. Als dit kaartenhuis instort, zijn het opnieuw niet de miljardairs die de schade dragen, maar overheden, pensioenfondsen en kleine beleggers. Net als in 2008 zullen verliezen worden gesocialiseerd en winsten geprivatiseerd. Publiek geld voedt private speculatie, terwijl publieke voorzieningen onder druk blijven staan.

De aankoop van xAI door SpaceX is daarom geen teken van technologische vooruitgang, maar van financiële overmoed. Het laat zien hoe ver we zijn afgedreven van realistische waardering en hoe makkelijk de markt zich opnieuw laat meeslepen door een verhaal. Dit keer heet het verhaal geen hypotheek, maar AI. De uitkomst zou wel eens dezelfde kunnen zijn. 

Lees ook: Opinie Paultje: Het systeemrisico van de AI hype