Pagina's

zaterdag 19 september 2026

Een kwetsbaar kabinet in een steeds onveiliger wereld

De Algemene Politieke Beschouwingen van de afgelopen week hebben vooral laten zien waar het gevaar voor kabinet-Jetten vandaan komt. Het grootste gevaar voor kabinet-Jetten komt niet van de oppositie. Het komt uit eigen gelederen. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA heeft 66 zetels en kan dus geen begroting door de Kamer loodsen zonder steun van partijen die niet in het kabinet zitten. Dat is op zichzelf al lastig. Maar tijdens de APB werd vooral duidelijk dat de coalitie zelf nog altijd geen antwoord heeft op de vraag waar die steun vandaan moet komen.

Het wrange aan de huidige politieke situatie is dat de discussie over de stabiliteit van het kabinet-Jetten zich grotendeels afspeelt alsof het om een Haags machtsspel gaat. Alsof de vraag of D66 en CDA met PRO praten of de VVD met JA21 en BBB vooral een kwestie is van politieke strategie en de angst van de VVD om kiezers kwijt te raken aan partijen rechts van haar. Partijen die elkaar ondertussen liever beconcurreren dan gezamenlijk naar het landsbelang kijken. Nederland bevindt zich ondertussen in een wereld waarin oorlog en geopolitieke spanningen steeds directer onze eigen samenleving raken. Juist dan is het opmerkelijk dat de politieke energie zo sterk wordt opgeslokt door de vraag welke partij op welke flank terrein wint.

De oorlog in Oekraïne woedt voort aan de rand van Europa. De oorlog rond Iran heeft gevolgen voor de veiligheid en de internationale energiemarkten. Voor Nederland, een open economie die sterk afhankelijk is van internationale handel, energie en transport, zijn dat geen ontwikkelingen die zich ergens ver weg afspelen. Ze kunnen uiteindelijk terechtkomen bij bedrijven, consumenten en de overheid. Minister van Defensie Dilan Yeşilgöz wijst zelf op de directe gevolgen van internationale conflicten voor de Nederlandse veiligheid. Nederland heeft bovendien opnieuw miljarden uitgetrokken voor militaire steun aan Oekraïne, terwijl de marine rekening houdt met een mogelijke internationale inzet rond de Straat van Hormuz.

Juist daarom is het opmerkelijk dat dezelfde Yeşilgöz als VVD-leider heeft gekozen voor een politieke constructie die allesbehalve ruim in haar parlementaire jas zit. Een minderheidskabinet met 66 zetels kan functioneren. Maar het vraagt wel voortdurend onderhandelen, compromissen sluiten en nieuwe meerderheden. In een periode waarin Nederland snel moet kunnen reageren op internationale crises, defensie moet versterken en economische schokken moet opvangen, is het op zijn minst een terechte vraag of je jezelf die extra politieke kwetsbaarheid moet aandoen.

Een kabinet dat afhankelijk is van wisselende meerderheden moet juist op momenten van crisis kunnen rekenen op voldoende politieke eensgezindheid. En precies die eensgezindheid staat nu onder druk. D66 en CDA kijken voor parlementaire steun nadrukkelijk naar PRO, terwijl de VVD de rechterflank met JA21 en BBB niet wil verliezen. Premier Jetten probeert ondertussen iedereen aan boord te houden. Tijdens de APB weigerde hij dan ook expliciet te kiezen voor een vaste linkse of rechtse route.

Dat is politiek begrijpelijk. Maar geopolitiek wordt het een stuk minder comfortabel. In tijden van internationale crises wil je als land niet eerst moeten uitzoeken welke parlementaire meerderheid daarvoor beschikbaar is. Je wilt een kabinet dat weet wat het wil, een coalitie die daarachter staat en een parlement dat begrijpt dat nationale veiligheid niet iedere keer onderdeel kan worden van een binnenlands machtsspel.

Daar zit de fundamentele paradox van Yeşilgöz. Als minister van Defensie waarschuwt ze voor een wereld waarin regionale conflicten allang niet meer regionaal zijn. Ze wijst op de gevolgen voor onze veiligheid en Nederland neemt onder haar verantwoordelijkheid concrete maatregelen, van extra steun aan Oekraïne tot voorbereidingen voor een mogelijke inzet rond de Straat van Hormuz. Tegelijkertijd heeft zij als VVD-leider meegewerkt aan een kabinet waarin de coalitie zelf verdeeld is over de vraag bij wie zij haar politieke steun moet zoeken.

Misschien is dat uiteindelijk wel het vreemdste aan deze politieke constructie. Nederland wordt geconfronteerd met een wereld die vraagt om méér slagvaardigheid, terwijl Den Haag zichzelf opzadelt met een kabinet dat voor vrijwel iedere grote beslissing opnieuw op zoek moet naar een meerderheid.

Dat is geen reden om ieder minderheidskabinet bij voorbaat af te schrijven. Maar het is wel een reden om de vraag hardop te stellen: was dit werkelijk het moment om Nederland politiek ingewikkelder te maken?

Ondertussen tikt de klok. Op 17 maart 2027 zijn de Provinciale Statenverkiezingen. Daarna kiezen de Provinciale Staten samen met de kiescolleges de Eerste Kamer. Voor een kabinet dat nu al afhankelijk is van steun buiten de coalitie, is dat geen onbelangrijke datum.

De eerste landelijke peilingen geven PRO ondertussen reden tot tevredenheid, terwijl de drie coalitiepartijen hun eigen electorale positie zullen moeten bewaken. Maar daarmee wordt het probleem voor het kabinet-Jetten eerder groter dan kleiner. Hoe dichter de verkiezingen naderen, hoe sterker de druk op VVD, D66 en CDA om zich tegenover hun eigen achterban te profileren. En hoe groter die druk wordt, hoe moeilijker het kan worden om elkaar politiek de ruimte te geven.

De APB hebben dus kabinet ten val gebracht. Maar ze hebben wel pijnlijk blootgelegd waar de echte kwetsbaarheid zit. Niet bij de oppositie, maar in de coalitie zelf. Een kabinet dat in een steeds onveiliger wereld juist slagvaardigheid zou moeten uitstralen, is voorlopig vooral bezig uit te zoeken wie bereid is het overeind te houden. Dat is een ongemakkelijke conclusie na twee dagen Algemene Politieke Beschouwingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten