Pagina's

zaterdag 11 maart 2023

Een Rwanda deal gaat er komen

De affaire rond Gary Lineker laat pijnlijk zien hoe broos de grens is geworden tussen journalistiek, publieke moraal en politieke macht. Een televisiecommentator die zich uitspreekt tegen een overheidsmaatregel wordt door de nationale omroep op non-actief gesteld, waarna collega’s uit solidariteit hun werk neerleggen en een programma dat sinds 1964 onafgebroken wordt uitgezonden simpelweg verdwijnt. Dat is geen detail, dat is een alarmsignaal. Niet alleen over de staat van de BBC, maar over de staat van de democratische cultuur in het Verenigd Koninkrijk – en bij uitbreiding in heel Europa.

De aanleiding is de zogeheten Rwanda-deal: mensen die illegaal het VK binnenkomen worden gedeporteerd naar Rwanda, waar ze hun asielprocedure mogen afwachten. Lineker noemde het plan wat het is: een moreel failliet systeem dat mensen reduceert tot logistiek probleem. Zijn vergelijking met historische deportaties werd hem niet in dank afgenomen, maar inhoudelijk raakte hij een kern die veel politici liever ontwijken. Het gaat hier niet om beleid, maar om ontmenselijking. Om het uitbesteden van verantwoordelijkheid aan een arm land, in ruil voor geld, zodat rijke landen hun morele geweten kunnen afkopen.

Dat de BBC Lineker tot zwijgen probeert te brengen is extra wrang, omdat de publieke omroep juist geacht wordt onafhankelijk te zijn van politieke druk. In plaats daarvan gedraagt de BBC zich als verlengstuk van de regering-Sunak. Niet door censuur met knuppels, maar met contracten, neutraliteitsregels en vage normen over “impartialiteit”. Dat is de moderne vorm van repressie: geen verbod, maar beroepsmatige verstikking.

De Rwanda-deal is bovendien geen Brits incident. Nederland flirt er openlijk mee, via JA21 en inmiddels ook delen van de VVD. In Denemarken wordt hetzelfde pad bewandeld door nota bene sociaaldemocraten. Italië kijkt geïnteresseerd toe. Wat ooit begon als “opvang in de regio” is geëvolueerd tot letterlijk het exporteren van ongewenste mensen. Niet oplossen, maar wegschuiven. Niet integreren, maar uitbesteden. Asiel als outsourcingproject.

Het gevaar zit niet alleen in de juridische en humanitaire implicaties, maar in de politieke dynamiek die zo’n deal losmaakt. Extreemrechts bepaalt al jaren het debat: telkens wordt hun standpunt eerst belachelijk gemaakt, daarna “bespreekbaar”, en uiteindelijk beleid. Vandaag is het Rwanda. Morgen is het “alleen nog echte vluchtelingen”. Overmorgen “alle mensen van kleur”. En daarna, zoals de geschiedenis leert, iedereen die niet in het gewenste plaatje past. Fascisme komt zelden met laarzen; het komt met beleidsnota’s.

Daar komt nog iets bij: chantabiliteit. Wie zijn migratiebeleid uitbesteedt aan Rwanda, maakt zichzelf afhankelijk. Wie betaalt, bepaalt niet – die smeekt. Want zodra Rwanda merkt dat Europese regeringen politiek gegijzeld zijn door migratieangst, ligt de onderhandelingstactiek voor de hand: meer geld, of anders openen we de sluizen. Het is geen partnerschap, het is geopolitieke zelfondermijning.

Dat Sunak dit beleid nodig heeft, is politiek verklaarbaar. De Conservatieven staan er rampzalig voor in de peilingen en grijpen naar symbolisch hard beleid om hun achterban te sussen. Precies zoals de VVD in Nederland onder druk staat van BBB, PVV en FvD. Maar politiek begrijpelijk is nog niet moreel verdedigbaar. Integendeel: het is het klassieke patroon van verliezende macht die zich radicaal maakt om relevant te blijven.

Lineker heeft in feite gedaan wat journalisten en publieke figuren zouden móéten doen: een morele grens trekken. Dat hij daarvoor wordt gestraft, zegt minder over hem dan over het systeem waarin hij opereert. Een systeem waarin mensenrechten onderhandelbaar zijn geworden, en waarin het deporteren van kwetsbaren wordt gepresenteerd als “realistisch beleid”.

Wie denkt dat dit ophoudt bij Rwanda vergist zich. Dit is geen eindpunt, dit is een glijbaan. En wie erop stapt, verliest niet alleen zijn morele kompas, maar uiteindelijk ook zijn democratische geloofwaardigheid. Want wie mensen wegstuurt om politieke problemen op te lossen, heeft niet te maken met migratie – maar met eigen falen.



zondag 19 februari 2023

Een Rwanda deal zal Nederland chantabel maken

De campagne van JA21 loopt, zacht uitgedrukt, niet zoals gehoopt. Waar Caroline van der Plas met haar ene zetel permanent aanschuift bij talkshows en zichzelf succesvol heeft gepositioneerd als de stem van “de gewone boer”, lijken Annabel Nanninga en Joost Eerdmans vooral onzichtbaar. Zelfs in de gebruikelijke extreemrechtse biotoop – Vandaag Inside – zijn ze niet welkom. Dat Nanninga volgens berichten zelf naar Hilversum is gereden om Johan Derksen te overtuigen, en daar nul op het rekest kreeg, zegt alles: zelfs de vaste hofleverancier van populistisch entertainment ziet blijkbaar weinig commerciële of ideologische waarde in deze zoveelste PVV-afsplitsing.

JA21 had dus dringend een stunt nodig. Die kwam er met de zogenoemde Rwanda-motie. Een motie die de regering oproept samen met Denemarken te onderzoeken of asielzoekers hun procedure in Rwanda kunnen “afwachten”. Een formulering die klinkt als beleid, maar in werkelijkheid neerkomt op het dumpen van ongewenste mensen in een ver land, buiten zicht van het Nederlandse electoraat. Het is dezelfde truc die de Britse Conservatieven eerder probeerden en die Denemarken inmiddels alweer heeft laten vallen.

Dat het slechts om een motie gaat, maakt het niet minder veelzeggend. Moties zijn politieke signaalborden. Ze laten zien welke richting een partij op wil, welk wereldbeeld zij normaal wil maken. En het signaal van JA21 is helder: mensenrechten zijn onderhandelbaar, zolang het electoraal iets oplevert. Dat VVD en CDA uit angst voor extreemrechts vóór stemden, maakt het alleen maar zorgwekkender. Niet omdat zij plots ideologisch zijn omgeslagen, maar omdat zij laten zien dat morele grenzen verdwijnen zodra de peilingen dalen.

De Rwanda-deal wordt verkocht als “streng maar rechtvaardig”. In werkelijkheid is het een moreel en praktisch failliet plan. Het idee dat asielprocedures in Rwanda humaan, eerlijk en efficiënt zouden verlopen is pure fictie. In de praktijk betekent het tentenkampen, uitzichtloosheid, gebrek aan juridische bijstand en een overheid die vluchtelingen als handelswaar beschouwt. Niet als mensen, maar als verdienmodel. Want Rwanda kijkt inderdaad likkebaardend toe: westerse landen hebben een nieuwe markt ontdekt, met een prijskaartje van grofweg 150 miljoen euro per jaar per land.

Daarmee creëren we bovendien precies het probleem dat we zeggen te willen voorkomen: afhankelijkheid. Wie zijn migratiebeleid uitbesteedt, maakt zichzelf chantabel. Zodra Rwanda doorheeft dat Europa politiek gegijzeld is door migratieangst, kan het de prijs opvoeren. Meer geld, meer concessies, minder kritiek op mensenrechten. Precies zoals Erdogan dat al jaren doet met de Turkije-deal. De Europese Unie durft Turkije nauwelijks nog aan te spreken op corruptie, repressie of buitenlandse politiek, uit angst dat “de poorten” opengaan.

Het ironische is dat de Rwanda-deal tot nu toe vooral symbolisch blijkt. Er is nog geen enkele vluchteling vanuit het VK of Denemarken daadwerkelijk in Rwanda beland. De Hope Hotels staan leeg, juridische bezwaren stapelen zich op, en Denemarken heeft de stekker er inmiddels uit getrokken. Het plan werkt niet, maar blijft politiek aantrekkelijk omdat het de illusie wekt van controle.

En precies daar zit de kern. De Rwanda-motie is geen oplossing voor migratie, maar een marketingcampagne voor angst. Het is beleid als spektakel, bedoeld om te laten zien dat men “hard” durft te zijn. Dat JA21 hiermee denkt relevant te worden, zegt vooral iets over de leegte van hun politieke project. Zonder inhoud, zonder visie, zonder zichtbaarheid rest alleen het kopiëren van het hardste geluid op rechts.

Wat overblijft is een partij die moreel radicaliseert om media-aandacht te krijgen, in de hoop dat kiezers vergeten dat er nog geen enkel concreet probleem is opgelost. Niet de woningnood, niet de integratie, niet de asielprocedures zelf. Alleen het mensbeeld is verder verhard. En dat is misschien nog wel de meest duurzame schade die dit soort moties aanricht. Want wie eenmaal accepteert dat je mensen kunt “uitbesteden”, accepteert uiteindelijk alles.

zondag 8 januari 2023

Waarom deze Provinciale Statenverkiezingen een succes voor links gaan worden

In de laatste week van 2022 gaf woningminister Hugo de Jonge een reeks interviews waarin hij stelde dat het woningtekort in Nederland vooral wordt veroorzaakt door migratie. Minder migranten, zo suggereerde hij, betekent meer huizen voor “ons”. Het is een framing die inmiddels vertrouwd klinkt, maar die vooral opvalt door wat erin ontbreekt. Geen woord over het structureel mislukte woonbeleid van opeenvolgende kabinetten, waarin sociale huur massaal werd gesloopt, nieuwbouw werd overgelaten aan de markt en complete woonwijken in handen kwamen van beleggers, pensioenfondsen en buitenlandse investeerders. Het woningtekort is niet ontstaan door migratie, maar door politieke keuzes. En precies die keuzes wil De Jonge nu verhullen.

De timing is alleszeggend. De Provinciale Statenverkiezingen komen eraan en het CDA staat op instorten. Ooit was het de vanzelfsprekende bestuurspartij van Nederland, met diepe wortels in elke provincie, elke gemeente en elke bestuurslaag. Vandaag de dag wordt het CDA rechts ingehaald door PVV, FvD, BBB en zelfs JA21. In de peilingen bungelt de partij al maanden onderaan en in grote delen van het land dreigt electorale verdamping. Het CDA spartelt inderdaad als een vis op het droge, en in paniek grijpt het naar het oudste recept uit het populistische kookboek: wijs een zondebok aan.

Migratie is daarbij ideaal. Het is abstract, emotioneel geladen en moeilijk te weerleggen in soundbites. Dat De Jonge hiermee openlijk een groep mensen verantwoordelijk maakt voor een probleem dat zijn eigen partij mede heeft veroorzaakt, is niet alleen politiek cynisch, maar ook moreel leeg. Het woningtekort is geen natuurverschijnsel. Het is het gevolg van dertig jaar beleid waarin volkshuisvesting werd omgebogen tot vastgoedmarkt, huren explodeerden, corporaties werden uitgeknepen en de overheid zichzelf systematisch buitenspel zette.

Het wrange is dat deze rechtse vlucht naar voren het CDA waarschijnlijk niet gaat redden. De extreemrechtse vijver is inmiddels zo vol dat nog een xenofobe uitspraak nauwelijks extra stemmen oplevert. Wie op migranten wil schelden, heeft tegenwoordig keuze genoeg: van Wilders tot Baudet, van Van Haga tot Caroline van der Plas. Het CDA is daarin geen origineel alternatief, maar slechts een late imitator. En zoals altijd winnen imitators zelden van het origineel.

Intussen dreigt op rechts een politieke chaos. Niet alleen omdat er zoveel partijen zijn, maar omdat ze elkaar onderling nauwelijks verdragen. FvD is politiek radioactief, de PVV wil niet regeren, BBB is een lobbyclub met interne spanningen en JA21 zoekt wanhopig naar bestaansrecht. Nieuwe partijen worden geboren uit onvrede, maar sterven vaak aan ego’s, ruzies en machtsstrijd. Zie PVV. Zie FvD. Zie 50Plus. Het patroon is inmiddels voorspelbaar.

Tegenover dat gefragmenteerde rechts staat voor het eerst in jaren een relatief helder links blok. PvdA en GroenLinks hebben besloten samen op te trekken richting de Eerste Kamer. Geen ideologisch fusiefeest, maar een strategisch besef: verdeeldheid is electorale zelfmoord. In eerdere verkiezingen bleek al dat media-aandacht voor extreemrechts niet automatisch leidt tot rechtse winst. Integendeel. Zowel bij de Europese verkiezingen als bij de gemeenteraadsverkiezingen ging de spotlight naar Baudet en consorten, maar eindigde de winst bij PvdA en GroenLinks.

De paradox is dat hoe harder rechts schreeuwt, hoe zichtbaarder de leegte wordt. Racistische frames, angstcampagnes en zondebokkenpolitiek lossen geen enkel structureel probleem op. Niet de woningnood, niet de zorg, niet het onderwijs, niet de energiecrisis. Ze maskeren alleen het falen van beleid.

De uitspraak van De Jonge is daarom geen incident, maar een symptoom. Van een partij in verval, van een politiek blok zonder antwoorden en van een bestuurscultuur die liever naar beneden trapt dan naar zichzelf kijkt. Als deze verkiezingen ergens over gaan, dan is het niet over migratie, maar over verantwoordelijkheid. En precies daar ligt de zwakke plek van rechts. Want wie jarenlang beleid voert en vervolgens de gevolgen bij anderen neerlegt, verliest uiteindelijk niet alleen geloofwaardigheid, maar ook macht.



dinsdag 3 januari 2023

Waarom we ons zorgen moeten maken over extreemrechts

In de nacht van oudjaar 2022 op nieuwjaar 2023 verschenen op de Erasmusbrug in Rotterdam projecties met teksten als “Vrolijk blank 2023”, “White lives matter”, “Zwarte Piet deed niets verkeerd” en – het meest expliciet – “We must secure the existence of our people and a future for white children”. Die laatste zin is letterlijk de zogenoemde 14 words, een kernleus uit het internationale neonazistische gedachtegoed. Dit is geen vage hondenfluit, geen ironie, geen misverstand: dit is openlijk neonazisme, geprojecteerd op een van de meest zichtbare plekken van Nederland.

Wat volgde was even voorspelbaar als onthutsend. RTL Nieuws kwam direct met een artikel waarin een ‘expert’ zich afvroeg of deze leuzen wel echt racistisch waren. Alsof de betekenis van een wereldberoemde nazislogan ineens onderwerp is van interpretatie. Alsof “white lives matter” niet overduidelijk een racistische tegenhanger is van een antiracistische beweging. Alsof “Vrolijk blank 2023” iets anders is dan een expliciete etnische afbakening van wie er blijkbaar wel en niet bij hoort.

Daar zit precies het probleem. In Nederland is racisme niet langer iets wat wordt bestreden, maar iets wat wordt “geduid”, “gen nuanceerd” en “in context geplaatst”. Het wordt behandeld als een mening, niet als een ideologie. Als een debatpunt, niet als een bedreiging. Nog voordat politie, OM of politiek een helder standpunt innemen, staan de praattafels al vol met deskundigen die uitleggen dat het “complex” ligt, dat “je ook moet luisteren” en dat “niet alles meteen extreemrechts is”.

Zelfs het Openbaar Ministerie had een volle dag nodig om te bepalen of deze leuzen juridisch racistisch waren. Een dag. Voor teksten die letterlijk uit het neonazistische handboek komen. En ondertussen bleef het politiek oorverdovend stil. Geen stevige veroordeling, geen duidelijke rode lijn, geen gevoel van urgentie.

Dat is geen toeval. Racisme, neonazisme en fascisme krijgen in Nederland structureel ruimte, omdat niemand echt bereid is ze frontaal te bestrijden. Integendeel: ze krijgen een podium. In talkshows, in kranten, op sociale media én bij de publieke omroep. Ongehoord Nederland, volledig gefinancierd met belastinggeld, zendt dagelijks complottheorieën, racistische frames en openlijk autoritaire ideeën uit. De sancties die ze krijgen zijn symbolisch en worden lachend betaald. Het intrekken van de uitzendvergunning is politiek onbespreekbaar geworden, want dat zou “censuur” zijn.

Maar het laten voortbestaan van een structureel racistisch propagandakanaal is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid.

De ironie is bitter: deze leuzen werden geprojecteerd op een brug in een stad die 83 jaar geleden door echte nazi’s werd gebombardeerd. Rotterdam is letterlijk opgebouwd uit het puin van fascistisch geweld. En nu projecteren moderne neonazi’s hun slogans op datzelfde stadsdecor, terwijl media en politiek zich afvragen of het “misschien ook anders bedoeld kan zijn”.

Ondertussen zijn extreemrechtse bewegingen in Nederland genormaliseerd. Politici die openlijk racistische, antisemitische en autoritaire ideeën verspreiden – Baudet, Wilders, Van Haga, Van der Plas, Eerdmans – worden behandeld als gewone gesprekspartners. Een inhoudelijk debat met hen is vrijwel onmogelijk, want elk gesprek verzandt in verdraaiingen, complotten en vijanddenken. Toch worden ze keer op keer uitgenodigd, uit angst voor boze achterbannen en kijkcijfers.

Politie en justitie treden nauwelijks op. De wet bestaat nog, maar de handhaving is praktisch verdwenen. Waar racistische en fascistische uitingen vroeger daadwerkelijk consequenties hadden, is het nu vooral een verdienmodel geworden. Racisme als business, haat als marketingstrategie, verontwaardiging als brandstof voor bereik en donaties.

En zo schuiven we langzaam richting een samenleving waarin neonazistische slogans op iconische bruggen verschijnen, terwijl de reactie bestaat uit twijfel, nuance en mediadebatten. Tot het moment dat woorden weer daden worden. Tot de eerste georganiseerde aanval op een parlement, een redactie of een minderheid. Zoals in de VS op 6 januari 2021.

En ook dan zullen hier weer experts aanschuiven om uit te leggen dat het “nuance behoeft”. Terwijl het probleem allang niet meer nuance is, maar lafheid. Lafheid om te zeggen wat overduidelijk is: dit is racisme. Dit is fascisme. En dit hoort geen podium te krijgen, maar weerstand.



zaterdag 10 december 2022

Waarom de zorgen rondom TikTok zo hypocriet zijn

Afgelopen week nam de Tweede Kamer een motie aan waarin zij haar zorgen uitspreekt over TikTok. De populaire app, vooral onder kinderen en jongeren, zou te gevoelig zijn voor beïnvloeding door de Chinese overheid. Aanleiding: een wijziging in de algemene voorwaarden, waarin expliciet staat dat gegevens van gebruikers kunnen worden ingezien door Chinese autoriteiten. De Kamer maakt zich zorgen over privacy, maar vooral over de mogelijkheid dat via het algoritme doelbewust content kan worden gestuurd om jongeren te beïnvloeden met propaganda en desinformatie. Met andere woorden: Peking zou via TikTok rechtstreeks de Nederlandse jeugd kunnen bespelen.

Op papier klinkt dat als een terechte zorg. In de praktijk is het vooral selectieve verontwaardiging.

Want waar hebben we dit verhaal eerder gehoord? Precies: bij Facebook en Google. En niet een beetje, maar op industriële schaal. Facebook ligt al meer dan tien jaar onder vuur wegens het systematisch verzamelen van gebruikersdata, het manipuleren van nieuwsfeeds en het actief verspreiden van desinformatie. Via Facebook werden miljoenen mensen blootgesteld aan complottheorieën, nepnieuws en politieke propaganda. Russische trollenfabrieken konden via Facebook ongehinderd nepaccounts aanmaken, advertenties inkopen en verkiezingen beïnvloeden, waaronder die van 2016 in de Verenigde Staten, die Donald Trump in het Witte Huis hielpen.

Facebook verdiende daar niet alleen aan mee, het faciliteerde het systeem. Nog steeds. En Google doet exact hetzelfde. Beide bedrijven bouwen extreem gedetailleerde profielen van hun gebruikers, gebaseerd op zoekgedrag, locatie, contacten, gesprekken en zelfs stemgeluid. Wie ooit heeft meegemaakt dat hij vijf minuten na een gesprek een advertentie ziet over precies dat onderwerp, weet genoeg: de microfoon van je smartphone staat permanent open. Dat staat gewoon in de voorwaarden. Niet als complottheorie, maar als bedrijfsmodel.

Google levert Android en ChromeOS vrijwel gratis, maar verplicht gebruikers hun apparaat te koppelen aan een Google-account. Dat is geen service, dat is een dataslurpmachine. Facebook, eigenaar van ook Instagram en WhatsApp, doet hetzelfde. En beide bedrijven hebben in hun voorwaarden staan dat gebruikersdata kunnen worden gedeeld met Amerikaanse overheidsdiensten. Sterker nog: wie naar de VS reist met een ESTA-visum, moet zijn sociale media-accounts opgeven. Amerikaanse veiligheidsdiensten kijken structureel mee.

Met andere woorden: Google en Facebook doen exact waar TikTok van wordt beschuldigd. Alleen dan niet namens Peking, maar namens Washington.

En toch: over TikTok is een Kamerdebat, een motie, politieke paniek en mediadruk. Over Facebook en Google? Stilte. Geen motie. Geen spoeddebat. Geen structurele verontwaardiging. Terwijl deze twee bedrijven samen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de informatievoorziening op smartphones, tablets en laptops in Nederland.

Dat is niet alleen hypocriet, het is gevaarlijk. Want de grootste politieke beïnvloeding van de afgelopen twintig jaar kwam niet uit China, maar uit Silicon Valley. Het zijn Facebook en Google die het ecosysteem hebben gebouwd waarin complottheorieën, antivax-bewegingen, klimaatontkenning en extreemrechtse propaganda massaal konden groeien. Het zijn Facebook-algoritmes die mensen steeds dieper het radicale konijnenhol induwen, omdat woede en angst nu eenmaal beter klikken dan feiten.

Het is geen toeval dat Nederland inmiddels meerdere extreemrechtse partijen in de Tweede Kamer heeft die volledig leunen op online desinformatie. FvD zou zonder Facebook nooit groter zijn geworden dan een studentenclub. PVV, BBB, JA21 en BVNL drijven allemaal op hetzelfde digitale verdienmodel: algoritmische verontwaardiging, fake news en permanente vijandbeelden. Zonder Facebook waren ze politiek marginaal gebleven.

De Tweede Kamer maakt zich druk over TikTok omdat het Chinees is. Niet omdat het gevaarlijk is. Dat verschil is essentieel. Dit gaat niet over privacy of democratie, dit gaat over geopolitiek. Over wantrouwen richting China, terwijl precies dezelfde praktijken door Amerikaanse techbedrijven al jaren worden genormaliseerd.

Wie echt bezorgd is over beïnvloeding, moet consequent zijn. Dan kijk je niet alleen naar TikTok, maar vooral naar Google en Facebook. Want daar zit de echte macht. En daar kijkt de politiek al veel te lang bewust de andere kant op.




dinsdag 25 oktober 2022

De Nederlandse media hebben het monster dat Baudet heet zelf gecreëerd

De verontwaardiging was groot afgelopen weekend. FvD-Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren ging vol in de aanval op SBS-journalist Merel Ek, nadat zij hem een dag eerder live op televisie had gecorrigeerd over zijn uitleg van het woord ‘liquidatie’. Van Meijeren beweerde dat hij de betekenis had opgezocht, Ek liet zien dat hij dat overduidelijk niet had gedaan. Daarmee stond hij voor het oog van het hele land te kijk als iemand die zijn feiten niet op orde heeft. En dat kon de zelfverklaarde intellectueel niet verdragen.

Dus kwam hij met een nieuw format: ‘Rioolratten ontmaskerd’. In een gefilmde tirade eiste hij dat Ek haar woorden zou terugnemen en excuses zou aanbieden. Voor de draaiende camera’s deed ze dat. De boodschap was helder: wie FvD tegenspreekt, wordt publiekelijk geïntimideerd en vernederd.

De reacties waren voorspelbaar. De Parlementaire Persvereniging sprak van een zorgwekkende ontwikkeling. De NVJ en SBS onderzoeken juridische stappen. Politici van links tot rechts, inclusief de premier, veroordeelden het gedrag van Van Meijeren. En als sluitstuk moet de Kamervoorzitter nu nieuwe regels opstellen voor de omgang met journalisten.

Allemaal terecht. Maar ook allemaal te laat.

Want niemand stelt de ongemakkelijke maar essentiële vraag: hoe heeft dit monster überhaupt kunnen ontstaan?

Het eerlijke antwoord is: door de Nederlandse media zelf.

Forum voor Democratie is geen natuurverschijnsel. Het is geen spontaan politiek virus. Het is een product. En dat product is jarenlang met zorg gekweekt in de studio’s van Op1, Jinek, Beau, RTL Late Night en een eindeloze rij talkshows. Thierry Baudet werd structureel uitgenodigd, niet ondanks zijn feitenvrije onzin, maar juist daarom. Hij was ‘goed voor de kijkcijfers’. Provocerend, polariserend, een dankbare bron van conflict-tv.

Baudet mocht daar complottheorieën verspreiden, Russische propaganda herhalen, klimaatontkenning verkopen en fascistische ideeën verpakken als ‘alternatieve meningen’. Vrijwel nooit werd hij serieus gecorrigeerd. Zelden werd hij hard geconfronteerd met feiten. Er was altijd weer een presentator die ‘het debat open wilde houden’.

Het absolute dieptepunt was het moment waarop de NPO hem zelfs een eigen debatprogramma gaf, waarin hij een uur lang met premier Rutte mocht praten onder leiding van Jeroen Pauw. Geen journalistiek weerwoord, geen factcheck, geen grens. Pure normalisering van extremisme, uitgezonden met belastinggeld.

Die mediaverering maakte Baudet groot. En rijk. Met die zichtbaarheid bouwde hij een hele parallelle infrastructuur: een eigen omroep (Ongehoord Nederland), een uitgeverij, een productiemaatschappij, een mediakanaal, een betalende achterban. Een verdienmodel gebaseerd op woede, wantrouwen en permanente vijandbeelden.

Inmiddels heeft Baudet de traditionele media niet eens meer nodig. Hij heeft zijn eigen propagandamachine. En precies daardoor kan iemand als Gideon van Meijeren zich nu permitteren journalisten openlijk aan te vallen. De rollen zijn omgedraaid: de media hebben FvD grootgemaakt, en FvD bijt nu de hand die hen gevoerd heeft.

Dit is geen incident. Dit is het logische eindpunt van jarenlange kritiekloze aandacht voor extremisme. Wat begon als ‘we moeten alle stemmen horen’ is geëindigd in een politieke beweging die journalisten intimideert, rechters verdacht maakt, de democratie ondermijnt en openlijk flirt met autoritair denken.

Nog geen twintig jaar geleden kon je voor veel uitspraken die Baudet en Van Meijeren dagelijks doen gewoon worden vervolgd. Racistische, antisemitische en opruiende taal werd niet gezien als ‘een mening’, maar als een maatschappelijk gevaar. Die norm is verschoven. Niet door wetten, maar door talkshows.

De Nederlandse media mogen nu verontwaardigd zijn over Van Meijeren. Dat is terecht. Maar ze kijken in de spiegel van een monster dat ze zelf hebben helpen opvoeden. FvD is geen ontsporing van het systeem. Het ís het product van het systeem. En dat maakt deze affaire niet alleen schokkend, maar ook pijnlijk voorspelbaar.

zaterdag 6 augustus 2022

Worden de Provinciale Statenverkiezingen het Waterloo van de VVD?

Het zal een beetje nieuwsvolger niet zijn ontgaan dat het nogal onrustig is in het land. Van opstandige boeren tot midden- en lage inkomens die gebukt gaan onder de torenhoge inflatie van meer dan 10% per maand. Het zorgt in het hele land voor omgekeerde Nederlandse vlaggen, die niet alleen aangeven dat hiermee de opstandige boeren worden gesteund maar vooral dat de burger het eenzijdige Kabinetsbeleid een beetje moe is. Het Kabinet luistert niet meer naar de burger, is de veelgehoorde klacht en feitelijk is dat ook juist. Neem deze afgelopen zomer, waarin boeren en complotdenkers hand-in-hand door het land gaan om de samenleving te versturen en de overheid die daar niet of nauwelijks tegen optreedt. Ondanks alle onrust in het land vindt de regering dat ze wel toe is aan een welverdiende vakantie. Geen enkel Kabinetslid voelde zich geroepen om de rust weer te doen terugkeren in de samenleving. Het gevoel van onbehagen groeit met de dag en geen minister of staatssecretaris die zich terugkomt van zijn of haar vakantieadres om tekst en uitleg te geven.

Het zal één van de gronden of redenen zijn waarom alle regeringspartijen op fors verlies in de peilingen staan. De VVD is nog altijd met afstand de grootste partij in die peilingen. Toch verliezen ook de liberalen een fors aantal zetels.

Het onbehagen kon eerder dit jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen al een klein beetje worden geproefd. Regeringspartijen verloren en van de landelijke partijen kwamen GroenLinks en PvdA als grote winnaars uit de bus. GroenLinks werd in vrijwel alle grote steden de grootste, gevolgd door de PvdA. De PvdA op haar beurt kon traditionele PvdA bolwerken als Amsterdam, Haarlem en enkele Friese gemeenten weer voor zich winnen.

De winst van PvdA en GroenLinks en het verlies van de regeringspartijen komt niet uit de lucht vallen. Al bij de gemeenteraadsverkiezingen bleek dat de rechtse kiezer het erbij liet zitten en vooral de linkse kiezer is komen opdagen. Daarnaast hebben vooral vrouwen en jongeren gestemd - steeds belangrijker wordende kiezersgroepen. Veel rechtse kiezers kwam óf niet opdagen, of stemden op lokale partijen, die de echte grote winnaars waren bij de gemeenteraadsverkiezingen. Regeringspartijen CDA, VVD en D66 verloren zetels. De VVD zelfs de meeste van de drie.

De vraag is nu alleen nog: Kan links het bescheiden succes van de gemeenteraadsverkiezingen straks bij de Provinciale Statenverkiezingen herhalen? Laat de rechtse kiezer het er bij de Provinciale Statenverkiezingen ook bij zitten en komt de linkse kiezer juist wél opdagen? En gaat de aanstaande fusie tussen PvdA en GroenLinks na 22 jaar voor zorgen dat Nederland eindelijk weer een linkse premier krijgt?