Pagina's

zaterdag 27 december 2025

De tweede val van Wilders I is hét politieke moment van 2025

Als er één politiek moment is dat 2025 samenvat, dan is het de tweede val van het Kabinet Wilders I. Niet omdat het onverwacht kwam, maar omdat het onvermijdelijk was. Die tweede val was geen incident, geen samenloop van omstandigheden, maar het sluitstuk van jarenlange rechtse onkunde. Het was het moment waarop onmiskenbaar zichtbaar werd dat rechts, ondanks een overweldigende machtspositie sinds 2017, niet in staat is om te regeren.

Rechts heeft al acht jaar driekwart van de macht in handen in zowel de Tweede- als Eerste Kamer. Dat is geen nuance, dat is een feit. Wie in die positie zit, kan beleid maken. En toch faalt rechts juist op het onderwerp dat het zelf tot bestaansreden heeft verheven: immigratie. Niet omdat links dat zou tegenhouden, maar omdat rechtse partijen zelfs dáár fundamenteel verschillend over denken. De tweede val van Wilders I maakte dat pijnlijk duidelijk.

Bij de start leek het kabinet in 2024 een ideologische droomcombinatie. Partijen die zich allemaal profileerden als “streng op migratie” en “hard op orde”. Maar zodra er daadwerkelijk keuzes gemaakt moesten worden, bleek dat die strengheid vooral retorisch was. Voor de PVV is immigratie een permanent campagnethema, geen beleidsdossier. De VVD wil stoer klinken, maar geen maatregelen nemen die economisch of juridisch onhoudbaar zijn. NSC schermt met uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid, terwijl BBB vooral stond om PVV-standpunten in salonfähige taal te gieten. Dat is geen gedeelde visie, dat is bestuurlijke chaos.

Het Kabinet Wilders I viel in 2025 niet één keer, maar twee keer. De tweede val was daarmee hét bewijsstuk van rechtse incompetentie. Vier partijen die elkaar op papier nauwelijks ontliepen kregen het niet voor elkaar om samen te werken. Niet door inhoudelijke blokkades van buitenaf, maar door interne ruzies, profileringsdrang en een schrijnend gebrek aan leiderschap. Geert Wilders regeerde informeel mee zonder verantwoordelijkheid te dragen, Dick Schoof was als premier opvallend afwezig, en niemand nam de regie.

Het cynische is dat rechts haar eigen falen vervolgens niet bij zichzelf legt. In plaats daarvan blijft men suggereren dat links, rechters of “Brussel” het probleem zijn. Terwijl links sinds 2017 nauwelijks nog politieke macht heeft. Dat frame kan alleen standhouden omdat links zelf nalaat het structurele falen van rechts consequent te benoemen. De tweede val van Wilders I had hét moment kunnen zijn waarop links dat verhaal claimde. Dat gebeurde niet.

Zo blijft de paradox in stand: rechts regeert, rechts faalt, maar rechts bepaalt wel het narratief. Ondertussen profiteert extreemrechts van de chaos die het zelf veroorzaakt. Die chaos is geen bijproduct maar een verdienmodel van extreemrechts. Dat geldt niet alleen nationaal, maar ook internationaal. Politieke instabiliteit in Nederland is gunstig voor regimes die belang hebben bij verzwakte democratieën en afbrokkelende steun aan Oekraïne. Dat die instabiliteit actief wordt aangejaagd via desinformatiecampagnes is inmiddels geen complottheorie meer.

Met het oog op 2026 dreigt een herhaling van zetten. Onder leiding van de VVD dreigt dezelfde verdeeldheid, hetzelfde gebrek aan verantwoordelijkheid van rechts en een nieuwe val van Jetten I. De tweede val van Kabinet Wilders I had het kantelpunt kunnen zijn. Het moment waarop definitief duidelijk werd dat rechts niet alleen geen oplossingen heeft, maar zelfs niet in staat is om zijn eigen eensgezindheid te organiseren.

Wie na 2025 nog beweert dat falend beleid het gevolg is van “te veel links”, negeert de feiten. De tweede val van Wilders I was het politieke moment van 2025 omdat het liet zien wat er gebeurt wanneer macht en bekwaamheid structureel uit elkaar zijn gegroeid. Dat is geen linkse analyse. Dat is simpelweg de realiteit.

Fijne jaarwisseling gewenst.



zaterdag 13 december 2025

Regeren na verlies – hoe de VVD opnieuw de macht naar zich toetrekt

Wie denkt dat er zich in Den Haag iets nieuws voltrekt, kijkt niet goed. Wat we zien is geen toevallig formatieresultaat, maar een beproefd VVD-draaiboek. Nederland stevent af op Kabinet-Jetten I: een kabinet dat vanaf dag één wordt vastgezet op één onderwerp – immigratie – en daarmee feitelijk een doorstart vormt van het vorige, vroegtijdig mislukte kabinet. Niet omdat immigratie alle andere problemen overstemt, maar omdat de VVD dat zo wil. Wie de agenda vernauwt, grijpt de macht.

Rob Jetten verschijnt in dit decor niet als politiek leider, maar als uitvoerder. De echte regie ligt bij VVD-leider Dylan Yeşilgöz, die ondanks verkiezingsverlies opnieuw bepaalt wie mag meedoen en tegen welke prijs. Wie zich voegt, mag blijven. Wie tegenspreekt, wordt gesloopt. Frans Timmermans weet hoe dat werkt. Hans Wijers wist het al eerder. De parallellen met Dick Schoof zijn pijnlijk duidelijk: een premier zonder eigen gezag, gestuurd door een partijleider die buiten beeld regeert.

Dit is geen incident. Dit is VVD-strategie. Door vooraf alles uit te sluiten wat links is, maakt de VVD zichzelf “onmisbaar”. Het gevolg is dat kleine partijen met een marginaal mandaat, zoals JA21, ineens onevenredig veel invloed krijgen. Niet omdat de kiezer daarom vroeg, maar omdat de VVD het formatiespel zo heeft gemanipuleerd. Dat dit opnieuw de deur openzet voor extreemrechtse politiek is geen ongeluk, maar de bedoeling.

De tragiek is dat D66 hier (opnieuw) intrapt. Jarenlang profileerde de partij zich als progressief en Europees baken. Nu dreigt zij hetzelfde lot te ondergaan als NSC: leeggezogen, beschadigd en uiteindelijk overbodig. Wie D66 stemde voor een links-liberaal alternatief, krijgt een centrumrechts kabinet waarin VVD-retoriek en extreemrechtse frames uit het vorige faalkabinet gewoon worden voortgezet. Dat dit wordt verkocht als “bestuurlijke verantwoordelijkheid” is een schaamlapje voor het opgeven van principes.

Ondertussen mag links wel meewerken, maar niet meebeslissen. GroenLinksPvdA wordt door Yeşilgöz vakkundig buiten de formatie gehouden, maar mag straks wel rechtse plannen aan een meerderheid helpen in Tweede- en Eerste Kamer. Invloed nul, verantwoordelijkheid maximaal. Het is een bestuursstijl die we herkennen uit eerdere periodes van democratische verschraling: oppositie als stemvee.

De VVD verdedigt dit alles met het bekende riedeltje over “concrete oplossingen”. De werkelijkheid is dat vrijwel elk kabinet met VVD-deelname voortijdig is geklapt. De enige uitzondering? De samenwerking met de PvdA – precies de partij die Yeşilgöz systematisch demoniseert. Haar eigen staat van dienst spreekt boekdelen: zij liet een kabinet vallen waarin haar partij de grootste was, verloor verkiezingen, stapte in een extreemrechts experiment met de PVV dat tweemaal achter elkaar ontspoorde, en presenteert zich nu opnieuw als winnaar – met minder zetels dan voorheen. Stabiliteit wordt beloofd, chaos geleverd.

Ook inhoudelijk belooft dit weinig goeds. Grenscontroles die vooral overlast veroorzaken en nauwelijks effect hebben zijn inmiddels gedocumenteerde praktijk. Het vorige extreemrechtse experiment leverde bestuurlijke chaos, juridisch gedoe en maatschappelijke polarisatie op. Dat dit nu opnieuw als uitgangspunt dient, laat zien dat de VVD liever scoort op framing dan regeert op resultaat.

De kans is dan ook groot dat Jetten de nieuwe Schoof wordt: een premier die uitvoert wat elders wordt besloten. Bontenbal en Jetten hebben zich laten inpakken door een VVD die, ondanks verkiezingsverlies, haar greep op de macht verder heeft verstevigd. De richting wordt bepaald door Yeşilgöz, met daarboven de steeds zichtbaardere schaduw van een nieuwe flirt met de PVV. Niet het regeerakkoord stuurt, maar de machtspolitiek.

De echte vraag is dan ook niet of dit kabinet stabiel wordt, maar hoe lang het duurt voordat het opnieuw misgaat. Hoe geloofwaardig is de belofte van een stabiel kabinet als de architect ervan verantwoordelijk is voor zoveel eerdere breuken? Hoe democratisch is een systeem waarin verkiezingsuitslagen alleen tellen als ze de VVD goed uitkomen? En hoe lang accepteren we een politieke cultuur waarin blokkeren wordt beloond en verantwoordelijkheid structureel wordt afgewenteld?

Wie nu juicht, zou zich moeten afvragen wie straks de rekening betaalt. De geschiedenis leert: dat is zelden de VVD zelf.





vrijdag 5 december 2025

Formatie stagneert door de VVD die de onderhandelingen domineert

De kans dat Nederland op korte termijn, en met name voor de jaarwisseling, een nieuw kabinet krijgt, lijkt steeds kleiner te worden. Ondanks het afronden van een conceptregeerakkoord blijft het formatieproces stokken door blokkades. De kabinetsformatie zit vooral vast door de stellingname van de VVD, die het verloop van de onderhandelingen volledig naar haar hand heeft weten te zetten. De kern van de spanning ligt bij VVD-leider Dilan Yeşilgöz en haar houding tegenover samenwerking met GroenLinks-PvdA (GL-PvdA), die zij fel afwijst, waardoor de manoeuvreerruimte voor andere partijen beperkt blijft.

Voorafgaand aan de verkiezingen stond de VVD langdurig laag in de peilingen, rond vijftien zetels. De partij besloot toen tot een strategie waarin GL-PvdA expliciet werd uitgesloten en werd ingezet op een centrumrechts kabinet met D66 en het CDA. Daarbij werd de tegenstelling met GL-PvdA en lijsttrekker Frans Timmermans bewust aangescherpt. Deze aanpak versterkte de positie van de VVD in de eindfase van de campagne: GL-PvdA verloor zetels en Timmermans trad terug, terwijl de VVD het verlies beperkt hield en uitkwam op 22 zetels, een verlies van slechts twee zetels. Zo wist Yeşilgöz haar partij in een moeilijke positie te behouden en zelf de regie over het formatieproces te versterken.

Na de verkiezingen bleek het beoogde centrumrechtse kabinet rekenkundig onmogelijk. Een coalitie van D66, CDA en VVD haalt geen meerderheid in de Tweede Kamer. Daarom werd JA21 erbij betrokken, een partij die nog kort bestaat en beperkt bestuurlijke ervaring heeft. Een coalitie met deze samenstelling lijkt kwetsbaar, mede door de dominante rol van de VVD. De andere partijen zouden nauwelijks speelruimte hebben, waardoor de stabiliteit van het kabinet twijfelachtig is.

Ook een minderheidskabinet biedt weinig perspectief. Aan zowel de linker- als rechterzijde van het politieke spectrum ontbreekt voldoende steun in de Tweede Kamer. Hierdoor dreigt de formatie in een patstelling te blijven steken en lijken nieuwe verkiezingen onvermijdelijk. Mocht samenwerking met GL-PvdA definitief stranden, dan zou de PVV opnieuw het initiatief kunnen nemen, maar ook dat scenario biedt geen garantie op een stabiel bestuur. De PVV heeft in de vorige periode laten zien onvoldoende in staat te zijn om effectief te regeren, mede door de dominante rol van Geert Wilders.

Naast politieke obstakels speelt ook geld een rol. De VVD-partijkas is grotendeels uitgeput, waardoor nieuwe verkiezingen extra problematisch zijn. Tegelijkertijd heeft de strategie van Yeşilgöz haar positie binnen de partij versterkt. Zij heeft de schade voor de VVD beperkt en staat daardoor sterker dan ooit, terwijl andere partijen gedwongen worden zich aan te passen aan haar voorwaarden.

Zo staat de VVD voor een complexe keuze: doorgaan met samenwerking met een partij die tijdens de campagne scherp is bestreden, of nieuwe verkiezingen riskeren, met alle onzekerheden die dat met zich meebrengt. Beide opties brengen grote politieke risico’s met zich mee. De kabinetsformatie blijft vastzitten en de huidige patstelling vergroot de kans dat Nederland opnieuw naar de stembus moet, met het vooruitzicht van een vergelijkbare uitslag en voortzetting van politieke instabiliteit.



zaterdag 15 november 2025

De beloning van Geert Wilders

In de nasleep van een verkiezingsuitslag waarin de VVD haar slechtste resultaat in decennia behaalde, weet partijleider Dilan Yeşilgöz opvallend veel grip op het formatieproces te houden. Vanaf het eerste moment bestaat de indruk dat Yeşilgöz, ondanks dit verlies, een centrale en sturende rol opeist in de onderhandelingen. Deze spanning vormt de voedingsbodem voor een reeks gebeurtenissen die elkaar in hoog tempo opvolgen, waarbij het vertrek van informateur Hans Wijers, uitgelekte appberichten en strategische politieke manoeuvres het verloop van de formatie bepalen.

Kort na de verkiezingen benoemde de Tweede Kamer Hans Wijers als informateur. Hij werd gezien als een bruggenbouwer die partijen uit hun loopgraven moest halen en de verhoudingen moest normaliseren. Toch bleek zijn positie uiterst kwetsbaar. Nog geen dag na zijn aanstelling trad hij alweer terug, nadat een privébericht uitlekte waarin hij Yeşilgöz een “feeks” zou hebben genoemd. Deze kwalificatie veroorzaakte politieke ophef, maar de grotere vraag is hoe een opmerking uit de privésfeer op straat kan liggen. Het snelle vertrek van Wijers roept de vraag op of dit soort misstappen tegenwoordig zwaarder wegen dan politieke onwaarheden of misleidende uitspraken die in eerdere kabinetscrises nauwelijks tot consequenties leidden.

Het incident kan wordt geplaatst in een bredere context van politieke taal en mediakaders. De vergelijking met de periode waarin D66-leider Sigrid Kaag door extreemrechtse actoren systematisch als “heks” werd weggezet, komt hier om de hoek kijken. Die campagne was langdurig, strategisch en had uiteindelijk tot gevolg dat Kaag zich genoodzaakt voelde Nederland te verlaten. Dat een soortgelijke term in het geval van Yeşilgöz binnen een etmaal tot het vertrek van een informateur leidde, kan worden gezien als teken van scheve machtsverhoudingen en een mediacultuur die gevoelig is voor framing en politieke druk.

Privéappjes, vermeende sollicitaties naar burgemeestersposten en berichten over interne spanningen tast niet alleen personen direct in hun integriteit aan, maar ondermijnde ook het vertrouwen in het democratische proces zelf. De opeenstapeling van incidenten wekt de indruk dat bepaalde actoren doelbewust chaos creëren om daar strategisch van te profiteren. In deze lezing zou Geert Wilders, teleurgesteld over zijn tweede plaats bij de verkiezingen, geprobeerd hebben om via Yeşilgöz invloed uit te oefenen op het formatieproces. Door haar een sleutelpositie te geven in het frustreren van de gesprekken, zou hij op termijn de regie kunnen terugnemen, in ruil voor de mogelijkheid haar tot premier te maken zodra hij zelf als formateur wordt aangewezen.

Binnen deze interpretatie is de aanhoudende vertraging geen ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar onderdeel van een berekende strategie. Wanneer CDA en D66 over enkele weken met een conceptregeerakkoord komen, zou Yeşilgöz dat niet zonder meer accepteren, waardoor het proces opnieuw vastloopt. Dat scenario kan ertoe leiden dat de opdracht wordt teruggegeven aan de Kamer, die vervolgens de nummer twee aanwijst: Wilders. Het idee dat hij binnen korte tijd een kabinet zou kunnen vormen, past volgens deze analyse naadloos binnen het geschetste strategische patroon.

Hoewel de auteur van dit stuk erkent dat dit scenario zich richting een complottheorie beweegt, vertoont het formatiespel volgens deze lezing steeds meer kenmerken van een ordinaire machtsgreep aan de randen van het democratisch proces. De keten van lekken, beschuldigingen en doelbewuste vertragingen voedt een groeiend wantrouwen onder burgers. De kern van de analyse is dat niet één individu verantwoordelijk is voor deze erosie, maar dat een gezamenlijke dynamiek tussen politici, lekcultuur en media ertoe leidt dat inhoudelijke onderhandelingen structureel naar de achtergrond verdwijnen.



donderdag 13 november 2025

Dylan Yesilgöz: van machtsspel tot blokkade

De kabinetsformatie verkeert in een impasse, en veel ogen zijn gericht op VVD-leider Dilan Yesilgöz. Volgens betrokkenen en analisten is zij momenteel de sleutelfiguur die bepaalt of Nederland binnenkort een nieuw kabinet krijgt of opnieuw naar de stembus moet. Haar weigering om akkoord te gaan met een zogenoemd middenkabinet – bestaande uit D66, CDA, GroenLinksPvdA en VVD – heeft de onderhandelingen op scherp gezet. Yesilgöz stelt dat Nederland niet heeft gekozen voor een centrumlinkse koers, maar voor een stabiel centrumrechts kabinet waarin ook JA21 een rol speelt.

De voorgestelde combinatie van VVD, CDA en JA21 zou volgens haar beter aansluiten bij de wens van de kiezer. Maar dat plan heeft een wankele basis. In de Tweede Kamer zou een dergelijk kabinet slechts op 75 zetels kunnen rekenen (niet eens een meerderheid), terwijl ook in de Eerste Kamer geen meerderheid bestaat. Bovendien kan aan JA21 worden getwijfeld als stabiele partner omdat deze partij, geleid door Joost Eerdmans, een geschiedenis kent van politieke overstappers. Eerdmans begon bij het CDA, stapte over naar de LPF en verschillende lokale partijen en richtte daarna JA21 op. Ook tweede kamerlid Annabel Nanninga, die in het verleden onder vuur lag vanwege controversiële tweets, wekt verdeeldheid.

De huidige blokkade volgt op een reeks strategische keuzes van Yesilgöz in de afgelopen jaren. In 2023 trok zij zelf de stekker uit het toenmalige centrumrechtse kabinet met CDA, D66 en ChristenUnie, officieel vanwege het asielbeleid. De crisis rond de ‘nareis’-regeling leidde tot een kabinetsval en effende de weg voor een samenwerking met de PVV van Geert Wilders – een optie die Yesilgöz tot op de laatste dag van de campagne nog uitsloot. Toen de PVV 24 uur later de verkiezingen won vond zij plotseling dat andere partijen “de wil van het volk” moesten respecteren en met Wilders moesten praten.

In 2025 is de situatie omgekeerd. Nu D66 als grootste partij uit de verkiezingen komt, speelt VVD juist de rol van blokkadepartij. De ooit liberale partij stelt harde voorwaarden aan een samenwerking en weigert deel te nemen aan een kabinet waarin GroenLinksPvdA meedoet. Daarmee wordt de formatie opnieuw vertraagd, tot frustratie van andere fracties die aandringen op bestuurlijke stabiliteit.

Daarmee stelt Yesilgöz partijbelang boven landsbelang. Hoewel de VVD bij de laatste twee verkiezingen 12 zetels verloor en daardoor niet langer de grootste partij is, gedraagt Yesilgöz zich als onderhandelaar vanuit een overwinningspositie. Haar scherpe toon richting GroenLinksPvdA en het voortdurend afwijzen van compromissen roepen vragen op over haar intenties. Het  vermoeden is daarmee dat zij aanstuurt op nieuwe verkiezingen, in de hoop dan alsnog premier te worden met steun van extreemrechts, zoals PVV, JA21 en BBB.

De situatie doet denken aan het mislukte kabinet van VVD, PVV, BBB en NSC dat kortstondig regeerde, maar ten onder ging aan interne verdeeldheid. Toch lijkt Yesilgöz opnieuw te mikken op een soortgelijke coalitie, met opnieuw het risico dat Nederland opnieuw maandenlang bestuurlijk stil komt te liggen.

Wat begon als een discussie over politieke richting is daarmee uitgegroeid tot een machtsstrijd. Terwijl partijen als D66 en CDA bereid lijken tot compromissen, houdt Yesilgöz vast aan haar koers. Vooralsnog is zij degene die bepaalt of de formatie wordt hervat of uitloopt op nieuwe verkiezingen. Daarmee is ze niet alleen politiek leider van de VVD, maar ook de spil in een nationale impasse die de toekomst van het landsbestuur in haar greep houdt.



zondag 9 november 2025

Alleen positiviteit kan links terugbrengen aan de top

Na opnieuw een teleurstellende verkiezingsuitslag voor de linkse partijen is de roep om herbezinning luider dan ooit. Waar de VVD nauwelijks is afgestraft voor het laten vallen van een kabinet en vervolgens moeiteloos flirtte met radicaal-rechts, moest GroenLinks-PvdA wederom een harde klap incasseren. De fusie van beide partijen, ooit gepresenteerd als een noodzakelijke bundeling van progressieve krachten, leek veelbelovend. Een gezamenlijke lijst, een ervaren leider in Frans Timmermans en een grotendeels gedeelde ideologische basis moesten links terugbrengen aan de top. Toch bleef het resultaat uit. De nieuwe partij verloor opnieuw terrein en moest, net als in 2017, een deel van haar organisatie inkrimpen.

Wat ging er mis? Een deel van het antwoord ligt misschien niet in de inhoud, maar in de toon. Waar D66-leider Rob Jetten tijdens de campagne positiviteit en toekomstlust uitstraalde, bleef GroenLinks-PvdA steken in waarschuwingen over klimaat, ongelijkheid en de staat van de wereld. Jetten, die onverwachts mocht deelnemen aan het RTL-debat nadat Geert Wilders verstek liet gaan, greep zijn kans. Hij sprak niet over wat níet kon, maar over wat volgens hem wél mogelijk was. Zijn plan om “tien nieuwe steden” te bouwen om de woningnood op te lossen was op z’n minst ambitieus, waarschijnlijk onuitvoerbaar, maar het bood wel iets wat veel kiezers misten: hoop.

Die hoop bleek aanstekelijk. D66 presenteerde zich als de partij van de verbeelding, met grootse plannen en geloof in eigen kunnen. Jetten geloofde hoorbaar in zijn boodschap. Zijn “Het kan wél!” deed denken aan Barack Obama’s “Yes, we can.” Beide uitspraken zijn even eenvoudig als effectief. Ze spreken het verlangen aan naar perspectief en vertrouwen in de toekomst.

Links daarentegen lijkt dat perspectief al jaren kwijt. De toon is vaak defensief, moralistisch en zwaar. De wereld gaat kapot, het klimaat is onherstelbaar, ongelijkheid groeit — en alleen links begrijpt hoe erg het is. Maar kiezers weten dat al lang. Wat ze missen, is een verhaal over hoe het beter kan. Een verhaal dat niet vertrekt vanuit angst, maar vanuit geloof in vooruitgang.

Dat is geen pleidooi voor luchtfietserij. Positiviteit is niet hetzelfde als oppervlakkigheid. Het betekent dat je mensen aanspreekt op hun hoop in plaats van hun wanhoop. Diederik Samsom deed dat in 2012 met succes, Obama won er verkiezingen mee, en Jetten haalde er recent zijn politieke wederopstanding uit. Het zijn voorbeelden van leiders die niet negeerden wat er misging, maar die bovenal geloofden dat het beter kon — en dat geloof overdroegen op anderen.

Linkse partijen hebben die toon verloren. Ze laten zich te vaak definiëren door protest en verontwaardiging. Acties waarbij kunstwerken worden beklad of snelwegen worden geblokkeerd, versterken het beeld van een beweging die vooral “tegen” is. Natuurlijk is verzet tegen onrecht nodig, maar zonder positief alternatief blijft het steken in morele superioriteit.

De uitdaging voor links ligt dus niet in het programma, maar in de houding. In plaats van voortdurend te benoemen wat er fout gaat, moeten progressieve partijen laten zien hoe het beter kan — en waarom zij dat kunnen waarmaken. Niet afbreken, maar opbouwen. Niet klagen, maar inspireren. Alleen met een positief verhaal kan links haar geloofwaardigheid en aantrekkingskracht terugwinnen. De kiezer verlangt niet naar doemscenario’s, maar naar een toekomst waarin verandering mogelijk is. Het kán wél.



vrijdag 19 september 2025

Een democratie die spookbeelden gaat verbieden is bezig zichzelf te ontmantelen

De Tweede Kamer stemde afgelopen donderdag in met een motie van Forum voor Democratie om de organisatie Antifa te verbieden, naar voorbeeld van de huidige Amerikaanse president Donald Trump. Ook de VVD schaarde zich achter het voorstel, waardoor een meerderheid in de Kamer nu een verbod wil onderzoeken. Dat is opmerkelijk, want Antifa is in Nederland helemaal geen formele organisatie. Deze motie is daarmee vooral een politiek signaal – en een gevaarlijk signaal, want het zet de deur open naar een juridische rek die onze rechtsstaat kan beschadigen.

Het verbieden van een organisatie is in Nederland een uiterste maatregel die alleen via de rechter kan worden afgedwongen. De wet maakt onderscheid tussen formele verenigingen, zoals motorclubs met statuten en een bestuur, en informeel georganiseerde netwerken. Antifa valt in die laatste categorie: het is een losse, gedecentraliseerde beweging die zich verzet tegen fascisme en extreemrechts. Er is geen centraal orgaan, geen ledenadministratie en geen inschrijving bij de Kamers van Koophandel. Juridisch gezien is het daardoor uiterst ingewikkeld om van Antifa een “organisatie” te maken die verboden kan worden.

De enige optie zou zijn dat het Openbaar Ministerie naar de rechter stapt en betoogt dat Antifa een zogeheten de-facto vereniging is. Daarvoor zou overtuigend bewijs moeten worden geleverd van een structuur, hiërarchie en gecoördineerde besluitvorming tussen lokale groepen. Zonder dat bewijs is er geen rechtsgrond voor een verbod. Een andere route is Antifa te bestempelen als een “criminele organisatie” volgens artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Maar ook dat is een vrijwel onneembare horde: het OM zou moeten aantonen dat de hele beweging het oogmerk heeft om misdrijven te plegen, niet slechts dat enkele individuen geweld gebruiken. Daarmee wordt duidelijk dat de motie vooral symboolpolitiek is.

Juist daarom is de instemming van de VVD zo teleurstellend. Als ervaren regeringspartij zou de VVD moeten weten hoe hoog de drempel voor een verbod ligt en hoe belangrijk het is om de vrijheid van vereniging te beschermen. Door mee te stemmen met een voorstel dat juridisch op drijfzand staat, verlaat de partij haar eigen liberale uitgangspunten. Ze kiest ervoor mee te waaien met de steeds radicalere agenda van extreemrechts, in plaats van pal te staan voor de rechtsstaat.

Daarmee volgt de Kamer een gevaarlijke internationale trend. Het idee om Antifa te verbieden is rechtstreeks overgenomen van president Trump en wordt inmiddels ook gretig toegepast in Rusland, waar het Kremlin oppositiebewegingen en maatschappelijke organisaties onder het mom van staatsveiligheid monddood maakt. Dat een Nederlandse meerderheid – inclusief een partij die zich graag als verdediger van de democratie presenteert – nu een vergelijkbare tactiek overneemt, zou ons zorgen moeten baren. Het is een onliberale reflex die meer past bij autocratische regimes dan bij een parlementaire democratie.

Het bestrijden van geweld en extremisme is noodzakelijk, maar dat kan prima binnen de bestaande kaders van het strafrecht. Individuele strafbare feiten moeten worden vervolgd, niet een imaginaire organisatie of een verzamelnaam voor activisme. Een meerderheid die een niet-bestaande organisatie wil verbieden, verzwakt de rechtsstaat en normaliseert een instrument dat in de toekomst tegen allerlei vormen van activisme kan worden ingezet, wat de democratie verder doet afbrokkelen.

Een democratie die spookbeelden gaat verbieden is bezig zichzelf te ontmantelen.